All NT OTBook
Compare Texts
Jonah 1 Micah 5

Micah 6:1-16

Micah 7 Nahum 1

Hollands LEI

 
 
 
Mic 6:1
 
Hoort toch, wat de Heer spreekt! Sta op, vang een geding aan ten aanhoren der bergen, en dat de heuvelen naar u luisteren!  
 
Mic 6:2
 
Hoort, bergen, het geding van den Heer, leent het oor, gij grondvesten des aardrijks; want de Heer heeft een geding tegen zijn volk, een aanklacht tegen Israel.  
 
Mic 6:3
 
Mijn volk, wat heb ik u gedaan? Waarmee--antwoord mij--heb ik u vermoeid?  
 
Mic 6:4
 
Ik heb u opgevoerd uit Egypteland, uit het slavenhuis verlost, Mozes, Aaron en Mirjam aan uw spits doen gaan.  
 
Mic 6:5
 
Mijn volk, gedenk toch, wat Balak, Moabs koning, beraamde, en wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde, van Sjittim tot Gilgal--opdat gij 's Heeren gerechte daden moogt erkennen.  
 
Mic 6:6
 
Waarmee zal ik voor den Heer treden, mij buigen voor God in den hooge? Zal ik voor hem treden met brandoffers, met eenjarige stierkalveren?  
 
Mic 6:7
 
Zal de Heer welgevallen hebben in duizenden rammen, in tienduizenden stromen olie? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn misdrijf, de vrucht van mijn schoot voor mijn zonde?  
 
Mic 6:8
 
U is meegedeeld, o mens, wat goed is en wat de Heer van u vraagt: Niets dan recht doen, vroomheid liefhebben en ootmoedig wandelen met uw God.  
 
Mic 6:9
 
Hoort, de Heer roept der stad toe--en doorzicht is het zijn naam te vrezen, hoort naar de roede en hem die haar bestelde: --  
 
Mic 6:10
 
Ik zal een einde maken aan goddeloze schatten, en toornen tegen een schrale maat.  
 
Mic 6:11
 
Zou ik haar voor rein houden met haar goddeloze weegschalen, met haar buidel vol valse gewichten?  
 
Mic 6:12
 
haar, wier rijkaards vol geweldenarij zijn, wier inwoners leugen spreken, wier tong in hun mond vol bedrog is?  
 
Mic 6:13
 
Ook ben ik begonnen u te slaan, verwoesting aan te richten om uw zonden.  
 
Mic 6:14
 
Gij zult eten, maar niet verzadigd worden: het verlangen blijft in uw binnenste; gij zult het uwe trachten te bergen, maar het niet redden, en wat gij nog redt zal ik aan het zwaard overleveren.  
 
Mic 6:15
 
Gij zult zaaien, maar niet oogsten, olijven treden, maar u niet met olie zalven, most maken, maar geen wijn drinken.  
 
Mic 6:16
 
De inzettingen van Omri hebt gij inachtgenomen, alwat het huis van Achab gedaan heeft hebt gij nagedaan, hun raadslagen hebt gij gevolgd; opdat ik u zou maken tot een ontzetting, en uw inwoners tot een voorwerp van gesis. Den smaad van de volken zult gij dragen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Jonah 1Micah 51 2 3 4 5 6 7 Micah 7Nahum 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards