All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 22

Matthew 23:1-39

Matthew 24 Mark 1

Hollands LEI

 
 
 
Mat 23:1
 
Toen sprak Jezus tot de schare en tot zijn leerlingen:  
 
Mat 23:2
 
Op den stoel van Mozes zitten de schriftgeleerden en Farizeen.  
 
Mat 23:3
 
Doet daarom nauwgezet alwat zij u zeggen; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het wel maar doen het niet.  
 
Mat 23:4
 
Zij binden zware lasten tezamen en leggen ze op de schouders der mensen, maar zelf steken zij er geen vinger naar uit.  
 
Mat 23:5
 
Al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden; want zij maken hun gebedsriemen breed en de kwasten groot,  
 
Mat 23:6
 
zijn er op gesteld de hoogste plaats bij maaltijden in te nemen en in de synagogen vooraan te zitten,  
 
Mat 23:7
 
op de markt gegroet en door de mensen rabbi genaamd te worden.  
 
Mat 23:8
 
Maar gij, laat u niet rabbi noemen; want een is uw meester en gij zijt allen broeders.  
 
Mat 23:9
 
Ook moet gij niemand op aarde vader noemen; want Een is uw Vader, Hij die in den hemel is.  
 
Mat 23:10
 
Ook moet gij u geen voorgangers noemen; want een is uw voorganger, de Christus.  
 
Mat 23:11
 
De grootste van u zij uw dienaar.  
 
Mat 23:12
 
Alwie zich verhoogt zal vernederd en alwie zich vernedert zal verhoogd worden.  
 
Mat 23:13
 
Wee u, schriftgeleerden en Farizeen, gij huichelaars; want gij sluit de deur van het Koninkrijk der hemelen voor de mensen dicht; gij gaat er zelf niet in, en hen die er willen ingaan verhindert gij in te gaan.  
 
Mat 23:14
 
 
 
Mat 23:15
 
Wee u, schriftgeleerden en Farizeen, gij huichelaars; want gij trekt zee en land rond om een Jodengenoot te maken, en wanneer hij het geworden is, maakt gij hem tot een kind der hel, tweemaal slechter dan gijzelf.  
 
Mat 23:16
 
Wee u, blinde leidslieden, die zegt: Zweert iemand bij den tempel, dat geldt niet; maar zweert hij bij het goud van den tempel, dan is hij gebonden.  
 
Mat 23:17
 
Gij dwazen en blinden, wat is meer, het goud of de tempel die het goud heiligt?  
 
Mat 23:18
 
En: Zweert iemand bij het altaar, dat geldt niet; maar zweert hij bij de gave die er op ligt, dan is hij gebonden.  
 
Mat 23:19
 
Gij blinden, wat is meer, de gave of het altaar dat de gave heiligt?  
 
Mat 23:20
 
Wie dan zweert bij het altaar zweert bij het altaar zelf en bij alwat er op ligt,  
 
Mat 23:21
 
en wie zweert bij den tempel zweert bij den tempel zelf en bij Hem die er in woont,  
 
Mat 23:22
 
en wie bij den hemel zweert zweert bij den troon Gods en bij Hem die daarop zit.  
 
Mat 23:23
 
Wee u, schriftgeleerden en Farizeen, gij huichelaars; want gij geeft tienden van munte, dille en komijn, maar de zwaardere geboden der wet laat gij na: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw; deze dingen moest men behartigen en gene niet nalaten.  
 
Mat 23:24
 
Gij blinde leidslieden, die de mug uitzift en den kameel door zwelgt!  
 
Mat 23:25
 
Wee u, schriftgeleerden en Farizeen, gij huichelaars; want gij reinigt de buitenzij van beker en schotel, maar daarbinnen zijn ze vol gestolen goed en onmatigheid.  
 
Mat 23:26
 
Gij blinde Farizeer, reinig eerst het binnenste van den beker; opdat ook het uitwendige rein worde.  
 
Mat 23:27
 
Wee u, schriftgeleerden en Farizeen, gij huichelaars; want gij gelijkt op gepleisterde graven: van buiten zien ze er fraai uit, maar van binnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei vuilnis.  
 
Mat 23:28
 
Zo zijt ook gij wel braaf in het oog der mensen, maar van binnen vol huichelarij en ongerechtigheid.  
 
Mat 23:29
 
Wee u, schriftgeleerden en Farizeen, gij huichelaars; want gij bouwt de graven der profeten en versiert de grafsteden der vromen,  
 
Mat 23:30
 
en zegt: Hadden wij geleefd in de dagen onzer vaderen, dan zouden wij niet medeplichtig zijn geweest aan den moord der profeten.  
 
Mat 23:31
 
Zo erkent gij dat gij zonen der profetenmoordenaars zijt.  
 
Mat 23:32
 
Maakt dan ook gij de maat uwer vaderen vol.  
 
Mat 23:33
 
Slangen, adderengebroed, hoe zoudt gij aan de veroordeling ter helle ontkomen?  
 
Mat 23:34
 
Daarom zend ik tot u profeten, wijzen en schriftgeleerden; sommige van hen zult gij doden en kruisigen, andere in uw synagogen geeselen en van de ene stad in de andere vervolgen;  
 
Mat 23:35
 
opdat over u kome al het onschuldige bloed dat op de aarde vergoten is, van het bloed van den rechtschapen Abel af tot dat van Zacharja den zoon van Barachja toe, dien gij tussen den tempel en het altaar vermoord hebt.  
 
Mat 23:36
 
Voorwaar, ik zeg u, al die moorden zullen op het hoofd van dit geslacht neerkomen.  
 
Mat 23:37
 
Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt en stenigt hen die tot u gezonden zijn, hoe vaak heb ik uw kinderen willen verzamelen, zoals een hen haar kiekens verzamelt onder haar vleugelen, maar gij hebt niet gewild.  
 
Mat 23:38
 
Zie, uw huis zal u in puin blijven liggen.  
 
Mat 23:39
 
Want ik zeg u, mij zult gij van nu af niet weder zien voordat gij zegt: Gezegend hij die komt met den naam des Heeren!  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 221 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 24Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards