All NT OTBook
Compare Texts
Mark 1 Luke 17

Luke 18:1-43

Luke 19 John 1

Hollands LEI

 
 
 
Luk 18:1
 
Hij zeide tot hen de volgende gelijkenis om hen te leren dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen:  
 
Luk 18:2
 
Er was in zekere stad een rechter die God niet vreesde en geen mens ontzag.  
 
Luk 18:3
 
Ook was in die stad een weduwe, die tot hem kwam en zeide: Verschaf mij recht tegen mijn vijand.  
 
Luk 18:4
 
Een tijdlang wilde hij niet; maar daarna zeide hij bij zichzelf: Hoewel ik God niet vrees en mij aan geen mens stoor,  
 
Luk 18:5
 
zal ik, omdat die weduwe mij lastigvalt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij eindelijk nog in het gezicht slaan.  
 
Luk 18:6
 
En de Heer zeide: Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt!  
 
Luk 18:7
 
Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen? Zou Hij daarmee talmen?  
 
Luk 18:8
 
Ik zeg u dat Hij hun spoedig recht verschaffen zal. Maar zal de Mensenzoon, wanneer hij komt, wel het geloof op aarde vinden?  
 
Luk 18:9
 
Hij zeide, met het oog op sommigen die vertrouwden dat zijzelf deugzaam waren en al de anderen minachtten, deze gelijkenis:  
 
Luk 18:10
 
Twee mensen gingen naar den tempel op om te bidden; de een was een Farizeer, de ander een tollenaar.  
 
Luk 18:11
 
De Farizeer ging staan en bad bij zichzelf aldus: O God, ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, rovers, oneerlijken, echtbrekers, of ook als die tollenaar;  
 
Luk 18:12
 
ik vast tweemaal in de week en geef tienden van alwat ik bezit.  
 
Luk 18:13
 
En de tollenaar bleef op een afstand staan en wilde zelfs de ogen niet naar den hemel opheffen, maar sloeg zich op de borst en zeide: O God, wees mij, zondaar, genadig.  
 
Luk 18:14
 
Ik zeg u, deze ging naar zijn huis meer gerechtvaardigd dan gene; want ieder die zichzelf verhoogt zal vernederd, wie zich vernedert zal verhoogd worden.  
 
Luk 18:15
 
Eens bracht men kinderen tot hem met het verzoek hen aan te raken; en toen de leerlingen dit zagen, weerden zij hen af.  
 
Luk 18:16
 
Maar Jezus riep hen tot zich en zeide: Laat de kinderen vrij tot mij komen en verhindert hen niet; want aan dezulken behoort het Koninkrijk Gods.  
 
Luk 18:17
 
Voorwaar, ik zeg u, wie het Koninkrijk Gods niet als een kind aanneemt zal er niet binnengaan.  
 
Luk 18:18
 
Een aanzienlijk man begon hem eens te vragen: Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beerven?  
 
Luk 18:19
 
Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij mij goed? Niemand is goed dan God alleen.  
 
Luk 18:20
 
Gij kent de geboden: Gij zult geen overspel doen, niet doden, niet stelen, geen vals getuigenis afleggen, eer uw vader en uw moeder.  
 
Luk 18:21
 
Hij zeide: Dat alles heb ik van mijn jeugd af onderhouden.  
 
Luk 18:22
 
Toen Jezus dit hoorde, zeide hij tot hem: Nog een ding ontbreekt u. Verkoop alwat gij hebt en deel het uit aan de armen; dan zult gij een schat in den hemel bezitten, en kom dan, volg mij.  
 
Luk 18:23
 
Maar toen hij dit hoorde, werd hij zeer bedroefd; want hij was zeer rijk.  
 
Luk 18:24
 
Toen Jezus hem zo zag, zeide hij: Hoe zwaar valt het voor hen die geld hebben het Koninkrijk Gods in te gaan,  
 
Luk 18:25
 
het is lichter dat een kameel door het oog van een naald gaat dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods komt.  
 
Luk 18:26
 
Hierop zeiden zijn hoorden: Maar wie kan dan behouden worden?  
 
Luk 18:27
 
Hij zeide: Wat onmogelijk is bij mensen is mogelijk bij God.  
 
Luk 18:28
 
Toen zeide Petrus: Zie, wij hebben het onze verlaten en zijn u gevolgd.  
 
Luk 18:29
 
Hij zeide tot hen: Voorwaar, ik zeg u, er is niemand die ter wille van het Koninkrijk Gods verlaten heeft huis, vrouw, broeders, ouders of kinderen  
 
Luk 18:30
 
die niet veel meer in deze wereld zal ontvangen en in de toekomende het eeuwige leven.  
 
Luk 18:31
 
Eens nam hij de Twaalve ter zijde en zeide tot hen: Wij gaan nu op naar Jeruzalem, en alwat door de profeten over den Mensenzoon geschreven is zal in vervulling komen;  
 
Luk 18:32
 
want hij zal aan de heidenen overgeleverd, bespot, mishandeld en bespuwd worden;  
 
Luk 18:33
 
zij zullen hem geeselen en doden; en op den derden dag zal hij opstaan.  
 
Luk 18:34
 
Zij begrepen hiervan niets; het woord was hun duister, en zij verstonden niet wat gezegd werd.  
 
Luk 18:35
 
Toen zij Jericho naderden, zat daar een blinde aan den weg, bedelend.  
 
Luk 18:36
 
Toen deze de schare hoorde voorbijgaan, vroeg hij wat dat was.  
 
Luk 18:37
 
Men vertelde hem dat Jezus de Nazoreer voorbij ging.  
 
Luk 18:38
 
Toen riep hij: Jezus, zoon Davids, erbarm u over mij!  
 
Luk 18:39
 
Zij die vooruitliepen bevalen hem te zwijgen. Maar hij riep te luider: Zoon Davids, erbarm u over mij!  
 
Luk 18:40
 
En Jezus stond stil, beval den man bij zich te brengen en vroeg hem toen hij nader gekomen was:  
 
Luk 18:41
 
Wat wilt gij dat ik u doe? Hij zeide: Heer, laat mij weer kunnen zien.  
 
Luk 18:42
 
En Jezus zeide tot hem: Gij kunt weer zien; uw geloof heeft u behouden.  
 
Luk 18:43
 
Dadelijk kreeg hij het gezicht terug en volgde hem, God lovende. En het gehele volk gaf bij dien aanblik eer aan God.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Mark 1Luke 171 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Luke 19John 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards