| |
Hollands LEI |  | |
 |
| |
| | Mic 2:1 | Wee hun die op iets slechts zinnen op hun legersteden, het volbrengen des morgens in het volle licht; want het staat in hun macht:
| |
| | Mic 2:2 | zij begeren akkers en roven ze; huizen, en nemen ze weg; door afpersing maken zij zich meester van den man en zijn huis, van den eigenaar en zijn erfdeel.
| |
| | Mic 2:3 | Daarom, zo spreekt de Heer, zie, ik zin tegen dit geslacht op een kwaad, een waaruit gij uw hals niet bevrijden kunt, en waaronder gij niet in staat zijt rechtop te gaan; want een kwade tijd zal het zijn.
| |
| | Mic 2:4 | Te dien dage zal men van u een lied zingen en dit klaaglied aanheffen: Verloren zijn wij, verloren! De akkers van mijn volk worden bij de maat weggeschonken, en men geeft het die niet terug. Aan hen die ons wegvoeren wordt ons veld uitgedeeld;
| |
| | Mic 2:5 | dies zal men voor ons geen meetsnoer bij loting meer werpen.
| |
| | Mic 2:6 | "Laat toch in 's Heeren gemeente uw reden niet stromen! Neen, zij mogen daarover hun reden niet laten stromen; het smalen houdt niet op!
| |
| | Mic 2:7 | Is het huis Jakob verstoten? Is de Heer mismoedig geworden? Zijn dit zijn daden? Brengen niet zijn woorden Israel geluk aan?"
| |
| | Mic 2:8 | Als gisteren is mijn volk: het staat als vijand op tegen hem met wien het in vrede leeft; berooft van klederen niets kwaads vermoedende voorbijgangers, lieden die de oorlogswapenen gebroken hebben;
| |
| | Mic 2:9 | de vrouwen mijns volks verdrijft gij uit het huis dat haar lief is, gij neemt van haar kinderen voorgoed den opschik weg.
| |
| | Mic 2:10 | Staat op en gaat heen! want hier is voor u geen rustplaats; wegens verontreiniging zult gij gewelddadig te gronde, ja, te gronde gaan.
| |
| | Mic 2:11 | Indien een man die met wind en valsheid aankomt hun voorliegt: Over wijn en sterken drank zal ik voor u mijn reden doen stromen--dat is een prediker voor dit volk. --
| |
| | Mic 2:12 | Herzamelen, herzamelen wil ik gans Jakob, bijeen brengen, bijeenbrengen het overschot van Israel; bij elkaar zal ik het zetten, als schapen in een omheining, als een kudde te midden ener kooi, waar het vanwege de menschenmenigte gonzen zal.
| |
| | Mic 2:13 | De belhamel gaat voor hen uit; zij breken los, door de poort heen, naar buiten; hun koning voor hen uit, de Heer aan hun spits.
| |