All NT OTBook
Compare Texts
Matthew 1 Mark 6

Mark 7:1-37

Mark 8 Luke 1

Hollands LEI

 
 
 
Mar 7:1
 
Eens kwamen de Farizeen en enige schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren,  
 
Mar 7:2
 
gezamenlijk bij hem, en toen zij zagen dat enige zijner leerlingen met onreine, dat wil zeggen ongewassen, handen brood aten  
 
Mar 7:3
 
--want de Farizeen en alle Joden eten niet dan nadat zij de handen zorgvuldig gewassen hebben, zich houdend aan de overlevering der ouden,  
 
Mar 7:4
 
en als zij van de markt komen, eten zij niet voordat zij zich gebaad hebben; zo zijn er vele andere gebruiken die zij in acht nemen: onderdompelingen van bekers, hout werk en koperwerk--  
 
Mar 7:5
 
toen vroegen hem dan de Farizeen en schriftgeleerden: Waarom gedragen uw leerlingen zich niet naar de overleveringen der ouden, maar eten zij met onreine handen?  
 
Mar 7:6
 
Hij zeide tot hen: Terecht heeft Jezaja over u, huichelaars, geprofeteerd: Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij verwijderd.  
 
Mar 7:7
 
Vergeefs vereren zij mij met hun leringen, die mensengeboden zijn;  
 
Mar 7:8
 
terwijl gij Gods gebod in den wind slaat, houdt gij aan de overlevering der mensen vast.  
 
Mar 7:9
 
Ook zeide hij tot hen: Het staat u fraai Gods gebod te minachten om uw overlevering te onderhouden!  
 
Mar 7:10
 
Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt zal zeker ter dood gebracht worden--  
 
Mar 7:11
 
maar gij zegt: Als iemand tot zijn vader of moeder zegt: Korban--dat wil zeggen: een geschenk--is wat u van mij te nutte zou kunnen komen--  
 
Mar 7:12
 
dan laat gij hem niet meer toe iets voor zijn vader of moeder te doen.  
 
Mar 7:13
 
Zo maakt gij Gods woord krachteloos door uw overlevering.  
 
Mar 7:14
 
Toen riep hij wederom de schare tot zich en zeide hun: Hoort allen naar mij en neemt het in u op.  
 
Mar 7:15
 
Niets dat van buiten den mens ingaat kan hem verontreinigen; maar wat van den mens uitgaat, dat verontreinigt den mens.  
 
Mar 7:16
 
 
 
Mar 7:17
 
Nadat hij van de schare weggegaan en thuis gekomen was, vroegen zijn leerlingen naar den zin van dit gezegde.  
 
Mar 7:18
 
Hij zeide tot hen: Zijt ook gij nog zo onbevattelijk? Weet gij niet dat alwat van buiten in den mens komt hem niet kan verontreinigen?  
 
Mar 7:19
 
Want dat komt niet in zijn hart, maar in den buik en wordt in het geheim uitgeworpen. --Zo noemde hij alle spijzen rein.  
 
Mar 7:20
 
Ook zeide hij: Wat van den mens uitgaat, dat verontreinigt den mens;  
 
Mar 7:21
 
want van binnen, uit het hart der mensen, komen de slechte overleggingen, ontucht, diefstal, moord,  
 
Mar 7:22
 
overspel, hebzucht, boosheid, arglistigheid, onmatigheid, afgunst, godslastering, overmoed, onverstand;  
 
Mar 7:23
 
al die boze dingen komen van binnen en verontreinigen den mens.  
 
Mar 7:24
 
Van daar maakte hij zich op en begaf zich naar het grondgebied van Tyrus; daar ging hij in een huis, met den wens dat niemand het zou te weten komen; maar hij kon niet verborgen blijven.  
 
Mar 7:25
 
Want een vrouw wier dochter van een onreinen geest bezeten was had nauwelijks van hem gehoord of zij kwam hem te voet vallen  
 
Mar 7:26
 
--die vrouw was een heidensche, een Fenicische van afkomst en verzocht hem den duivel uit haar dochter te bannen.  
 
Mar 7:27
 
Hij zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het past niet het brood der kinderen te nemen en den honden toe te werpen.  
 
Mar 7:28
 
Maar zij antwoordde hem: Ja, wel, Heer; ook de honden onder de tafel eten van de broodkruimels der kinderen.  
 
Mar 7:29
 
Toen zeide hij tot haar: Omdat gij dit hebt gezegd, ga heen, de duivel is uit uw dochter gevaren.  
 
Mar 7:30
 
Zij ging naar huis en vond het meisje te bed en den duivel uitgevaren.  
 
Mar 7:31
 
Weer uit het grondgebied van Tyrus vertrokken, ging hij over Sidon naar de zee van Galilea, midden in het gebied van Decapolis.  
 
Mar 7:32
 
Toen droeg men tot hem een dove die daarenboven moeilijk sprak, met de bede hem de hand op te leggen.  
 
Mar 7:33
 
Hij nam hem ter zijde, van de menigte verwijderd, stak zijn vingers in zijn oren, spuwde en raakte zijn tong aan.  
 
Mar 7:34
 
Toen zuchtte hij, de ogen ten hemel geslagen, en zeide tot hem: Effata, dat wil zeggen: Word geopend.  
 
Mar 7:35
 
En zijn oren werden geopend, de band van zijn tong werd losgemaakt, en hij sprak gewoon.  
 
Mar 7:36
 
Hij verbood hun dit iemand te zeggen; maar hoe strenger hij het verbood des te meer maakten zij het ruchtbaar.  
 
Mar 7:37
 
En zij stonden bovenmate versteld en zeiden: Hij heeft alles heerlijk gedaan: hij maakt dat de doven horen en de stommen spreken.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Matthew 1Mark 61 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Mark 8Luke 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards