All NT OTBook
Compare Texts
Leviticus 1 Numbers 22

Numbers 23:1-30

Numbers 24 Deuteronomy 1

Hollands LEI

 
 
 
Num 23:1
 
Toen zeide Bileam tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren en bereid mij hier zeven stieren en zeven rammen.  
 
Num 23:2
 
Balak deed wat Bileam gezegd had en offerde een stier en een ram op elk altaar.  
 
Num 23:3
 
Nu zeide Bileam tot Balak: Blijf bij uw brandoffer staan, terwijl ik heenga; wellicht staat de Heer mij een ontmoeting toe, en ik zal hetgeen hij mij toont u mededelen. Zo ging hij heen, om toverij te plegen.  
 
Num 23:4
 
En God kwam Bileam tegen. Hij zeide tot hem: Ik heb de zeven altaren in orde gemaakt en op elk een stier en een ram geofferd.  
 
Num 23:5
 
Daarop legde de Heer Bileam een woord in den mond en zeide: Keer tot Balak terug, en zo zult gij spreken.  
 
Num 23:6
 
Toen hij tot hem terugkeerde, daar stond hij bij zijn brandoffer, met al de vorsten van Moab.  
 
Num 23:7
 
En hij hief zijn spreuk aan en zeide: Uit Aram voerde Balak mij, Moabs koning uit het oostelijk gebergte: Kom mij Jakob vervloeken, kom Israel aangrimmen! --  
 
Num 23:8
 
Hoe zou ik verwensen wien God niet verwenst? aangrimmen op wien de Heer niet vergramd is?  
 
Num 23:9
 
Want van der rotsen top zie ik hem, van de heuvelen aanschouw ik hem. Ziedaar een volk dat afgezonderd woont, zich niet rekent onder de natien.  
 
Num 23:10
 
Wie heeft het stof van Jakob nagerekend, wie Israels tienduizenden geteld? Laat mij sterven den dood der oprechten, en mijn toekomst zijn als de hunne!  
 
Num 23:11
 
Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt ge me daar gedaan! Om mijn vijanden te verwensen heb ik u gehaald, en zowaar, gij hebt een zegen uitgesproken.  
 
Num 23:12
 
Hij antwoordde en zeide: Zou ik er niet op toezien, juist dat te spreken wat de Heer mij in den mond legt?  
 
Num 23:13
 
Hierop zeide Balak tot hem: Ga toch met mij naar een andere plaats, van waar gij het wel zien kunt, maar slechts gedeeltelijk; het geheel zult gij er niet zien; en verwens het mij van daar.  
 
Num 23:14
 
Hij nam hem dan mede naar het Wachtersveld, op den top van den Pisga, bouwde er zeven altaren en offerde op elk er van een stier en een ram.  
 
Num 23:15
 
En hij zeide tot Balak: Blijf evenals den vorigen keer bij uw brandoffer staan; dan zal ik mij op dezelfde wijze laten ontmoeten.  
 
Num 23:16
 
En de Heer ontmoette Bileam, legde hem een woord in den mond en zeide: Keer tot Balak terug, en zo zult gij spreken.  
 
Num 23:17
 
Toen hij bij hem kwam daar stond hij met de vorsten van Moab bij zijn brandoffer. En Balak zeide tot hem: Wat heeft de Heer gesproken?  
 
Num 23:18
 
Toen hief hij zijn spreuk aan en zeide: Sta, op, Balak, en hoor, leen mij het oor, zoon van Sippor!  
 
Num 23:19
 
God is geen man, dat hij zijn woord zou breken, geen menschenkind, dat hem iets rouwen zou. Zou hij iets zeggen dat hij niet volbrengt, iets spreken dat hij niet gestand doet?  
 
Num 23:20
 
Zie, te zegenen is mij opgedragen, en zegenen zal ik, onherroepelijk.  
 
Num 23:21
 
Ik aanschouw geen onheil in Jakob, noch zie ik rampspoed in Israel.  
 
Num 23:22
 
De Heer, zijn god, is met hen, gejubel ter ere eens konings onder hen.  
 
Num 23:23
 
Want er is geen wichelarij in Jakob, geen waarzeggerij in Israel; te zijner tijd wordt tot Jakob gezegd en tot Israel wat God bezig is te doen.  
 
Num 23:24
 
Ziedaar een volk dat als een roofdier zich opricht, als een leeuw zich verheft, niet gaat liggen voordat het buit te eten en bloed van verslagenen te drinken heeft.  
 
Num 23:25
 
Toen zeide Balak tot Bileam: Verwens het dan niet en zegen het niet!  
 
Num 23:26
 
Maar Bileam antwoordde en zeide tot Balak: Ik heb u immers gezegd: Alwat de Heer spreken zal, dat zal ik doen?  
 
Num 23:27
 
En Balak zeide tot Bileam: Welaan, ik zal u naar een andere plaats medenemen; wellicht zal het in Gods oog recht zijn dat gij het mij van daar verwenst.  
 
Num 23:28
 
Zo nam Balak Bileam mede naar den top van den Peor, die over de wildernis heenziet.  
 
Num 23:29
 
En Bileam zeide tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren en bereid mij hier zeven stieren en zeven rammen.  
 
Num 23:30
 
En Balak deed zoals Bileam had gezegd en offerde een stier en een ram op elk altaar.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Leviticus 1Numbers 222 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 Numbers 24Deuteronomy 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards