All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 8

Matthew 9:1-38

Matthew 10 Mark 1

Hollands LEI

 
 
 
Mat 9:1
 
Na zich ingescheept te hebben, stak hij over en kwam in zijn woonplaats. Daar bracht men hem een verlamde, die op een bed gelegd was.  
 
Mat 9:2
 
En toen Jezus hun geloof zag, zeide hij tot den verlamde: Mijn zoon, houd moed; uw zonden zijn vergeven.  
 
Mat 9:3
 
En zie, enige schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Het is godslasterlijk wat die man zegt!  
 
Mat 9:4
 
Jezus, die hun gedachten kende, zeide: Wat bedenkt gij daar slechte dingen!  
 
Mat 9:5
 
Wat toch is lichter, te zeggen: Uw zonden zijn vergeven, of te zeggen: sta op en loop?  
 
Mat 9:6
 
Opdat gij dan moogt weten dat de Mensenzoon de macht heeft op aarde zonden te vergeven, toen zeide hij tot den verlamde: Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis.  
 
Mat 9:7
 
En hij stond op en ging naar zijn huis.  
 
Mat 9:8
 
Op dit gezicht werden de scharen van vrees bevangen en prezen God, die zo grote macht aan de mensen gegeven had.  
 
Mat 9:9
 
Toen Jezus, van daar vertrokken, het belastingkantoor voorbijkwam en daar een man zag zitten, Mattheus genaamd, zeide hij tot hem: Volg mij en hij stond op en volgde hem.  
 
Mat 9:10
 
En zie, toen hij te huis aanlag, kwamen vele tollenaren en zondaren met Jezus en zijn leerlingen aanliggen.  
 
Mat 9:11
 
Toen de Farizeen dit zagen, zeiden zij tot zijn leerlingen: Waarom eet uw leermeester met tollenaren en zondaren?  
 
Mat 9:12
 
Hij hoorde het en zeide: De gezonden hebben geen geneesheer nodig, maar de zieken.  
 
Mat 9:13
 
Leert toch begrijpen wat het zeggen wil: Barmhartigheid wil ik en geen offer. Want ik ben niet gekomen om rechtschapenen te roepen, maar zondaren.  
 
Mat 9:14
 
Toen kwamen de leerlingen van Johannes tot hem met de vraag: Waarom vasten wij en de Farizeen, maar uw leerlingen niet?  
 
Mat 9:15
 
En Jezus zeide tot hen: De bruiloftsgasten kunnen toch geen rouw bedrijven zolang de bruidegom bij hen is! De dagen komen dat de bruidegom van hen weggenomen is; dan zullen zij vasten.  
 
Mat 9:16
 
Niemand zet ook een lap van ongevolde stof op een oud kleed; want het ingezette stuk trekt iets af van het kleed, en de scheur wordt erger.  
 
Mat 9:17
 
Ook giet men geen jongen wijn in oude zakken; anders scheuren de zakken, wordt de wijn verspild en gaan de zakken te loor. Maar giet men nieuwen wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide bewaard.  
 
Mat 9:18
 
Terwijl hij dit tot hen sprak, daar trad een aanzienlijk man nader, viel voor hem neer en zeide: Mijn dochter is daareven gestorven; maar kom haar de hand opleggen, dan zal zij herleven.  
 
Mat 9:19
 
En Jezus stond op en volgde hem met zijn leerlingen.  
 
Mat 9:20
 
En zie, een vrouw die twaalf jaar lang bloedvloeiing had gehad naderde hem van achteren en raakte den kwast van zijn kleed aan.  
 
Mat 9:21
 
Want zij zeide bij zichzelf: Als ik maar zijn kleed aanraak zal ik genezen.  
 
Mat 9:22
 
Maar Jezus keerde zich om en zeide toen hij haar zag: Houd moed, mijn dochter; uw geloof heeft u genezen. En van stonde af aan was de vrouw genezen.  
 
Mat 9:23
 
Toen Jezus in het huis van den heer gekomen was en er de fluitspelers en de misbaar makende schare zag,  
 
Mat 9:24
 
zeide hij: Gaat heen; want het meisje is niet gestorven, maar slaapt. En zij lachten om hem.  
 
Mat 9:25
 
Maar nadat de schare verwijderd was, ging hij naar binnen, vatte haar hand, en het meisje ontwaakte.  
 
Mat 9:26
 
Het gerucht hiervan verbreidde zich door dat gehele land.  
 
Mat 9:27
 
Toen Jezus van daar heenging, volgden hem twee blinden, die luidkeels riepen: Erbarm u over ons, zoon Davids!  
 
Mat 9:28
 
en toen hij in huis was gegaan, kwamen de blinden tot hem. Nu zeide Jezus tot hen: Gelooft gij dat ik dat kan doen? Zij zeiden tot hem: Ja, Heer.  
 
Mat 9:29
 
Toen raakte hij hun ogen aan en zeide: U geschiede naar uw geloof.  
 
Mat 9:30
 
En hun ogen openden zich. Toen zeide Jezus op strengen toon tot hen: Ziet toe! laat niemand het vernemen!  
 
Mat 9:31
 
Maar zij gingen heen en maakten hem in dat ganse land bekend.  
 
Mat 9:32
 
En zie, terwijl zij heengingen, bracht men hem een doofstommen bezetene.  
 
Mat 9:33
 
En toen de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. Waarop de scharen met verbazing zeiden: Zo iets heeft zich nooit in Israel voorgedaan!  
 
Mat 9:34
 
Maar de Farizeen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door den overste der duivelen.  
 
Mat 9:35
 
Jezus nu trok alle steden en dorpen rond, lerend in hun synagogen, predikend de Blijmare van het Koninkrijk en allerlei ziekten en kwalen genezend.  
 
Mat 9:36
 
En de schare ziende, kreeg hij innig medelijden met hen, omdat zij afgemat en uitgeput waren, als schapen zonder herder.  
 
Mat 9:37
 
Toen zeide hij tot zijn leerlingen: De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders;  
 
Mat 9:38
 
bidt dan den Heer van den oogst arbeiders te zenden om voor hem te oogsten.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 81 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 10Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards