All NT OTBook
Compare Texts
Exodus 1 Leviticus 17

Leviticus 18:1-30

Leviticus 19 Numbers 1

Hollands LEI

 
 
 
Lev 18:1
 
De Heer sprak tot Mozes:  
 
Lev 18:2
 
Spreek tot de Israelieten en zeg hun: Ik ben de Heer, uw god.  
 
Lev 18:3
 
Gij zult u niet gedragen als de Egyptenaren, in wier land gij gewoond hebt; ook zult gij u niet gedragen als de Kanaanieten, in wier land ik u ga brengen, noch in hun inzettingen wandelen.  
 
Lev 18:4
 
Mijn verordeningen zult gij onderhouden en mijn inzettingen in acht nemen, door daarin te wandelen; ik ben de Heer, uw god.  
 
Lev 18:5
 
Gij zult mijn inzettingen en verordeningen in acht nemen, bij welker opvolging een mens leven zal. Ik ben de Heer.  
 
Lev 18:6
 
Niemand uwer mag naderen tot vlees van zijn eigen lichaam, om een schaamte te ontdekken. Ik ben de Heer.  
 
Lev 18:7
 
De schaamte van uw vader en uw moeder zult gij niet ontdekken: het is uw moeder; haar schaamte zult gij niet ontdekken.  
 
Lev 18:8
 
De schaamte van uws vaders vrouw zult gij niet ontdekken: het is de schaamte uws vaders.  
 
Lev 18:9
 
De schaamte uwer zuster, onverschillig of zij de dochter uws vaders of die uwer moeder, of zij in huis of daarbuiten geboren is, haar schaamte zult gij niet ontdekken.  
 
Lev 18:10
 
De schaamte der dochter van uw zoon of van uw dochter zult gij niet ontdekken; want ze zijn uw eigen schaamte.  
 
Lev 18:11
 
De schaamte der dochter van uws vaders vrouw, die voor dochter uws vaders en voor uw zuster geldt, zult gij niet ontdekken.  
 
Lev 18:12
 
De schaamte der zuster uws vaders zult gij niet ontdekken: het is uws vaders vlees.  
 
Lev 18:13
 
De schaamte der zuster uwer moeder zult gij niet ontdekken; want het is vlees uwer moeder.  
 
Lev 18:14
 
De schaamte van den broeder uws vaders zult gij niet ontdekken; tot zijn vrouw zult gij niet naderen: het is uw tante.  
 
Lev 18:15
 
De schaamte uwer schoondochter zult gij niet ontdekken; het is de vrouw van uw zoon; daarom zult gij haar schaamte niet ontdekken.  
 
Lev 18:16
 
De schaamte van uws broeders vrouw zult gij niet ontdekken: het is de schaamte van uw broeder.  
 
Lev 18:17
 
De schaamte van een vrouw en haar dochter zult gij niet ontdekken; ook zult gij noch de dochter van haar zoon noch die van haar dochter nemen om haar schaamte te ontdekken; zij zijn uw eigen vlees; dat is een schanddaad.  
 
Lev 18:18
 
Ook zult gij geen vrouw bij haar zuster nemen, tot medevrouw, om haar schaamte bij die der eerste, terwijl zij nog leeft, te ontdekken.  
 
Lev 18:19
 
Gij zult ook tot een vrouw zolang zij onrein is door haar stonden niet naderen om haar schaamte te ontdekken.  
 
Lev 18:20
 
Gij zult ook met de vrouw van uw naaste geen gemeenschap houden, om u daardoor te verontreinigen.  
 
Lev 18:21
 
Ook zult gij van uw kinderen geen aan den Moloch doen overleveren, en aldus den naam van den Heer, uw god, ontheiligen. Ik ben de Heer.  
 
Lev 18:22
 
Bij een man zult gij niet liggen als bij een vrouw; dat is iets afschuwelijks.  
 
Lev 18:23
 
Ook zult gij met generlei dier gemeenschap hebben, waardoor gij onrein zoudt worden; noch zal een vrouw met een dier te doen hebben. Dat is een tegennatuurlijke vermenging.  
 
Lev 18:24
 
Verontreinigt u door geen dezer handelingen; want door dit alles zijn de volkeren verontreinigd die ik voor u uit ga wegdrijven.  
 
Lev 18:25
 
Zo is het land onrein geworden, heb ik zijn schuld daaraan thuis gezocht, en heeft het land zijn bewoners uitgespuwd.  
 
Lev 18:26
 
Onderhoudt gij dan mijn inzettingen en verordeningen en bedrijft geen dezer afschuwelijkheden; noch een inboorling, noch een vreemde die onder u verblijf houdt doe dat!  
 
Lev 18:27
 
Want al die afschuwelijkheden hebben de bewoners des lands die daar voor u woonden bedreven, en daardoor is het land onrein geworden.  
 
Lev 18:28
 
Laat dan het land u niet uitspuwen omdat gij het verontreinigd hebt, zoals het de volkeren die er voor u gewoond hebben uitgespuwd heeft.  
 
Lev 18:29
 
Want alwie een dezer afschuwelijkheden bedrijft, zij die ze bedrijven zullen uitgeroeid worden uit hun volk.  
 
Lev 18:30
 
Neemt dus uw plicht jegens mij in acht, door geen der afschuwelijke inzettingen te betrachten welke voor u nageleefd zijn; opdat gij er u niet door verontreinigt. Ik ben de Heer, uw god.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Exodus 1Leviticus 171 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 Leviticus 19Numbers 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards