All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 12

Matthew 13:1-58

Matthew 14 Mark 1

Hollands LEI

 
 
 
Mat 13:1
 
Op dien dag verliet Jezus zijn huis en zette zich aan de zee neer.  
 
Mat 13:2
 
Nu verzamelden zich zovele scharen om hem dat hij op een schip zitten ging, terwijl de schare op den oever stond.  
 
Mat 13:3
 
Hij sprak veel tot hen in gelijkenissen, aldus: Een zaaier ging uit om te zaaien  
 
Mat 13:4
 
Toen hij zaaide, viel een deel langs den weg, en de vogels kwamen en aten het op.  
 
Mat 13:5
 
Een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had, en schoot terstond op, omdat het slechts een dunne laag aarde vond;  
 
Mat 13:6
 
maar toen de zon was opgegaan, verschroeide het en verdorde, omdat het geen wortel had.  
 
Mat 13:7
 
Een ander deel viel op de doornen, en de doornen schoten op en verstikten het.  
 
Mat 13:8
 
Een ander deel viel in de goede aarde en leverde vrucht, honderd voud, zestig voud of dertigvoud.  
 
Mat 13:9
 
Wie oren heeft hore!  
 
Mat 13:10
 
Hierop kwamen de leerlingen tot hem en zeiden: Waarom spreekt gij tot U. hen in gelijkenissen?  
 
Mat 13:11
 
Hij gaf hun ten antwoord: Omdat het u gegeven is de heilsgeheimen van het Koninkrijk der hemelen te verstaan, maar hun is dit niet gegeven.  
 
Mat 13:12
 
Want alwie heeft, hem zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, van hem zal ook wat hij heeft weggenomen worden.  
 
Mat 13:13
 
Daarom spreek ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen.  
 
Mat 13:14
 
In hen wordt de profetie van Jezaja vervuld: Met het gehoor zult gij horen en toch niet verstaan, ziende zult gij zien en toch geen inzicht hebben.  
 
Mat 13:15
 
Want het hart van dit volk is dik geworden, met de oren hoorden zij bezwaarlijk, en hun ogen sloten zij; opdat zij niet met de ogen zouden zien, met de oren horen, met het hart verstaan en zich bekeren, en ik hen geneze.  
 
Mat 13:16
 
Uw ogen daarentegen zijn zalig omdat zij zien en uw oren omdat zij horen.  
 
Mat 13:17
 
Waarlijk, ik zeg u, vele profeten en rechtschapenen hebben begeerd te zien wat gij aanschouwt, maar zagen het niet, en te horen wat gij hoort, maar hoorden het niet.  
 
Mat 13:18
 
Verneemt gij dus de gelijkenis van den zaaier.  
 
Mat 13:19
 
Wanneer iemand het woord van het Koninkrijk hoort en niet verstaat, dan komt de Boze en rooft wat in zijn hart gezaaid is; dit is de weg waarlangs het zaad gevallen is.  
 
Mat 13:20
 
De steenachtige plaats waarop het zaad viel, dat is hij die het woord hoort en dadelijk met vreugde aanneemt;  
 
Mat 13:21
 
doch hij heeft geen wortel in zichzelf, maar is een mens van het ogenblik: bij druk of vervolging om het woord komt hij aanstonds ten val.  
 
Mat 13:22
 
De doornen waartussen het zaad gevallen is, dat is hij die het woord hoort, en de wereldse zorgen en de verleiding van den rijkdom verstikken het en het blijft onvruchtbaar.  
 
Mat 13:23
 
En de goede aarde waarop het zaad viel, dat is hij die het woord hoort en verstaat, die vrucht draagt en of honderd voud, of zestig voud, of dertigvoud voortbrengt.  
 
Mat 13:24
 
Een andere gelijkenis hield hij hun aldus voor: Het gaat met het Koninkrijk der hemelen als met een mens die goed zaad in zijn akker zaaide:  
 
Mat 13:25
 
maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen.  
 
Mat 13:26
 
Toen nu het graan ontkiemde en vrucht begon te krijgen, vertoonde zich ook het onkruid.  
 
Mat 13:27
 
De slaven van den eigenaar kwamen bij hem en zeiden: Heer, hebt gij niet goed zaad op uw akker gezaaid; hoe komt hij dan aan dat onkruid?  
 
Mat 13:28
 
Hij zeide: Een vijandig mens heeft dat gedaan. Nu vroegen de slaven hem: Wilt gij dan dat wij het gaan uitwieden?  
 
Mat 13:29
 
Maar hij zeide: Neen. Gij mocht eens bij het uitwieden van het onkruid tegelijk de tarwe uittrekken.  
 
Mat 13:30
 
Laat ze beide opgroeien tot aan den oogst; en in den oogsttijd zal ik aan de maaiers zeggen: Brengt eerst het onkruid bijeen en bindt het aan bossen om het te verbranden, maar brengt de tarwe in mijn schuur.  
 
Mat 13:31
 
Een andere gelijkenis hield hij hun aldus voor: Het gaat met het Koninkrijk der hemelen als met een mosterdzaadje, dat iemand nam en op zijn akker zaaide.  
 
Mat 13:32
 
Het is wel het kleinste van alle zaden, maar wanneer het opwast, is het groter dan de moeskruiden en wordt een boom; zodat de vogelen des hemels in zijn takken komen nestelen.  
 
Mat 13:33
 
Een andere gelijkenis verhaalde hij hun: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeesem, door een vrouw in drie schepels meel gemengd, totdat dit geheel was gegist.  
 
Mat 13:34
 
Dit alles sprak Jezus voor de scharen in gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak hij tot hen niet;  
 
Mat 13:35
 
opdat vervuld zou worden wat door den profeet gezegd is: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, uitbrengen wat van den beginne verborgen is.  
 
Mat 13:36
 
Toen liet hij de scharen van zich gaan en ging naar huis. Nu kwamen zijn leerlingen tot hem met het verzoek: Leg ons de gelijkenis van het onkruid op den akker uit.  
 
Mat 13:37
 
Hij gaf ten antwoord: Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon,  
 
Mat 13:38
 
de akker is de wereld, het goede zaad zijn de zonen des Koninkrijks, het onkruid de zonen van den Boze,  
 
Mat 13:39
 
de vijand die het zaait is de Duivel, de oogst is de voleinding der wereld, de maaiers zijn de engelen.  
 
Mat 13:40
 
Dus, evenals het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het geschieden bij de voleinding der wereld:  
 
Mat 13:41
 
de Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit z n Koninkrijk alle verleiders en ongehoorzamen aan de wet verzamelen  
 
Mat 13:42
 
en in den vuuroven werpen; daar zal geween en tandengeknars zijn.  
 
Mat 13:43
 
Dan zullen de rechtschapenen in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon. Wie oren heeft hore!  
 
Mat 13:44
 
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een in een akker verborgen schat; iemand vindt dien, verbergt hem, gaat vol vreugde daarover alwat hij bezit verkopen en koopt dien akker.  
 
Mat 13:45
 
Ook gaat het met het Koninkrijk der hemelen als met een koopman die naar schone paarlen zoekt:  
 
Mat 13:46
 
toen hij er een van buitengewone waarde vond, ging hij alwat hij bezat te gelde maken en kocht die parel.  
 
Mat 13:47
 
Verder gaat het met het Koninkrijk der hemelen als met een net dat in zee geworpen is en van allerlei verzamelt;  
 
Mat 13:48
 
wanneer het vol is, trekken zij het op den oever, gaan zitten, zoeken het bruikbare er uit en werpen dat in de manden; het ontuig gooien zij weg.  
 
Mat 13:49
 
Zo zal het in de voleinding der wereld gaan: de engelen gaan dan uit, halen de bozen midden uit de rechtschapenen  
 
Mat 13:50
 
en werpen ze in den vuuroven; daar zal geween en tandengeknars zijn.  
 
Mat 13:51
 
Verstaat gij dit alles? Zij zeiden tot hem: Ja.  
 
Mat 13:52
 
Hij zeide tot hen: Daarom is ieder schriftgeleerde die onderwezen is voor het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een heer des huizes die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn brengt.  
 
Mat 13:53
 
Toen Jezus met al deze gelijkenissen ten einde was, vertrok hij van daar,  
 
Mat 13:54
 
en in zijn vaderstad gekomen, leerde hij hun in hun synagoge; zodat zij versteld stonden en zeiden: Van waar heeft deze die wijsheid en die wonderkrachten?  
 
Mat 13:55
 
Is hij niet de zoon van den timmerman? Heet zijn moeder niet Maria, en zijn broeders Jacobus, Jozef, Simon en Judas?  
 
Mat 13:56
 
En zijn zusters, wonen zij niet allen onder ons? Van waar heeft hij dan dit alles?  
 
Mat 13:57
 
Zo was hij hun een aanstoot. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is alleen ongeeerd in zijn vaderland en huis.  
 
Mat 13:58
 
En hij deed daar met veel wonderen vanwege hun ongeloof.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 121 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 14Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards