All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 20

Matthew 21:1-46

Matthew 22 Mark 1

Hollands LEI

 
 
 
Mat 21:1
 
Toen zij Jeruzalem naderden en te Bethfage, aan den Olijfberg, kwamen, zond Jezus twee leerlingen uit met de opdracht:  
 
Mat 21:2
 
Gaat naar het dorp daar tegenover u; gij zult er aanstonds een ezelin, vastgebonden, vinden en een veulen bij haar; maakt ze los en brengt ze mij.  
 
Mat 21:3
 
En mocht iemand u iets daarvan zeggen, antwoordt dan: De Heer heeft ze nodig, dan zal hij ze dadelijk laten gaan.  
 
Mat 21:4
 
Dit is geschied opdat vervuld zou worden wat door den profeet is gesproken:  
 
Mat 21:5
 
Zegt der Dochter Sions: Zie, uw koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel en op een veulen, jong van een lastdier.  
 
Mat 21:6
 
De leerlingen dan gingen heen, deden zoals Jezus hun bevolen had,  
 
Mat 21:7
 
brachten de ezelin en het veulen en legden er klederen op. Jezus ging er op zitten.  
 
Mat 21:8
 
En van de schare spreidden de meesten hun klederen op den weg, anderen hieuwen takken van de bomen en strooiden die op den weg;  
 
Mat 21:9
 
en de scharen die hem vooruitliepen en die volgden riepen: Hozanna den zoon Davids! Gezegend met den naam des Heeren zij hij die komt! Hozanna in den hooge!  
 
Mat 21:10
 
En toen hij Jeruzalem binnentrok, kwam de gehele stad in opschudding. Men vroeg: Wie is dat?  
 
Mat 21:11
 
en de scharen zeiden: Dat is de profeet Jezus van Nazaret in Galilea.  
 
Mat 21:12
 
En Jezus ging den tempel binnen en dreef alle verkopers en kopers die in den tempel waren er uit, de tafels der wisselaars en de banken der duiven verkopers wierp hij omver,  
 
Mat 21:13
 
en hij zeide tot hen: Er staat geschreven: Mijn huis zal een bedehuis heten, maar gij maakt het tot een rovershol.  
 
Mat 21:14
 
Toen kwamen blinden en verlamden tot hem in den tempel, en hij genas hen.  
 
Mat 21:15
 
Maar de overpriesters en schriftgeleerden ergerden zich bij het zien van de wonderen die hij deed en van de kinderen die in den tempel riepen: Hozanna den zoon van David!  
 
Mat 21:16
 
en zeiden tot hem: Hoort gij wel wat zij daar roepen? En Jezus zeide: Ja. Hebt gij nooit gelezen: Uit den mond van kinderen en zuigelingen hebt gij u lof bereid?  
 
Mat 21:17
 
Hiermee keerde hij zich van hen af en ging de stad uit naar Bethanie, waar hij overnachtte.  
 
Mat 21:18
 
Toen hij den volgenden morgen naar de stad terugkeerde, kreeg hij honger  
 
Mat 21:19
 
en liep naar een vijgeboom, dien hij aan den weg zag, maar vond er niets dan bladeren aan. Nu zeide hij tot hem: In der eeuwigheid groeie aan u geen vrucht meer! En de vijgeboom verdorde onmiddellijk.  
 
Mat 21:20
 
Toen de leerlingen dit zagen, stonden zij verbaasd en zeiden: Hoe is die vijgeboom zo ineens verdord?  
 
Mat 21:21
 
En Jezus gaf hun ten antwoord: Voorwaar, ik zeg u, indien gij geloof hadt en niet twijfeldet, zoudt gij niet alleen doen wat ik met den vijgeboom deed, maar ook tot dezen berg zeggen: Hef u op en stort u in de zee! en het zou geschieden.  
 
Mat 21:22
 
Alwat gij in het gebed gelovig vraagt zult gij ontvangen.  
 
Mat 21:23
 
Toen hij in den tempel was gekomen en er leerde, kwamen de schriftgeleerden en de oudsten van het volk tot hem met de vraag: Door welke macht doet gij dit? en wie heeft u die macht gegeven?  
 
Mat 21:24
 
Jezus gaf hun ten antwoord: Ook ik wil u een ding vragen; indien gij mij dat zegt, zal ik U ook zeggen, door welke macht ik dit doe.  
 
Mat 21:25
 
De doop van Johannes, van waar was die: uit den hemel of uit de mensen? Nu overlegden zij bij zichzelf: Zeggen wij: Uit den hemel dan zal hij zeggen: Waarom hebt gij dan in hem niet geloofd?  
 
Mat 21:26
 
en zeggen wij: Uit de mensen dan zijn wij bevreesd voor de schare; want allen houden Johannes voor een profeet.  
 
Mat 21:27
 
Zij gaven dus ten antwoord: Wij weten het niet. Toen zeide ook hij tot hen: Dan zeg ik u ook niet, door welke macht ik dit doe.  
 
Mat 21:28
 
Maar wat dunkt u? iemand had twee zonen; hij kwam bij den eersten en zeide: Mijn zoon, ga vandaag in den wijngaard werken.  
 
Mat 21:29
 
En hij antwoordde: Jawel, heer maar ging niet.  
 
Mat 21:30
 
Toen kwam hij bij den tweeden en gaf hem hetzelfde bevel: en deze antwoordde: Ik wil niet, maar later kreeg hij berouw en ging wel.  
 
Mat 21:31
 
Wie van die twee heeft zijn vader gehoorzaamd? Zij zeiden: De laatste. Toen zeide Jezus tot hen: Voorwaar, ik zeg u, de tollenaars en lichtekooien zullen u voorgaan in het Koninkrijk Gods.  
 
Mat 21:32
 
Want Johannes is u den rechten weg komen wijzen, en gij hebt hem niet geloofd, maar de tollenaars en lichtekooien hebben hem geloofd, en hoewel gij dit zaagt, zijt gij niet later tot inkeer gekomen en in hem gaan geloven.  
 
Mat 21:33
 
Hoort een andere gelijkenis. Zeker heer had een wijngaard aangelegd, dien omtuind, een persbak er in uitgehouwen en een toren gebouwd; hij verpachtte hem aan landlieden en ging op reis.  
 
Mat 21:34
 
Toen de oogsttijd naderde, zond hij zijn slaven naar de pachters om de vruchten die hem toekwamen in ontvangst te nemen.  
 
Mat 21:35
 
Maar de pachters grepen zijn slaven, sloegen dezen, doodden genen, stenigden een derden.  
 
Mat 21:36
 
Opnieuw zond hij slaven, talrijker dan de eersten, en zij behandelden hen op dezelfde wijze.  
 
Mat 21:37
 
Eindelijk zond hij zijn zoon tot hen; want hij dacht: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben.  
 
Mat 21:38
 
Maar toen de pachters den zoon zagen, zeiden zij tot elkaar: Dat is de erfgenaam; komt, laten wij hem doden en zijn erfenis voor ons houden.  
 
Mat 21:39
 
Zij grepen hem dus, wierpen hem den wijngaard uit en doodden hem.  
 
Mat 21:40
 
Wanneer dan de eigenaar van den wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen?  
 
Mat 21:41
 
Zij zeiden tot hem: Hij zal het den slechtaards slecht laten vergaan en den wijngaard aan andere pachters verhuren, die hem te rechter tijd de vruchten zullen leveren.  
 
Mat 21:42
 
Hierop zeide Jezus tot hen: Hebt gij nooit in de Schriften gelezen: De steen dien de bouwlieden hebben verworpen, die is hoeksteen geworden; vanwege den Heer is dit geschied, en het is een wonder in ons oog?  
 
Mat 21:43
 
Daarom zeg ik u: Het Koninkrijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat de vruchten er van opbrengt.  
 
Mat 21:44
 
En wie op dezen steen valt zal verpletterd worden, en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.  
 
Mat 21:45
 
Toen de overpriesters en de Farizeen zijn gelijkenissen hoorden, begrepen zij dat hij op hen doelde.  
 
Mat 21:46
 
Zij zochten hem in hun macht te krijgen, maar vreesden de schare, omdat die hem voor een profeet hield.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 201 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 22Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards