All NT OTBook
Compare Texts
Daniel 1 Hosea 11

Hosea 12:1-14

Hosea 13 Joel 1

Hollands LEI

 
 
 
Hsa 12:1
 
(12-2) Efraim is een makker van den wind, loopt den oostenwind na; dagelijks doet hij veel valse en ijdele dingen: een verbond sluiten zij met Assur, olie brengen zij naar Egypte.  
 
Hsa 12:2
 
(12-3) De Heer heeft een geding tegen Juda, en hij wil Jakob straffen voor zijn wandel, hem vergelden naar zijn euveldaden.  
 
Hsa 12:3
 
(12-4) In den moederschoot heeft hij den hiel van zijn broeder vastgehouden, en toen hij sterk was geworden, met een god gestreden;  
 
Hsa 12:4
 
(12-5) ja, kloek heeft hij met den engel gestreden en de overhand behouden. Wenend smeekte hij tot hem en vond hem te Bethel; daar sprak tot hem de Heer,  
 
Hsa 12:5
 
(12-6) de god der heirscharen, Heer is zijn naam.  
 
Hsa 12:6
 
(12-7) Zo ook gij, keer u tot uw god, neem vroomheid en recht in acht, en hoop voortdurend op uw god.  
 
Hsa 12:7
 
(12-8) Kanaan heeft valse weegschalen in handen, hij houdt van afzetten.  
 
Hsa 12:8
 
(12-9) Maar Efraim zeide: Ik ben toch maar rijk geworden, ik heb mij vermogen verworven; al mijn winsten laden geen schuld op mij die een zonde is.  
 
Hsa 12:9
 
(12-10) En ik, de Heer, uw god, heb u uit Egypteland opgevoerd, terwijl ik u in tenten deed wonen, als op feestdagen.  
 
Hsa 12:10
 
(12-11) Ik heb last gegeven aan de profeten, aan velen een gezicht te beurt doen vallen, en door middel van de profeten gelijkenissen gemaakt.  
 
Hsa 12:11
 
(12-12) Gilead is goddeloosheid, louter ijdelheid zijn zij; in Gilgal hebben zij aan de afgoden geofferd; hun altaren waren als hopen bij de voren des velds.  
 
Hsa 12:12
 
(12-13) Jakob vluchtte naar het veld van Aram, en Israel was dienstbaar voor een vrouw, ja, voor een vrouw heeft hij het vee gehoed.  
 
Hsa 12:13
 
(12-14) Maar door een profeet heeft de Heer Israel uit Egypte opgevoerd, door een profeet werd het gehoed.  
 
Hsa 12:14
 
(12-15) Efraim heeft zijn heer bitter getergd; zodat deze het door hem vergoten bloed op hem zal doen neerkomen, en den aangedanen smaad hem vergelden.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Daniel 1Hosea 111 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Hosea 13Joel 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards