All NT OTBook
Compare Texts
Exodus 1 Leviticus 18

Leviticus 19:1-37

Leviticus 20 Numbers 1

Hollands LEI

 
 
 
Lev 19:1
 
De Heer sprak tot Mozes:  
 
Lev 19:2
 
Spreek tot de gehele gemeente der Israelieten en zeg hun: Heilig zult gij zijn; want heilig ben ik, de Heer, uw god.  
 
Lev 19:3
 
Ieder uwer vreze zijn moeder en zijn vader en onderhoude mijn sabatten. Ik ben de Heer, uw god.  
 
Lev 19:4
 
Wendt u niet tot de afgoden en maakt u geen gegoten goden. Ik ben de Heer, uw god.  
 
Lev 19:5
 
Wanneer gij aan den Heer een dankoffer brengt, moet gij het zo offeren dat het u ten goede komt.  
 
Lev 19:6
 
Op den dag waarop gij het offert en op den daarop volgenden moet het gegeten worden; wat er op den derden dag van over is moet verbrand worden.  
 
Lev 19:7
 
Indien er op den derden dag iets van gegeten wordt zal het iets bedorvens zijn en het offer u niet ten goede komen.  
 
Lev 19:8
 
Ook zal wie het eet zijn schuld dragen; want hij heeft iets dat aan den Heer heilig is ontwijd; daarom zal die mens uitgeroeid worden uit zijn volk.  
 
Lev 19:9
 
Wanneer gij dat wat op uw veld staat inoogst, moet gij een hoek van uw akker onafgemaaid laten en wat van de halmen valt niet opgaren.  
 
Lev 19:10
 
Ook in uw boomgaard zult gij geen nalezing houden, noch de verstrooide vruchten opgaren. Aan de armen en vreemden zult gij een en ander overlaten. Ik ben de Heer, uw god.  
 
Lev 19:11
 
Gij zult niet stelen, noch toevertrouwd goed loochenen, noch de een den ander bedriegen.  
 
Lev 19:12
 
Ook zult gij bij mijn naam niet leugenachtig zweren en zo den naam van uw god ontheiligen. Ik ben de Heer.  
 
Lev 19:13
 
Gij zult aan uw naaste niets afpersen noch hem beroven; de verdienste van een huurling zal niet bij u overnachten tot den morgen.  
 
Lev 19:14
 
Een dove zult gij niet vloeken, aan een blinde geen struikelblok in den weg leggen; maar gij zult vrezen voor uw god. Ik ben de Heer.  
 
Lev 19:15
 
Gij zult geen onrecht bij het rechtspreken begaan; het gelaat van den behoeftige niet opheffen, noch dat van een aanzienlijke opluisteren: naar recht zult gij uw naaste oordelen.  
 
Lev 19:16
 
Gij zult niet als een onruststoker onder uw volk verkeren, noch staan naar het bloed van uw naaste. Ik ben de Heer.  
 
Lev 19:17
 
Koester geen haat tegen uw broeder; onbewimpeld zult gij hem terechtwijzen en geen zonde om hem op u laden.  
 
Lev 19:18
 
Wreek u niet en wrok Ik ben niet tegen uw volksgenoten, maar heb uw naaste lief als uzelven. de Heer.  
 
Lev 19:19
 
Mijn inzettingen zult gij onderhouden: gij zult geen tweeerlei vee laten paren, uw veld niet met tweeerlei zaad bezaaien, geen kleed van tweeerlei, van gemengde stof, dragen.  
 
Lev 19:20
 
Wanneer iemand gemeenschap houdt met een slavin die aan een man verzegd en niet vrijgekocht of vrijgelaten is, dan beloopt hij straf; ter dood gebracht worden zal hij niet, omdat zij nog niet vrijgelaten was.  
 
Lev 19:21
 
Ook zal hij zijn schuldoffer aan den Heer naar den ingang van de tent der samenkomst brengen, een schuldofferram,  
 
Lev 19:22
 
en de priester zal voor 's Heeren aangezicht verzoening voor hem bewerken met den schuldofferram, wegens de zonde die hij bedreven heeft; zo zal hij vergiffenis erlangen van de zonde die hij bedreven heeft.  
 
Lev 19:23
 
Wanneer gij in het land komt en enigerlei boom plant die eetbare vruchten draagt, zult gij de vrucht als zijn voorhuid beschouwen; drie jaren lang zal hij u als onbesneden gelden: er mag niet van gegeten worden;  
 
Lev 19:24
 
in het vierde zullen al zijn vruchten een heilige dankgave voor den Heer zijn;  
 
Lev 19:25
 
eerst in het vijfde zult gij zijn vrucht eten. Opdat hij zijn opbrengst voor u moge vermeerderen. Ik ben de Heer, uw god.  
 
Lev 19:26
 
Gij zult niet eten op de bergen, geen wichelarij plegen, noch orakels spreken.  
 
Lev 19:27
 
Gij zult aan den rand van uw hoofdhaar geen ronden vorm geven, noch den rand van uw baard verminken.  
 
Lev 19:28
 
Ook zult gij geen sneden in uw lichaam maken wegens een dode, noch figuren in uw huid branden. Ik ben de Heer.  
 
Lev 19:29
 
Gij zult uw dochter niet ontwijden door haar te doen hoereren; opdat het land niet hoerere en van schanddaden vervuld worde.  
 
Lev 19:30
 
Mijn sabbatten zult gij houden en mijn heilige zaken ontzien. Ik ben de Heer.  
 
Lev 19:31
 
Wendt u niet tot de onderaardsche geesten en de demonen; tracht u daardoor niet te verontreinigen. Ik ben de Heer, uw god.  
 
Lev 19:32
 
Voor de grijsheid zult gij opstaan, het gelaat van den bejaarde zult gij opluisteren en vrezen voor uw god. Ik ben de Heer.  
 
Lev 19:33
 
Wanneer in uw land bij u een vreemde verblijf houdt, zult gij hem niet kwellen;  
 
Lev 19:34
 
met den inboorling, een der uwen, zal voor u de vreemde die bij u verblijf houdt gelijkstaan; gij zult hem liefhebben als uzelven; want gij zijt vreemden in Egypteland geweest. Ik ben de Heer, uw god.  
 
Lev 19:35
 
Gij zult geen onrecht in rechtzaken begaan, in lengtemaat, gewicht of inhoudsmaat;  
 
Lev 19:36
 
zuivere weegschalen, zuivere gewichten, een zuivere maat en een zuivere stoop zult gij hebben. Ik ben de Heer, uw god, die u uit Egypteland heb uitgeleid.  
 
Lev 19:37
 
Gij zult al mijn inzettingen en al mijn verordeningen in acht nemen. Ik ben de Heer.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Exodus 1Leviticus 181 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 Leviticus 20Numbers 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards