All NT OTBook
Compare Texts
Leviticus 1 Numbers 14

Numbers 15:1-41

Numbers 16 Deuteronomy 1

Hollands LEI

 
 
 
Num 15:1
 
De Heer zeide tot Mozes:  
 
Num 15:2
 
Spreek tot de Israelieten en zeg hun: Wanneer gij komt in het land uwer inwoning, dat ik u geven ga,  
 
Num 15:3
 
en gij aan den Heer een vuuroffer brengt, hetzij brandoffer, hetzij slachtoffer, tot vervulling ener gelofte, als vrijwillige gave of op uw feestgetijden, om een liefelijken geur te bereiden voor den Heer, uit runderen of kleinvee,  
 
Num 15:4
 
dan zal hij die zijn gave aan den Heer brengt een meeloffer van een tiende bloem, met een kwart stoop olie aangemengd, brengen,  
 
Num 15:5
 
en gij zult een kwart stoop wijn ten plengoffer bij het brandoffer of slachtoffer voegen; dit bij elk lam.  
 
Num 15:6
 
En bij een ram zult gij als meeloffer voegen twee tiende bloem, met een derde stoop olie aangemengd;  
 
Num 15:7
 
en een derde stoop wijn zult gij als plengoffer ten liefelijken geur aan den Heer brengen.  
 
Num 15:8
 
En indien gij een rund ten brandoffer of ten slachtoffer brengt, tot vervulling ener gelofte of als dankoffer aan den Heer,  
 
Num 15:9
 
dan zult gij bij het rund als meeloffer brengen drie tiende bloem, met een halve stoop olie aangemengd;  
 
Num 15:10
 
en ten plengoffer zult gij een halve stoop wijn brengen, als vuuroffer ten liefelijken geur voor den Heer.  
 
Num 15:11
 
Zo zal bij elken stier, elken ram, elk schaap en elke geit gedaan worden;  
 
Num 15:12
 
bij elk der dieren die gij offert, stuk voor stuk, zult gij alzo handelen.  
 
Num 15:13
 
Elke inboorling zal deze dingen op dezelfde wijze doen, wanneer hij een vuuroffer ten liefelijken geur aan den Heer brengt;  
 
Num 15:14
 
en wanneer een vreemde die tijdelijk onder u vertoeft, of een die van oudsher in uw midden woont, een vuuroffer ten liefelijken geur aan den Heer wil brengen, dan zal hij eveneens handelen als gij.  
 
Num 15:15
 
Een en dezelfde inzetting geldt voor u en voor den vreemde die onder u vertoeft; een eeuwige inzetting is het, ook voor uw nageslacht:  
 
Num 15:16
 
gij en de vreemden zult voor den Heer gelijk zijn; een en dezelfde wet en hetzelfde recht gelden voor u en voor den vreemde die onder u vertoeft.  
 
Num 15:17
 
De Heer zeide tot Mozes:  
 
Num 15:18
 
Spreek tot de Israelieten en zeg hun: Wanneer gij gekomen zijt in het land waarin ik u brengen ga,  
 
Num 15:19
 
en gij van het brood des lands zult eten, dan moet gij een gave aan den Heer wijden.  
 
Num 15:20
 
De keur van uw meel zult gij, tot een koek verwerkt, als gave wijden; evengoed als de gave van den dorschvloer zult gij haar wijden.  
 
Num 15:21
 
Van de keur van uw meel zult gij aan den Heer een gave geven, ook in de volgende geslachten.  
 
Num 15:22
 
Wanneer gij bij vergissing een van al deze geboden die de Heer aan Mozes medegedeeld heeft niet opvolgt,  
 
Num 15:23
 
iets van alwat de Heer u door tussenkomst van Mozes geboden heeft, van den dag af waarop de Heer geboden gegeven heeft en later, ook aan uw nageslacht,  
 
Num 15:24
 
dan zal de gehele gemeente, indien het buiten haar weten bij vergissing geschied is, een jongen stier ten brandoffer brengen, ten liefelijken geur voor den Heer, met het meel offer en plengoffer dat er bij behoort, benevens een geitebok ten zondoffer.  
 
Num 15:25
 
Dan zal de priester voor de gehele gemeente der Israelieten verzoening bewerken, en hun vergiffenis verleend worden; want het was een vergissing, en zij hebben hun gave, een vuuroffer, voor den Heer, benevens hun zondoffer, tot delging hunner vergissing, voor den Heer gebracht.  
 
Num 15:26
 
Zo zal de gehele gemeente der Israelieten, alsmede de vreemden die in haar midden vertoeven, vergiffenis erlangen, want de vergissing ging het gehele volk aan.  
 
Num 15:27
 
Indien een enkel persoon bij vergissing zondigt, dan zal hij een eenjarige geit ten zondoffer brengen,  
 
Num 15:28
 
en de priester zal voor dien persoon die bij vergissing voor den Heer een zonde begaan heeft verzoening bewerken om voor hem verzoening te erlangen; dan verkrijgt hij vergiffenis.  
 
Num 15:29
 
Voor den inboorling onder de Israelieten en voor den vreemde die in hun midden vertoeft, voor u geldt een en dezelfde wet, ten opzichte van hem die iets bij vergissing doet.  
 
Num 15:30
 
Maar de mens die, inboorling of vreemde, het moedwillig doet, beschimpt den Heer. Daarom zal die mens uitgeroeid worden uit het midden zijns volks;  
 
Num 15:31
 
want hij heeft des Heeren woord geminacht en zijn gebod gebroken. Die mens zal stellig uitgeroeid worden; zijn schuld is op hem.  
 
Num 15:32
 
Terwijl de Israelieten in de woestijn waren, betrapten zij eens een man die op den sabbatdag hout sprokkelde.  
 
Num 15:33
 
Zij die hem betrapt hadden terwijl hij hout sprokkelde brachten hem tot Mozes, Aaron en de gehele gemeente.  
 
Num 15:34
 
Men zette hem in verzekerde bewaring, omdat niet beslist was wat met hem gedaan moest worden.  
 
Num 15:35
 
Toen zeide de Heer tot Mozes: Ter dood gebracht worde die man; de gehele gemeente moet hem stenigen buiten de legerplaats.  
 
Num 15:36
 
Dientengevolge voerde de gehele gemeente hem buiten de legerplaats en steenigde hem ten dode, gelijk de Heer Mozes bevolen had.  
 
Num 15:37
 
De Heer zeide tot Mozes:  
 
Num 15:38
 
Spreek tot de Israelieten en zeg hun, dat zij, alsmede hun nageslacht, zich kwasten maken aan de hoeken van hun klederen en op die hoekkwasten een violetkleurigen draad zetten.  
 
Num 15:39
 
Deze zal voor u tot een teken zijn: wanneer gij dien ziet zult gij indachtig worden aan al de geboden des Heeren en ze volbrengen; zodat gij u niet door hartewens en oogenlust laat vervoeren die gij thans naboeleert,  
 
Num 15:40
 
maar opdat gij al mijn geboden indachtig wordt, ze volbrengt en uwen god eilig zijt.  
 
Num 15:41
 
Ik ben de Heer, uw god, die u uit Egypteland heb uitgeleid, om u ten God te zijn, ik ben de Heer, uw god.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Leviticus 1Numbers 141 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Numbers 16Deuteronomy 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards