All NT OTBook
Compare Texts
Mark 1 Luke 16

Luke 17:1-37

Luke 18 John 1

Hollands LEI

 
 
 
Luk 17:1
 
Hij zeide tot zijn leerlingen: Het is onvermijdelijk dat de verleidingen komen; maar wee den mens door wien zij komen.  
 
Luk 17:2
 
Het ware hem beter indien een molensteen hem aan den hals gehangen en hij in zee geworpen was dan dat hij een dezer kleinen ten val brengt.  
 
Luk 17:3
 
Neemt u in acht. Indien uw broeder zondigt, vermaan hem; indien hij berouw toont, vergeef hem.  
 
Luk 17:4
 
En als hij zelfs zevenmaal daags tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkeert met de betuiging: Het berouwt mij--dan moet gij hem vergeven.  
 
Luk 17:5
 
De apostelen zeiden tot den Heer: Vermeerder ons het geloof.  
 
Luk 17:6
 
En de Heer zeide: Indien gij geloof hadt als een mosterdzaadje en zoudt tot dezen boom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant--dan zou hij u gehoorzamen.  
 
Luk 17:7
 
Wie van u die een slaaf aan den ploeg of bij de kudde heeft, zal, als de man van den akker thuiskomt, tot hem zeggen: Kom spoedig binnen en ga aanliggen!  
 
Luk 17:8
 
Zal hij niet veeleer tot hem zeggen: Maak mijn maaltijd gereed, omgord u en bedien mij totdat ik gegeten en gedronken heb; daarna kunt gijzelf eten en drinken?  
 
Luk 17:9
 
Hij zal den slaaf toch niet dankbaar zijn omdat hij gedaan heeft wat hem bevolen was?  
 
Luk 17:10
 
Zo moet ook gij, als gij alles gedaan hebt wat u is opgedragen, zeggen: Wij zijn niets meer dan slaven; wat wij verplicht waren te doen, dat deden wij.  
 
Luk 17:11
 
Op reis naar Jeruzalem trok hij door Samarie en Galilea.  
 
Luk 17:12
 
Toen hij in zeker dorp kwam, kwamen tien melaatse mannen hem tegemoet. Zij bleven in de verte staan  
 
Luk 17:13
 
en riepen luidkeels: Jezus, Heer, erbarm u over ons!  
 
Luk 17:14
 
Hen ziende, zeide hij tot hen: Gaat u aan de priesters vertonen. En toen zij op weg waren, werden zij rein.  
 
Luk 17:15
 
En een van hen, ziende dat hij genezen was, keerde terug, luid God verheerlijkend,  
 
Luk 17:16
 
en viel, hem dankend, op zijn aangezicht voor zijn voeten neer. En dat was een Samaritaan.  
 
Luk 17:17
 
Nu nam Jezus het woord op en zeide: Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen?  
 
Luk 17:18
 
Is geen van hen teruggekeerd om God eer te geven dan deze vreemde?  
 
Luk 17:19
 
Toen zeide hij tot hem: Sta op, ga heen, uw geloof heeft u behouden.  
 
Luk 17:20
 
Op een vraag van de Farizeen wanneer het Godsrijk komen zou antwoordde hij hun: Het Godsrijk komt niet zichtbaar;  
 
Luk 17:21
 
men zal niet zeggen: Hier is het! of: Daar! want het Koninkrijk Gods is binnen in u.  
 
Luk 17:22
 
Toen zeide hij tot zijn leerlingen: De dagen zullen komen waarin gij zult wensen een der dagen van den Mensenzoon te zien, en gij zult dien niet zien.  
 
Luk 17:23
 
Men zal tot u zeggen: Daar is hij--of: Hier--gaat er niet voor uit; loopt hem niet na.  
 
Luk 17:24
 
Want zoals de bliksem flikkerend straalt van den enen gezichteinder tot den anderen, zo zal de Mensenzoon in zijn dag wezen.  
 
Luk 17:25
 
Maar eerst moet hij veel lijden en door dit geslacht verworpen worden.  
 
Luk 17:26
 
En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook gaan in de dagen van den Mensenzoon:  
 
Luk 17:27
 
zij aten en dronken, namen ten huwelijk en werden ten huwelijk gegeven tot op den dag waarop Noach in de ark ging, de zondvloed kwam en allen deed omkomen.  
 
Luk 17:28
 
Of ook gelijk het geschiedde in de dagen van Lot; zij aten, dronken, kochten, verkochten, plantten, bouwden;  
 
Luk 17:29
 
maar op den dag waarop Lot Sodom verliet regende het vuur en zwavel uit den hemel en deed hen allen omkomen.  
 
Luk 17:30
 
Zo zal het ook gaan op den dag waarop de Mensenzoon verschijnt.  
 
Luk 17:31
 
Op dien dag kome hij die op het dak is, terwijl zijn huisraad binnen is, niet af om het mee te nemen; desgelijks zie hij die op het veld is niet om naar hetgeen hij achterlaat.  
 
Luk 17:32
 
Denkt aan de vrouw van Lot.  
 
Luk 17:33
 
Wie zijn leven zal trachten te behouden verliest het; wie het zal verliezen behoudt het.  
 
Luk 17:34
 
Ik zeg u, in dien nacht zullen twee op een bed liggen, de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten;  
 
Luk 17:35
 
twee vrouwen zullen aan denzelfden molen malen, de ene wordt meegenomen, de andere achtergelaten.  
 
Luk 17:36
 
 
 
Luk 17:37
 
Zij antwoordden hem: Waar, Heer? Hij zeide tot hen: Waar het aas is zullen zich ook de gieren verzamelen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Mark 1Luke 161 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Luke 18John 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards