All NT OTBook
Compare Texts
Mark 1 Luke 12

Luke 13:1-35

Luke 14 John 1

Hollands LEI

 
 
 
Luk 13:1
 
Bij die gelegenheid waren enigen tegenwoordig die hem verhaalden van de Galileers wier bloed Pilatus met dat hunner offerdieren vermengd had.  
 
Luk 13:2
 
Jezus gaf daarop ten antwoord: Meent gij dat die Galileers groter zondaren waren dan alle andere Galileers, omdat hun dit overkomen is? Ik zeg u: Neen.  
 
Luk 13:3
 
Maar indien gij u niet bekeert, zult gij allen desgelijks omkomen.  
 
Luk 13:4
 
Of meent gij dat de achttien die door het instorten van den toren in den Siloam gedood zijn schuldiger waren dan de overige bewoners van Jeruzalem?  
 
Luk 13:5
 
Ik zeg u: Neen. Maar indien gij u niet bekeert, zult gij allen insgelijks omkomen.  
 
Luk 13:6
 
Hij gaf hun de volgende gelijkenis: Iemand had een vijgeboom, die in zijn wijngaard geplant was. Toen hij daaraan vrucht kwam zoeken, vond hij er geen.  
 
Luk 13:7
 
Hij zeide dan tot den wijngaardenier: Zie, ik kom nu drie jaren aan dezen vijgeboom vruchten zoeken en vind er geen. Houw hem om. Waartoe beslaat hij den grond zonder nut?  
 
Luk 13:8
 
Maar hij antwoordde: Heer, laat hem nog dit jaar staan; dan zal ik den grond er omheen omspitten en bemesten;  
 
Luk 13:9
 
misschien draagt hij in het volgend jaar vrucht. Zo niet, houw hem dan om.  
 
Luk 13:10
 
Eens leerde hij op een sabbat in een der synagogen,  
 
Luk 13:11
 
toen zich daar een vrouw bevond die achttien jaar lang door een ziektegeest bezeten was; zij was verkromd en kon zich in het geheel niet meer oprichten.  
 
Luk 13:12
 
Toen Jezus haar zag, riep hij haar, zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid  
 
Luk 13:13
 
en legde haar de handen op. En dadelijk stond zij rechtop en loofde God.  
 
Luk 13:14
 
Doch het hoofd der synagoge, die het kwalijk nam dat Jezus op sabbat iemand genas, zeide tot de schare: Er zijn zes dagen om op te werken; komt dan daarop om u te laten genezen; maar niet op den sabbatdag.  
 
Luk 13:15
 
Maar de Heer antwoordde hem: Huichelaars, maakt niet ieder van u op sabbat zijn rund of ezel los van de kribbe om ze weg te leiden en te laten drinken?  
 
Luk 13:16
 
Moest dan deze vrouw, een dochter van Abraham, die door den Satan nu reeds achttien jaren gebonden was, niet van dien band op een sabbatdag losgemaakt worden?  
 
Luk 13:17
 
Toen hij dit zeide, schaamden zich al zijn tegenstanders, maar de gehele schare verheugde zich over al de heerlijke dingen die hij deed.  
 
Luk 13:18
 
Derhalve zeide hij: Waaraan is het Godsrijk gelijk en waarmee zal ik het vergelijken?  
 
Luk 13:19
 
Het is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide; het groeide op en werd een boom, in welks takken de vogelen des hemels nestelden.  
 
Luk 13:20
 
En wederom zeide hij: Waarmee zal ik het Godsrijk vergelijken?  
 
Luk 13:21
 
Het is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en in drie schepels meel mengde, totdat dit geheel gegist was.  
 
Luk 13:22
 
Hij trok dan voort, predikend van stad tot stad, van dorp tot dorp, steeds in de richting van Jeruzalem.  
 
Luk 13:23
 
En iemand zeide tot hem: Heer, zijn zij die gered worden weinigen in getal? Hij zeide tot hen:  
 
Luk 13:24
 
Strijdt om in te gaan door de enge deur; want velen, zeg ik u, zullen trachten binnen te komen en zullen het niet vermogen.  
 
Luk 13:25
 
Nadat de heer van het huis is opgestaan en de deur heeft gesloten en gij buiten staat en aan de deur klopt, roepend: Heer, doe ons open--dan zal hij u antwoorden: Ik weet niet, waar gij vandaan komt.  
 
Luk 13:26
 
Dan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken, en gij hebt onderwijs gegeven op onze straten.  
 
Luk 13:27
 
Maar hij zal u zeggen: Ik weet niet, waar gij vandaan komt. Blijft van mij weg, gij allen die ongerechtigheid bedrijft.  
 
Luk 13:28
 
Daar zal geween en tandengeknars zijn, als gij ziet dat Abraham, Izaak, Jakob en al de profeten in het Rijk Gods zijn, en gij uitgeworpen zijt.  
 
Luk 13:29
 
Ook zullen er van Oost en West, van Noord en Zuid komen en in het Koninkrijk Gods aanliggen.  
 
Luk 13:30
 
En zie, er zijn laatsten die eersten, en er zijn eersten die laatsten zullen zijn.  
 
Luk 13:31
 
Terzelfder tijd kwamen enige Farizeen tot hem en zeiden: Ga weg en vertrek van hier; want Herodes wil u doden.  
 
Luk 13:32
 
En hij zeide tot hen: Gaat aan dien vos zeggen: Zie, ik werp duivelen uit en verricht genezingen heden en morgen, en overmorgen kom ik aan het einde.  
 
Luk 13:33
 
Maar heden, morgen en overmorgen moet ik reizen; want het gaat niet aan dat een profeet buiten Jeruzalem omkomt.  
 
Luk 13:34
 
Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe vaak heb ik uw kinderen willen vergaderen, zoals een vogel haar jongen onder de vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.  
 
Luk 13:35
 
Zie, uw huis zal u in puin blijven liggen. Ik zeg u, gij zult mij niet zien voordat gij zegt: Gezegend hij die komt met den naam des Heeren!  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Mark 1Luke 121 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Luke 14John 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards