All NT OTBook
Compare Texts
Mark 1 Luke 21

Luke 22:1-71

Luke 23 John 1

Hollands LEI

 
 
 
Luk 22:1
 
Het feest der ongezuurde brooden, dat Pasen heet naderde,  
 
Luk 22:2
 
en de overpriesters en schriftgeleerden zochten een middel om hem om te brengen; want zij vreesden het volk.  
 
Luk 22:3
 
Toen voer de Satan in Judas die de Iskanoter heet, een der Twaalve;  
 
Luk 22:4
 
hij trad met de overpriesters en tempelhoofden in overleg, hoe hij hem aan hen zou overleveren.  
 
Luk 22:5
 
Zij waren hierover verheugd en kwamen overeen hem geld te geven.  
 
Luk 22:6
 
Hij sloeg toe en zocht een goede gelegenheid om hem hun zonder volksoploop over te leveren.  
 
Luk 22:7
 
Toen de dag der ongezuurde brooden, waarop het Paaschlam geofferd moest worden, gekomen was,  
 
Luk 22:8
 
zond hij Petrus en Johannes met den last: Gaat voor ons het Pascha bereiden, opdat wij het eten.  
 
Luk 22:9
 
Zij zeiden tot hem: Waar wilt gij dat wij het bereiden?  
 
Luk 22:10
 
Hij zeide tot hen: Wanneer gij de stad ingaat, zal u iemand tegenkomen die een waterkruik draagt; volgt hem in het huis dat hij ingaat  
 
Luk 22:11
 
en zegt tot den bewoner: De meester zegt u: Waar is de kamer waarin ik met mijn leerlingen het Pascha kan eten?  
 
Luk 22:12
 
En hij zal u een grote bovenkamer, met kleden belegd, aanwijzen. Maakt het daar gereed.  
 
Luk 22:13
 
Zij gingen heen, bevonden het zoals hij hun had gezegd en bereidden het Pascha.  
 
Luk 22:14
 
Toen het tijd was, lag hij aan, en met hem de apostelen.  
 
Luk 22:15
 
Toen zeide hij tot hen: Ik heb zeer verlangd dit Pascha met u te eten voor mijn lijden;  
 
Luk 22:16
 
want ik zeg u dat ik het niet meer eten zal voordat het vervuld is in het Koninkrijk Gods.  
 
Luk 22:17
 
Toen nam hij een beker, sprak er de dankzegging over uit en zeide: Neemt dezen en verdeelt hem onder elkander;  
 
Luk 22:18
 
want ik zeg u dat ik van nu af van de vrucht van den wijnstok niet meer drinken zal eer het Godsrijk gekomen is.  
 
Luk 22:19
 
Hierop nam hij brood, sprak er de dankzegging over uit, brak het en gaf het hun met de woorden: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis.  
 
Luk 22:20
 
Desgelijks nam hij den beker, nadat zij den maaltijd hadden gehouden, en zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.  
 
Luk 22:21
 
Maar zie, de hand van hem die mij verraadt is met mij aan tafel.  
 
Luk 22:22
 
Wel gaat de Mensenzoon heen volgens Gods besluit, maar wee den mens door wien hij overgeleverd wordt!  
 
Luk 22:23
 
En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch zijn zou die dat zou doen.  
 
Luk 22:24
 
Nu ontstond onder hen twist over de vraag, wie van hen wel de meeste was.  
 
Luk 22:25
 
En hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen, en wie macht over hen hebben heten weldoeners.  
 
Luk 22:26
 
Doch gij niet alzo; maar de grootste onder u worde als de jongste, de aanvoerder als de dienaar.  
 
Luk 22:27
 
Want wie is meer, hij die aan tafel aanligt of hij die bedient? Hij die aanligt, niet waar? Welnu, ik ben in uw midden als een die bedient.  
 
Luk 22:28
 
Gij zijt het die volhardend bij mij zijt gebleven onder mijn beproevingen,  
 
Luk 22:29
 
en ik vermaak u heerschappij, gelijk mijn Vader ze mij vermaakt heeft;  
 
Luk 22:30
 
opdat gij moogt eten en drinken aan mijn tafel in mijn koninkrijk, en op tronen gezeten, de twaalf stammen Israels moogt richten.  
 
Luk 22:31
 
Simon, Simon, zie, de Satan, heeft ulieden trachten te ziften als de tarwe;  
 
Luk 22:32
 
maar ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet tekortschiete, en wanneer gij eens tot inkeer gekomen zijt, versterk dan uw broeders.  
 
Luk 22:33
 
Hij zeide tot hem: Heer, ik ben bereid met u zelfs in gevangenis en dood te gaan.  
 
Luk 22:34
 
Maar hij zeide tot hem: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien voordat gij driemaal zult geloochend hebben mij te kennen.  
 
Luk 22:35
 
Voorts zeide hij tot hen: Toen ik u uitzond zonder geldbuidel, reiszak en schoenen, heeft u toch niets ontbroken? Zij zeiden: Niets.  
 
Luk 22:36
 
Hij zeide hun: Maar nu, wie een geldbuidel heeft neme dien mee, desgelijks een reiszak, en wie geen zwaard heeft verkope zijn kleed en kope er een.  
 
Luk 22:37
 
Want ik zeg u dat het woord der Schrift aan mij moet vervuld worden: Hij is onder de misdadigers gerangschikt. Want het loopt met mij ten einde.  
 
Luk 22:38
 
Zij zeiden: Heer, hier zijn twee zwaarden. Hij zeide hun: Het is wel.  
 
Luk 22:39
 
En hiermee ging hij de stad uit en begaf zich volgens gewoonte naar den Olijfberg, gevolgd door de leerlingen.  
 
Luk 22:40
 
En daar gekomen, zeide hij hun: Bidt niet in verzoeking te komen.  
 
Luk 22:41
 
Hijzelf verwijderde zich ongeveer een steenworp, knielde neer en bad:  
 
Luk 22:42
 
Vader, indien Gij wilt, laat deze beker mij voorbijgaan; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede.  
 
Luk 22:43
 
Toen verscheen hem een engel uit den hemel, die hem bemoedigde.  
 
Luk 22:44
 
Door doodsangst aangegrepen, bad hij al vuriger, en zijn zweet werd als bloeddroppels, die op den grond vielen.  
 
Luk 22:45
 
Toen hij opstond van het gebed en bij de leerlingen kwam, vond hij hen slapend van droefenis  
 
Luk 22:46
 
en zeide hun: Wat slaapt gij? Staat op en bidt niet in verzoeking te komen.  
 
Luk 22:47
 
Terwijl hij nog sprak, kwam daar een bende aan; de man die Judas heette, een der Twaalve, ging vooruit en trad op Jezus toe om hem te kussen.  
 
Luk 22:48
 
En Jezus zeide tot hem: Judas, levert gij den Mensenzoon met een kus over?  
 
Luk 22:49
 
Toen zij die met hem waren zagen wat gebeuren zou, zeiden zij: Heer, zullen wij met het zwaard er op in slaan?  
 
Luk 22:50
 
En een van hen trof den slaaf van den hogepriester en hieuw hem het rechteroor af.  
 
Luk 22:51
 
Maar Jezus antwoordde: Houdt op, niet meer! raakte het oor aan en genas het.  
 
Luk 22:52
 
Tot de overpriesters, tempelhoofden en oudsten die op hem toetraden zeide hij: Zijt gij met zwaarden en knuppels uitgetrokken als tegen een rover?  
 
Luk 22:53
 
Terwijl ik dagelijks bij u in den tempel was hebt gij geen hand tegen mij uitgestoken.  
 
Luk 22:54
 
Maar dit is uw ure en de macht der duisternis. Zij grepen hem, leidden hem weg en brachten hem in het huis van den hogepriester, terwijl Petrus van verre volgde.  
 
Luk 22:55
 
Toen zij op het binnenhof een vuur ontstoken hadden en daarbij waren gaan zitten, zette zich ook Petrus in hun midden.  
 
Luk 22:56
 
En een dienstmaagd, die hem bij het vuur zag zitten, keek hem scherp aan en zeide: Ook die man was bij hem.  
 
Luk 22:57
 
Maar hij loochende het en zeide: Ik ken hem niet, vrouw.  
 
Luk 22:58
 
Kort daarna keek een ander naar hem en zeide: Gij zijt ook een van hen. En Petrus zeide: Mens, dat is niet waar.  
 
Luk 22:59
 
Ongeveer een uur later verzekerde een ander: Waarlijk, die man was bij hem; hij is ook een Galileer.  
 
Luk 22:60
 
En Petrus zeide: Mens, ik weet niet wat gij zegt. En dadelijk, terwijl hij nog sprak, kraaide een haan.  
 
Luk 22:61
 
En de Heer keerde zich om en zag Petrus aan. Toen kwam aan Petrus het woord des Heeren in gedachte hoe hij hem gezegd had: Voordat de haan kraait zult gij mij vandaag drie maal verloochenen.  
 
Luk 22:62
 
Hij ging naar buiten en weende bitterlijk.  
 
Luk 22:63
 
De mannen die Jezus vasthielden bespotten en sloegen hem;  
 
Luk 22:64
 
zij wierpen een kleed over zijn gezicht en zeiden: Profeteer! Wie heeft u geslagen?  
 
Luk 22:65
 
En vele andere smalende woorden voegden zij hem toe.  
 
Luk 22:66
 
Toen het dag werd, vergaderde de Raad des volks, overpriesters en schriftgeleerden; zij voerden hem naar hun raadszaal  
 
Luk 22:67
 
en zeiden tot hem: Indien gij de Christus zijt, zeg het ons dan. Hij zeide hun: Wanneer ik u iets zeg, gelooft gij het niet,  
 
Luk 22:68
 
en wanneer ik een vraag doe, antwoordt gij niet.  
 
Luk 22:69
 
Van nu af aan zal de Mensenzoon gezeten zijn ter rechterhand van Gods kracht.  
 
Luk 22:70
 
Allen zeiden zij: Zijt gij dan de Zoon Gods? Hij zeide tot hen: Gij zegt dat ik het ben.  
 
Luk 22:71
 
Toen zeiden zij: Wat behoeven wij nog een getuigenis? Wij hebben het toch zelf uit zijn eigen mond gehoord.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Mark 1Luke 211 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Luke 23John 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards