All NT OTBook
Compare Texts
Mark 1 Luke 23

Luke 24:1-53

John 1 John 1

Hollands LEI

 
 
 
Luk 24:1
 
gingen zij des Zondags in den vroegen morgen naar het graf, met de geurige stoffen die zij gereed gemaakt hadden.  
 
Luk 24:2
 
Zij vonden den steen van de grafstede weggewenteld,  
 
Luk 24:3
 
en toen zij er in gegaan waren, vonden zij het lijk van den Heer Jezus niet.  
 
Luk 24:4
 
Terwijl zij niet wisten wat hiervan te denken, zie, daar stonden twee mannen, in schitterende kledij, bij haar.  
 
Luk 24:5
 
Toen zij verschrikt het hoofd ter aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den levende bij de doden?  
 
Luk 24:6
 
Hij is hier niet, maar is opgestaan. Herinnert u, hoe hij nog in Galilea tot u gezegd heeft:  
 
Luk 24:7
 
De Mensenzoon moet in de handen van zondige mensen overgeleverd en gekruisigd worden en ten derden dage opstaan.  
 
Luk 24:8
 
Nu herinnerden zij zich zijn woorden  
 
Luk 24:9
 
en meldden, van de grafstede teruggekeerd, dit alles aan de Elve en al de anderen.  
 
Luk 24:10
 
Het waren Maria van Magdala, Johanna en de Maria van Jacobus; ook de anderen die met haar waren verhaalden het aan de apostelen.  
 
Luk 24:11
 
Dezen hielden wat zij zeiden voor ijdel geklap en geloofden haar niet.  
 
Luk 24:12
 
 
 
Luk 24:13
 
Maar zie, op dienzelfden dag gingen twee van hen naar een dorp, twee uur gaans van Jeruzalem gelegen, Emmaus genaamd.  
 
Luk 24:14
 
Zij spraken met elkander over alwat gebeurd was.  
 
Luk 24:15
 
En terwijl zij zo spraken en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf bij hen en ging met hen mee.  
 
Luk 24:16
 
Maar hun ogen werden verhinderd hem te herkennen.  
 
Luk 24:17
 
En Jezus zeide tot hen: Waarover hebt gij het onderweg zo druk met elkander? De mannen bleven met een droevig gelaat staan  
 
Luk 24:18
 
en een van hen, Kleopas, zeide tot hem: Zijt gij de enige die zich in Jeruzalem ophoudt en niet weet wat in deze dagen daar gebeurd is?  
 
Luk 24:19
 
Hij zeide tot hen: Wat dan? Zij zeiden hem: Dat met Jezus den Nazarener, die een profeet was, krachtig in werk en woord in de ogen van God en het gehele volk,  
 
Luk 24:20
 
en hoe onze overpriesters en overheden hem ter dood veroordeeld en gekruisigd hebben.  
 
Luk 24:21
 
Wij hoopten dat hij het was die Israel zou verlossen; maar met dat al is het nu de derde dag nadat dit is geschied.  
 
Luk 24:22
 
Ook hebben sommige vrouwen uit onzen kring ons ontsteld: zij zijn van morgen bij de grafstede geweest,  
 
Luk 24:23
 
hebben er zijn lijk niet gevonden en zijn komen zeggen dat zij zelfs een verschijning van engelen hebben gehad, die zeiden dat hij leeft.  
 
Luk 24:24
 
Sommigen der onzen zijn toen naar de grafstede gegaan en hebben het bevonden zoals de vrouwen zeiden; maar hem hebben zij niet gezien.  
 
Luk 24:25
 
Toen sprak hij tot hen: Gij onverstandigen, te traag van hart om te geloven alwat de profeten gezegd hebben.  
 
Luk 24:26
 
Moest niet de Christus deze dingen lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?  
 
Luk 24:27
 
Nu legde hij, te beginnen met Mozes en al de profeten, hun uit, wat in al de Schriften over hem staat.  
 
Luk 24:28
 
Zo naderden zij het dorp waar zij heengingen, en hij hield zich alsof hij verder wilde gaan;  
 
Luk 24:29
 
maar zij nodigden hem dringend uit: Blijf bij ons; want het is tegen den avond, de dag neigt reeds ten einde. Toen ging hij naar binnen om bij hen te blijven.  
 
Luk 24:30
 
En toen hij met hen aanlag, nam hij het brood, sprak er den zegen over uit, brak het en reikte het hun over.  
 
Luk 24:31
 
Nu werden hun ogen geopend en herkenden zij hem. Maar hij verdween uit hun ogen.  
 
Luk 24:32
 
Zij zeiden tot elkander: Brandde ons hart niet in ons toen hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften uitlegde?  
 
Luk 24:33
 
Dadelijk stonden zij op en keerden naar Jeruzalem terug, waar zij de Elve en wie zich bij hen gevoegd hadden vergaderd vonden.  
 
Luk 24:34
 
Die zeiden: Waarlijk is de Heer opgestaan en aan Simon verschenen.  
 
Luk 24:35
 
En zij verhaalden wat onderweg was geschied en hoe hij door hen herkend was door de broodbreking.  
 
Luk 24:36
 
Terwijl zij daarover spraken, stond hijzelf in hun midden.  
 
Luk 24:37
 
Zij verschrikten en meenden, vol vrees, een geest te zien;  
 
Luk 24:38
 
maar hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom rijzen allerlei twijfelingen in u op?  
 
Luk 24:39
 
Ziet naar mijn handen en voeten; ik ben het zelf. Betast mij en ziet mij aan; want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals gij ziet dat ik heb.  
 
Luk 24:40
 
 
 
Luk 24:41
 
En toen zij van vreugde het nog niet geloofden en zich verbaasden, zeide hij tot hen: Hebt gij hier niet iets te eten?  
 
Luk 24:42
 
Zij gaven hem toen een stuk van een gebakken vis;  
 
Luk 24:43
 
hij nam het en at het voor hun ogen op.  
 
Luk 24:44
 
Nu zeide hij tot hen: Dit is wat ik tot u gezegd heb, terwijl ik nog bij u was, dat alwat in de wet van Mozes, de profeten en de psalmen van mij geschreven staat vervuld moet worden.  
 
Luk 24:45
 
Toen verhelderde hij hun inzicht, zodat zij de Schriften verstonden,  
 
Luk 24:46
 
en zeide tot hen: Zo staat geschreven: dat de Christus zou lijden en ten derden dage uit de doden opstaan,  
 
Luk 24:47
 
en dat met gebruikmaking van zijn naam onder alle volken bekering verkondigd zou worden, tot schuldvergiffenis--te beginnen van Jeruzalem.  
 
Luk 24:48
 
Gij zijt daarvan getuigen.  
 
Luk 24:49
 
En zie, ik zend u de belofte van mijn Vader; blijft in de stad totdat gij met kracht uit den Hooge zult toegerust zijn.  
 
Luk 24:50
 
Toen leidde hij hen uit tot bij Bethanie, hief de handen op en zegende hen.  
 
Luk 24:51
 
En terwijl hij hen zegende, scheidde hij van hen.  
 
Luk 24:52
 
En zij keerden in grote blijdschap naar Jeruzalem terug  
 
Luk 24:53
 
en bleven voortdurend in de tempel, God lovend.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Mark 1Luke 231 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 John 1John 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards