All NT OTBook
Compare Texts
Mark 1 Luke 13

Luke 14:1-35

Luke 15 John 1

Hollands LEI

 
 
 
Luk 14:1
 
Eens, toen hij op een sabbat in het huis van een overste der Farizeen ten maaltijd was en men het oog op hem hield,  
 
Luk 14:2
 
stond daar voor hem een mens die leed aan waterzucht.  
 
Luk 14:3
 
En Jezus nam het woord en zeide tot de wetgeleerleerden en Farizeen: Is het al dan niet geoorloofd op sabbat een genezing te verrichten?  
 
Luk 14:4
 
Toen zij zwegen, vatte hij hem aan, genas hem, liet hem weer los  
 
Luk 14:5
 
en zeide tot hen: Wie van u, als zijn zoon of rund in een put valt, zal hem niet, ook op Sabbat, er aanstonds uittrekken?  
 
Luk 14:6
 
Hiertegen konden zij niets inbrengen.  
 
Luk 14:7
 
Toen hij zag hoe de gasten de hoogste plaatsen uitzochten, verhaalde hij hun de volgende gelijkenis:  
 
Luk 14:8
 
Wanneer gij door iemand ter bruiloft zijt genodigd, ga dan niet op de hoogste plaats zitten; er mocht eens iemand door hem genodigd zijn die aanzienlijker is dan gij;  
 
Luk 14:9
 
in dit geval zou de man die u en hem genodigd heeft bij u komen en zeggen: Maak plaats voor hem en zoudt gij vol schaamte de laagste plaats gaan innemen.  
 
Luk 14:10
 
Neen, wanneer gij genodigd zijt, ga dan op de laagste plaats zitten; opdat, wanneer uw gastheer komt, hij tot u zegge: Vriend, ga hoger op. Dan zal het u een eer zijn in de ogen van al de disgenoten.  
 
Luk 14:11
 
Want ieder die zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.  
 
Luk 14:12
 
Ook zeide hij tot zijn gastheer: Wanneer gij een middag maal of avondmaal geeft, nodig dan niet uw vrienden of broeders, ook niet uw bloedverwanten of rijke buren; anders nodigen zij op hun beurt u uit en krijgt gij vergelding.  
 
Luk 14:13
 
Maar geeft gij een gastmaal, vraag dan armen, mismaakten, verlamden, blinden;  
 
Luk 14:14
 
dan zult gij zalig zijn omdat zij u niet kunnen vergelden; want het zal u vergolden worden bij de opstanding der rechtschapenen.  
 
Luk 14:15
 
Dit horend, zeide een der disgenoten tot hem: Zalig alwie deelneemt aan den maaltijd in het Koninkrijk Gods.  
 
Luk 14:16
 
En hij Zeide tot hem: Een zeker mens richtte een groten maaltijd aan, waartoe hij velen nodigde,  
 
Luk 14:17
 
en toen het uur van den maaltijd was gekomen, zond hij zijn dienaar om den genodigden tezeggen: Komt; want het is reeds gereed.  
 
Luk 14:18
 
Maar zij begonnen allen zich eenparig te verontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht en moet dien noodzakelijk gaan bezien; ik bid u, verschoon mij.  
 
Luk 14:19
 
Een ander zeide: Ik heb vijf span runderen gekocht en ga ze beproeven; ik bid u, verschoon mij.  
 
Luk 14:20
 
Weer een ander zeide: Ik ben juist getrouwd en kan daarom niet komen.  
 
Luk 14:21
 
De dienaar kwam zijn heer dit meedelen. Toen ontstak de heer in toorn en zeide tot zijn dienaar: Ga spoedig naar de pleinen en straten van de stad en breng de armen, de mismaakten, de blinden en de verlamden hier binnen.  
 
Luk 14:22
 
De dienaar zeide: Heer, wat gij bevolen hebt is gedaan; maar er is nog plaats.  
 
Luk 14:23
 
Toen zeide de heer tot den dienaar: Ga dan naar de landwegen en aan de heggen, en dring ze om binnen te komen; opdat mijn huis vol worde.  
 
Luk 14:24
 
Want ik zeg u dat geen dier eerst genodigden van mijn maaltijd proeven zal.  
 
Luk 14:25
 
Eens, toen een talrijke schare met hem meeging, wendde hij zich om en zeide tot haar:  
 
Luk 14:26
 
Wie tot mij komt en niet haat vader, moeder, vrouw, kinderen broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn leerling niet zijn.  
 
Luk 14:27
 
Alwie niet zijn kruis draagt en achter mij komt kan mijn leerling niet zijn.  
 
Luk 14:28
 
Want wie van u die een toren wil bouwen zal niet eerst gaan zitten om de kosten te berekenen, nagaand of hij wel genoeg heeft om het werk ten einde te brengen?  
 
Luk 14:29
 
Het zou anders kunnen gebeuren, dat, wanneer hij den grondslag had gelegd maar niet in staat was het gebouw te voltooien, allen die dat zien hem gaan bespotten;  
 
Luk 14:30
 
zij zullen zeggen: Die man is begonnen te bouwen en kan het niet afmaken!  
 
Luk 14:31
 
Of welk koning zal, als hij tegen een anderen koning ten strijde trekt, niet eerst zich neerzetten en beraadslagen, of hij in staat is met tienduizend te ontmoeten een die met twintigduizend hem tegemoet trekt?  
 
Luk 14:32
 
Zo niet, dan zendt hij een gezantschap, terwijl de ander nog ver is, en doet vredesvoorslagen.  
 
Luk 14:33
 
Desgelijks kan ook niemand van u die geen afstand doet van al zijn bezittingen mijn leerling zijn.  
 
Luk 14:34
 
Dus: het zout is goed; maar wanneer het zout smakeloos wordt, waarmee zal het smakelijk gemaakt worden?  
 
Luk 14:35
 
Het deugt noch voor het land noch voor den mesthoop; men werpt het weg. Wie oren heeft om te horen hore!  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Mark 1Luke 131 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Luke 15John 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards