All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 14

Matthew 15:1-39

Matthew 16 Mark 1

Hollands LEI

 
 
 
Mat 15:1
 
Toen kwamen enige Farizeen en schriftgeleerden uit Jeruzalem tot Jezus met de vraag:  
 
Mat 15:2
 
Waarom overtreden uw leerlingen de van de ouden overgeleverde inzettingen? Want zij wassen hun handen niet wanneer zij gaan eten.  
 
Mat 15:3
 
Hij gaf hun ten antwoord: Waarom overtreedt ook gij Gods gebod terwille van uw overlevering?  
 
Mat 15:4
 
Want God heeft gezegd: Eer uw vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt zal zeker ter dood gebracht worden.  
 
Mat 15:5
 
Maar gij zegt: Wanneer gij tot vader of moeder zegt: Een gave is wat u van mij zou kunnen te nutte komen, hij behoeft zijn vader of moeder niet te eren.  
 
Mat 15:6
 
Zo maakt gij Gods gebod krachteloos ter wille van uw overlevering.  
 
Mat 15:7
 
Huichelaars, terecht heeft Jezaja over u geprofeteerd:  
 
Mat 15:8
 
Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij verwijderd.  
 
Mat 15:9
 
Vergeefs vereren zij mij met hun leringen, die mensengeboden zijn.  
 
Mat 15:10
 
Nu riep hij de schare toe: Hoort en verstaat.  
 
Mat 15:11
 
Niet wat den mond ingaat verontreinigt den mens, maar wat den mond uitgaat, dat verontreinigt hem.  
 
Mat 15:12
 
Toen kwamen de leerlingen en zeiden tot hem: Weet gij wel dat de Farizeen bij het horen van uw woorden zich hebben geergerd?  
 
Mat 15:13
 
Hij antwoordde: Elke plant die niet door mijn hemelsen Vader is geplant zal ontworteld worden.  
 
Mat 15:14
 
Laat hen varen! Het zijn blinde leidslieden van blinden, en als de ene blinde den anderen leidt, vallen zij beiden in een kuil.  
 
Mat 15:15
 
Toen gaf Petrus hem ten antwoord: Verklaar ons de gelijkenis.  
 
Mat 15:16
 
Hij zeide tot hen: Zijt ook gij nog altijd zo onbevattelijk?  
 
Mat 15:17
 
Weet gij niet dat alwat den mond ingaat in den buik komt en in het geheim wordt uitgeworpen?  
 
Mat 15:18
 
Maar wat den mond uitgaat komt uit het hart, en dat verontreinigt den mens.  
 
Mat 15:19
 
Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenis, godslastering.  
 
Mat 15:20
 
Dat zijn de dingen die den mens verontreinigen; maar eten met ongewassen handen verontreinigt hem niet.  
 
Mat 15:21
 
En Jezus vertrok van daar en ging naar het land van Tyrus en Sidon.  
 
Mat 15:22
 
En zie, een Kananneesche vrouw uit die streek kwam buiten en riep: Erbarm u mijner, Heer, zoon Davids! mijn dochter is deerlijk bezeten.  
 
Mat 15:23
 
Hij antwoordde haar geen woord, en toen zijn leerlingen bij hem kwamen en hem verzochten: Zend haar weg; want zij roept ons na  
 
Mat 15:24
 
antwoordde hij: Ik ben alleen tot de verloren schapen van Israels huis gezonden.  
 
Mat 15:25
 
Maar zij kwam nader en viel voor hem neer, zeggend: Heer, help mij!  
 
Mat 15:26
 
Hij hernam: Het past niet het brood der kinderen te nemen en aan de honden toe te werpen.  
 
Mat 15:27
 
Maar zij zeide: Ja wel, Heer. Want ook de honden eten van de kruimels die van de tafel hunner heren afvallen.  
 
Mat 15:28
 
Toen antwoordde Jezus: Vrouw, uw geloof is groot. U geschiede naar uw wens. En haar dochter werd van dat uur af gezond.  
 
Mat 15:29
 
Van daar vertrokken, kwam Jezus aan de zee van Galilea, ging den berg op en zette zich neer.  
 
Mat 15:30
 
Toen kwamen talrijke scharen tot hem, met zich brengend lammen, kreupelen, blinden, stommen en vele anderen; men legde ze aan zijn voeten neer, en hij genas hen;  
 
Mat 15:31
 
zodat de schare zich verwonderde, ziende hoe de stommen spraken, de kreupelen hersteld waren, de lammen liepen en de blinden zagen; en zij verheerlijkten den God Israels.  
 
Mat 15:32
 
Nu riep Jezus zijn leerlingen bij zich en zeide: Ik heb medelijden met de schare; want zij zijn nu reeds drie dagen bij mij en hebben niets te eten; ik wil hen niet hongerig laten gaan; zij mochten eens onderweg bezwijken.  
 
Mat 15:33
 
De leerlingen zeiden tot hem: Hoe krijgen wij in deze onbewoonde plaats brood genoeg om zulk een menigte te verzadigen?  
 
Mat 15:34
 
En Jezus zeide tot hen: Hoeveel brooden hebt gij? Zij zeiden: Zeven en enige weinige vissen.  
 
Mat 15:35
 
Toen beval hij de schare zich op den grond neer te vlijen,  
 
Mat 15:36
 
nam de zeven brooden en de vissen, brak ze, na er de dankzegging over uitgesproken te hebben, en gaf ze aan de leerlingen, die ze aan de schare gaven.  
 
Mat 15:37
 
Allen aten en werden verzadigd. De overgeschoten brokken nam men op, zeven manden vol.  
 
Mat 15:38
 
Het aantal van hen die gegeten hadden was vierduizend mannen, behalve vrouwen en kinderen.  
 
Mat 15:39
 
Na de schare te hebben weggezonden, scheepte hij zich in en kwam in den omtrek van Magadan.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 141 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 16Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards