All NT OTBook
Compare Texts
Habakkuk 1 Zephaniah 1

Zephaniah 2:1-15

Zephaniah 3 Haggai 1

Hollands LEI

 
 
 
Zep 2:1
 
Buig u, buig u neder, volk dat niet wordt begeerd,  
 
Zep 2:2
 
voordat gij aan wegstuivend kaf gelijk wordt, voordat over u de dag van 's Heeren toorn komt.  
 
Zep 2:3
 
Zoekt allen den Heer, ellendigen des lands, die zijn verordeningen volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; wellicht zult gij verborgen blijven op den dag van 's Heeren toorn.  
 
Zep 2:4
 
Want Gaza zal een verlaten plaats, Askelon een woestenij worden; Asdod zal men op den middag uiteenjagen, Ekron zal worden ontworteld.  
 
Zep 2:5
 
Wee den bewoners der zeekust, het volk der Krethiers! Het woord van den Heer treft u, Kanaan, land der Filistijnen; ik zal u tegronderichten, zodat gij geen bevolking meer hebt;  
 
Zep 2:6
 
de zeekust zal een oord voor herders, een verblijfplaats voor schapen worden;  
 
Zep 2:7
 
zij zal aan het overschot van het huis Juda ten deel vallen, dat aan zee weiden en zich des avonds in Askelons huizen neerleggen zal; want de Heer, hun god, zal op hen achtslaan en hun lot wenden.  
 
Zep 2:8
 
Ik heb het smaden van Moab gehoord, het schimpen der Ammonieten, hoe zij mijn volk smaadden, een groot woord voerden tegen mijn grondgebied.  
 
Zep 2:9
 
Daarom, zo waar als ik leef, spreekt de Heer der heirscharen, Israels god, Moab zal aan Sodom gelijk worden, Ammon aan Gomorra, een erve van distels, een zoutgroeve, een woestenij voor eeuwig; het overschot mijns volks zal het buitmaken, de rest mijner natie het ten erve ontvangen.  
 
Zep 2:10
 
Dit hebben zij voor hun hoogmoed, omdat zij het volk van den Heer der heirscharen gesmaad, en een groot woord daartegen gevoerd hebben.  
 
Zep 2:11
 
Vreselijk treedt de Heer tegen hen op; want hij doet wegteren alle goden der aarde; opdat ieder uit zijn woonplaats zich voor hem neerwerpe, al de kustlanden der heidenen.  
 
Zep 2:12
 
Ook gij, Ethiopiers, zijt verslagenen door zijn zwaard.  
 
Zep 2:13
 
Dan strekt hij zijn hand tegen het Noorden uit en richt Assur te gronde, maakt Nineve tot een wildernis, een oord dor als een woestijn;  
 
Zep 2:14
 
daar zullen kudden neerliggen en allerlei wild gedierte, kraaien en reigers overnachten op haar kapitelen, vogels krijschen in de vensters, raven op de drempels, en men zal zeggen:  
 
Zep 2:15
 
Dit is de dartele stad, die onbezorgd neerzat, die bij zichzelf zeide: Ik ben het, en anders geen. --Wat is zij tot een ontzetting geworden, een leger voor het wild gedierte! leder die haar voorbijtrekt sist en zwaait met de hand.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Habakkuk 1Zephaniah 11 2 3 Zephaniah 3Haggai 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards