All NT OTBook
Compare Texts
Matthew 1 Matthew 28

Mark 1:1-45

Mark 2 Luke 1

Hollands LEI

 
 
 
Mar 1:1
 
De aanvang der Heilmare omtrent Jezus Christus.  
 
Mar 1:2
 
Zoals geschreven staat in den profeet Jezaja: Zie, ik zend mijn bode voor u uit om den weg voor u te banen.  
 
Mar 1:3
 
Hoort, in de woestijn klinkt het: Baant den weg voor den Heer, effent zijn paden! --  
 
Mar 1:4
 
zo trad Johannes de Doper in de woestijn op en predikte den doop ter bekering tot vergeving van zonden.  
 
Mar 1:5
 
Tot hem nu gingen het gehele Joodse land en alle Jeruzalemmers uit, en zij werden door hem in de rivier den Jordaan gedoopt, onder belijdenis van hun zonden.  
 
Mar 1:6
 
Johannes was in kemelshaar gekleed, had een lederen gordel om de lenden en at sprinkhanen en wilden honing;  
 
Mar 1:7
 
en hij predikte: Een die machtiger is dan ik komt na mij. Ik ben niet waardig voor hem neer te knielen om zijn schoenriem los te maken.  
 
Mar 1:8
 
Ik heb u met water gedoopt, maar hij zal u met den Heiligen Geest dopen.  
 
Mar 1:9
 
In die dagen kwam Jezus van Nazaret in Galilea en werd in den Jordaan door Johannes gedoopt.  
 
Mar 1:10
 
En toen hij uit het water steeg, zag hij aanstonds den hemel scheuren en den Geest als een duif op zich neerdalen,  
 
Mar 1:11
 
terwijl een stem uit den hemel kwam: Gij zijt mijn geliefde Zoon; in u heb Ik welgevallen.  
 
Mar 1:12
 
Dadelijk daarna dreef de Geest hem naar de woestijn;  
 
Mar 1:13
 
waar hij veertig dagen bleef, verzocht door den Satan, te midden van de dieren, terwijl de engelen hem dienden.  
 
Mar 1:14
 
En nadat Johannes in hechtenis was genomen, ging Jezus naar Galilea, predikend Gods Blijmare:  
 
Mar 1:15
 
De tijd is gekomen, het Koninkrijk Gods is nabij. Bekeert u en gelooft de Heilmare.  
 
Mar 1:16
 
Eens langs de zee van Galilea gaande, zag hij Simon en Andreas, den broeder van Simon, in de zee het net uitwerpen; want het waren vissers.  
 
Mar 1:17
 
Jezus zeide tot hen: Volgt mij; dan zal ik maken dat gij vissers van mensen wordt.  
 
Mar 1:18
 
Dadelijk lieten zij de netten in den steek en volgden hem.  
 
Mar 1:19
 
Een weinig verder zag hij Jacobus den zoon van Zebedeus en zijn broeder Johannes, ook in een boot, bezig de netten te boeten.  
 
Mar 1:20
 
Aanstonds riep hij hen, en zij lieten hun vader Zebedeus met de knechten in de boot en volgden hem.  
 
Mar 1:21
 
Nu gingen zij Kapernaum binnen en predikte hij aanstonds op sabbat in de synagoge.  
 
Mar 1:22
 
Men stond versteld over zijn onderricht; want hij leerde als een man van gezag en niet als de schriftgeleerden.  
 
Mar 1:23
 
Al spoedig was in hun synagoge een mens met een onreinen geest, die luidkeels riep:  
 
Mar 1:24
 
Wat hebben wij met u te maken, Jezus de Nazarener? Gij komt om ons te verderven. Ik weet wel, wie gij zijt: De Heilige Gods.  
 
Mar 1:25
 
Maar Jezus bestrafte hem: Zwijg en ga uit van hem!  
 
Mar 1:26
 
En de onreine geest deed hem stuiptrekken en ging met een luiden schreeuw van hem uit.  
 
Mar 1:27
 
Allen stonden verbaasd en vroegen onder elkander: Wat is dat? Een nieuwe leer met gezag gepredikt, en op zijn bevel gehoorzamen hem de onreine geesten!  
 
Mar 1:28
 
Het gerucht over hem verspreidde zich aanstonds overal in geheel Galilea en den omtrek.  
 
Mar 1:29
 
Dadelijk de synagoge verlatende, begaven zij zich naar het huis van Simon en Andreas, vergezeld van Jacobus en Johannes.  
 
Mar 1:30
 
De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed, en aanstonds zeide men hem dit.  
 
Mar 1:31
 
Toen ging hij tot haar, vatte haar bij de hand en richtte haar op; dadelijk verliet haar de koorts en bediende zij hen.  
 
Mar 1:32
 
Later op den dag, toen de zon onderging, droeg men tot hem alle kranken en bezetenen;  
 
Mar 1:33
 
de gehele Stad schoolde aan de deur samen.  
 
Mar 1:34
 
En hij genas velen, die aan allerlei ziekten leden en wierp vele duivelen uit, die hij niet toeliet te spreken; want zij kenden hem.  
 
Mar 1:35
 
Den volgende morgen, toen het nog zeer donker was, stond hij op, ging de stad uit naar een eenzame plaats en bad aldaar.  
 
Mar 1:36
 
Maar Simon en zijn metgezellen gingen hem achterna  
 
Mar 1:37
 
en zeiden, toen zij hem gevonden hadden: iedereen zoekt u.  
 
Mar 1:38
 
En hij zeide tot hen: Laat ons heengaan naar de omliggende dorpen om ook daar te prediken; want hiertoe ben ik uitgegaan.  
 
Mar 1:39
 
Zo ging hij door geheel Galilea in hun synagogen prediken en duivelen uitwerpen.  
 
Mar 1:40
 
Eens kwam tot hem een melaatse, die, op de knieen vallend, hem smeekte: Indien gij wilt, kunt gij mij reinigen!  
 
Mar 1:41
 
En vol ontferming strekte Jezus de hand uit, raakte hem aan en zeide tot hem: Ik wil het; wees gereinigd.  
 
Mar 1:42
 
Dadelijk week de melaatsheid van hem en was hij gereinigd.  
 
Mar 1:43
 
Toen zond hij hem dadelijk weg  
 
Mar 1:44
 
en zeide op scherpen toon tot hem: Zorg hiervan aan niemand iets te zeggen, maar ga u aan den priester vertonen en offer voor uw reiniging wat Mozes hun tot een getuigenis heeft voorgeschreven.  
 
Mar 1:45
 
Doch hij begon zodra hij buiten was er overal van te spreken en de zaak ruchtbaar te maken; zodat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar daarbuiten in eenzame plaatsen vertoefde. Doch van alle kanten kwam men tot hem.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Matthew 1Matthew 281 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Mark 2Luke 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards