All NT OTBook
Compare Texts
Joel 1 Amos 6

Amos 7:1-17

Amos 8 Obadiah 1

Hollands LEI

 
 
 
Amo 7:1
 
Dit heeft de Heere God mij getoond: Hij vormde sprinkhanen, toen het nagras begon op te komen, en wel het nagras na de afmaaiing des konings.  
 
Amo 7:2
 
En toen zij alle kruid des lands opgegeten hadden, zeide ik: Heere God, vergeef toch! Hoe zal Jakob staande blijven? Hij is zo klein!  
 
Amo 7:3
 
Nu kreeg de Heer hierover berouw. Het zal niet gebeuren, sprak de Heer.  
 
Amo 7:4
 
Dit heeft de Heere God mij getoond: De Heere God ontbood een regen van vuur, en dit verteerde den groten oceaan en het vasteland.  
 
Amo 7:5
 
En ik zeide: Heere God, houd toch op! Hoe zal Jakob staandeblijven? Hij is zo klein!  
 
Amo 7:6
 
Nu kreeg de Heer hierover berouw. Ook dit zal niet gebeuren, sprak de Heer.  
 
Amo 7:7
 
Dit heeft de Heere God mij getoond: De Heer stond op een muur, een paslood in de hand.  
 
Amo 7:8
 
En de Heer zeide tot mij: Wat ziet gij Amos? Ik zeide: Een paslood. De Heer zeide tot mij: Ik ga een paslood aanleggen in het midden van mijn volk Israel. Ik zal het niet langer voorbijgaan;  
 
Amo 7:9
 
maar de hoogten van Izaak zullen verwoest, de heiligdommen van Israel in puin gelegd worden, en tegen het huis van Jerobeam zal ik met het zwaard opstaan.  
 
Amo 7:10
 
Toen liet Amasja, de priester van Bethel, Jerobeam, den koning van Israel, weten: Amos heeft een samenzwering tegen u gemaakt in het midden van het huis Israel; het land zal tegen al zijn woorden niet bestand zijn.  
 
Amo 7:11
 
Want dit heeft Amos gezegd: Door het zwaard zal Jerobeam sterven, en Israel zal zeker van zijn grond gevankelijk weggevoerd worden.  
 
Amo 7:12
 
En Amasja zeide tot Amos: Ziener, pak u weg; vlucht naar het land Juda, eet daar brood en profeteer aldaar.  
 
Amo 7:13
 
Maar te Bethel zult gij niet meer profeteren; want dit is een koningsheiligdom, een rijkstempel.  
 
Amo 7:14
 
Hierop antwoordde Amos Amasja: Ik ben geen profeet en geen profetenzoon; ik ben een veebezitter en moerbeienkweeker;  
 
Amo 7:15
 
doch de Heer nam mij van achter het vee, en de Heer zeide tot mij: Ga, profeteer tegen mijn volk Israel.  
 
Amo 7:16
 
Nu dan, hoor het woord des Heeren: Omdat gij zegt: Gij moogt niet profeteren tegen Israel, noch uw reden laten stromen tegen het huis Izaak,  
 
Amo 7:17
 
daarom zegt de Heer: Uw vrouw zal in de stad een lichtekooi worden, uw zonen en dochteren zullen door het zwaard vallen en uw akkers met het snoer worden verdeeld; terwijl gijzelf op onreinen bodem sterven zult en Israel zeker van zijn grond zal worden weggevoerd.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Joel 1Amos 61 2 3 4 5 6 7 8 9 Amos 8Obadiah 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards