All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 23

Matthew 24:1-51

Matthew 25 Mark 1

Hollands LEI

 
 
 
Mat 24:1
 
Jezus verliet den tempel en ging zijns weegs. Toen kwamen de leerlingen tot hem en wezen op de tempelgebouwen.  
 
Mat 24:2
 
En hij antwoordde hun: Ziet gij dit alles? Voorwaar, ik zeg u, geen steen zal hier op een anderen blijven liggen; alles zal afgebroken worden.  
 
Mat 24:3
 
Toen hij op den Olijfberg neerzat, kwamen zijn leerlingen, terwijl niemand anders er bij was, tot hem en zeiden: Zeg ons, wanneer zal dit alles geschieden, en waaraan zullen wij weten dat gij komt en de wereld ten einde gaat?  
 
Mat 24:4
 
Jezus gaf hun ten antwoord: Ziet toe dat gij u niet laat verleiden.  
 
Mat 24:5
 
Want velen zullen komen onder mijn naam, zeggende: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.  
 
Mat 24:6
 
Gij zult horen van oorlogen en oorlogsgeruchten; ziet toe, wordt niet ontroerd; want dat moet geschieden, maar is het einde nog niet.  
 
Mat 24:7
 
Want volk zal tegen volk opstaan; rijk tegen rijk; hier en daar zullen hongersnoden zijn en aardbevingen;  
 
Mat 24:8
 
dat alles is het begin der weeen.  
 
Mat 24:9
 
Dan zal men u overleveren aan mishandeling en u doden; gij zult door alle volken gehaat worden, omdat gij mijn naam draagt.  
 
Mat 24:10
 
En dan zullen velen ten val komen, elkander overleveren en haten.  
 
Mat 24:11
 
Ook zullen vele valse profeten opstaan en menig een verleiden.  
 
Mat 24:12
 
En doordat de ongerechtigheid toeneemt zal de liefde der meesten verkoelen;  
 
Mat 24:13
 
maar wie volhardt tot het eind, die zal gered worden.  
 
Mat 24:14
 
Eerst zal deze Blijmare, de Blijmare van het Koninkrijk, in geheel de wereld verkondigd worden, tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen.  
 
Mat 24:15
 
Wanneer gij dan den Gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door den profeet Daniel, in de heilige plaats ziet staan, wie dit leest lette er op!  
 
Mat 24:16
 
dat dan zij die in Judea zijn naar het gebergte vluchten;  
 
Mat 24:17
 
wie op het dak is kome er niet af om zijn goed uit zijn huis mee te nemen;  
 
Mat 24:18
 
wie op den akker is kere niet terug om zijn mantel te halen.  
 
Mat 24:19
 
Wee in die dagen de zwangere en de zoogende vrouwen!  
 
Mat 24:20
 
Bidt toch dat uw vlucht niet plaats hebbe in den winter of op een sabbat;  
 
Mat 24:21
 
want dan zal er een zo grote nood zijn als er nooit geweest is van den aanvang der wereld tot nu toe en er ook nooit meer zijn zal.  
 
Mat 24:22
 
Indien die dagen niet verkort werden, zou niets dat leeft behouden blijven; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen verkort worden.  
 
Mat 24:23
 
Wanneer dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus! of: Daar is hij! gelooft het niet;  
 
Mat 24:24
 
want valse Christussen en valse profeten zullen opstaan en zo grote wonderen en tekenen doen dat zij, zo mogelijk, zelfs de uitverkorenen zouden verleiden.  
 
Mat 24:25
 
Zie, ik heb het u voorzegd,  
 
Mat 24:26
 
Zegt men dan tot u: Zie, hij is in de woestijn! gaat er niet heen; Zie, hij is in de binnenkamers! gelooft het niet.  
 
Mat 24:27
 
Want zoals de bliksem uitschiet van het Oosten en licht tot het Westen, zo zal de komst van den Mensenzoon zijn.  
 
Mat 24:28
 
Waar het aas ligt verzamelen zich de gieren.  
 
Mat 24:29
 
Aanstonds na den nood dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan ophouden te schijnen, zullen de sterren van den hemel vallen en de hemelmachten wankelen.  
 
Mat 24:30
 
En dan zal het teken van den Mensenzoon zich aan den hemel vertonen; alle geslachten der aarde zullen zich op de borst slaan en den Mensenzoon zien komen op de wolken des hemels met grote macht en luister.  
 
Mat 24:31
 
Hij zal zijn engelen met luid bazuingeschal uitzenden, en zij zullen al zijn uitverkorenen van de vier hemelstreken, van het ene eind der hemelen tot het andere, verzamelen.  
 
Mat 24:32
 
Leert van den vijgeboom deze gelijkenis: Wanneer zijn takken zacht worden en zijn bladeren uitspruiten, dan weet gij dat de zomer nabij is;  
 
Mat 24:33
 
zo ook, wanneer gij dat alles ziet, weet dan dat hij nabij is, voor de deur staat.  
 
Mat 24:34
 
Voorwaar, ik zeg u, dit geslacht gaat niet voorbij voordat dit alles is geschied.  
 
Mat 24:35
 
Hemel en aarde zullen voorbijgaan, mijn woorden niet.  
 
Mat 24:36
 
Maar van dien dag en dat uur weet niemand iets; zelfs de engelen der hemelen of de Zoon niet; de Vader alleen weet het.  
 
Mat 24:37
 
Want evenals het ging in de dagen van Noach, zo zal de Mensenzoon verschijnen.  
 
Mat 24:38
 
Gelijk men in de dagen voor den Zondvloed at en dronk, huwde en ten huwelijk gaf, tot op den dag waarop Noach in de ark ging,  
 
Mat 24:39
 
en zij er niets van begrepen voordat de Zondvloed kwam en allen wegrukte, zo zal het bij de komst van den Mensenzoon gaan.  
 
Mat 24:40
 
Dan zullen twee op den akker zijn; de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten;  
 
Mat 24:41
 
twee vrouwen malen aan den handmolen; de ene wordt meegenomen, de andere achtergelaten.  
 
Mat 24:42
 
Waakt dan; want gij weet niet, op welken dag uw Heer komt.  
 
Mat 24:43
 
Gij begrijpt toch, als de huisbewoner geweten had, in welke nachtwake de dief zou komen, dan zou hij wel wakker zijn gebleven en niet hebben toegelaten dat in zijn huis ingebroken werd.  
 
Mat 24:44
 
Daarom weest ook gij bereid; want op een uur waarvan gij het niet vermoedt komt de Mensenzoon.  
 
Mat 24:45
 
Wie is nu de getrouwe en verstandige slaaf, dien zijn heer heeft gesteld over zijn onderhorigen om hun te rechter tijd spijs te geven?  
 
Mat 24:46
 
Zalig de slaaf dien zijn heer, wanneer hij komt, daarmee bezig vindt;  
 
Mat 24:47
 
voorwaar, ik zeg u, hij zal hem het beheer over al zijn goederen geven.  
 
Mat 24:48
 
Maar als die slaaf slecht is en bij zichzelf zegt: Mijn heer blijft nog lang uit!  
 
Mat 24:49
 
en zijn medeslaven begint te slaan, terwijl hijzelf eet en drinkt met dronkaards,  
 
Mat 24:50
 
dan zal de heer van dien slaaf komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een uur waarvan hij niets weet,  
 
Mat 24:51
 
en zal het in stukken houwen en hem het lot der huichelaars doen delen; daar zal het geween en het tandengeknars zijn.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 231 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 25Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards