All NT OTBook
Compare Texts
Lamentations 1 Ezekiel 29

Ezekiel 30:1-26

Ezekiel 31 Daniel 1

Hollands LEI

 
 
 
Eze 30:1
 
Het woord des Heeren kwam aldus tot mij:  
 
Eze 30:2
 
Menschenkind, profeteer en zeg: Zo spreekt de Heere God: Roept jammerend: Wat een dag!  
 
Eze 30:3
 
Want nabij is een dag voor den Heer, een dag van wolken; een tijd voor de natien zal het zijn.  
 
Eze 30:4
 
Dan zal een zwaard in Egypte komen en kramp Ethiopie overvallen, wanneer in Egypte gesneuvelden vallen en men 's lands schatten wegsleept en zijn grondvesten omverhaalt.  
 
Eze 30:5
 
Ethiopiers, Putiers, Ludiers, Lybiers, alle Arabieren en de zonen der Kretiers zullen met hen vallen door het zwaard.  
 
Eze 30:6
 
Vallen zullen zij die Egypte steunen, neerdalen zal zijn overmoedige kracht; van Migdol tot Syene zullen zij in het land door het zwaard vallen, spreekt de Heere God.  
 
Eze 30:7
 
En woest zal het liggen te midden van verwoeste landen, en zijn steden zullen te midden van in puin liggende steden een woestenij zijn.  
 
Eze 30:8
 
En zij zullen weten dat ik de Heer ben, wanneer ik een vuur werp in Egypte en al zijn helpers verbroken worden.  
 
Eze 30:9
 
Te dien dage zullen ijlboden uitgaan om de Ethiopiers te doen ontstellen, en kramp zal hen overvallen op den dag van Egypte; want zie, het komt!  
 
Eze 30:10
 
Zo spreekt de Heere God: Ik zal door Nebukadresar, den koning van Babel, een eind maken aan Egypte's menschengewoel:  
 
Eze 30:11
 
hij en zijn volk met hem, geweldige natien, worden gehaald om het land te verderven; zij zullen hun zwaarden tegen Egypte ontbloten en het land met gesneuvelden vullen.  
 
Eze 30:12
 
Ik zal de stromen droogleggen, het land aan herders verkopen en het met alwat het bevat door vreemden tot een woestenij maken. Ik, de Heer, heb het gesproken.  
 
Eze 30:13
 
Zo spreekt de Heere God: Ook zal ik de machtigen uit Nof verdelgen en de vorsten uit Egypteland, zodat zij niet meer zijn.  
 
Eze 30:14
 
Ik zal Pathros verwoesten, vuur werpen in Soan en gerichten voltrekken aan No.  
 
Eze 30:15
 
Ik zal mijn gramschap uitstorten over Syene, Egypte's bolwerk, en het menschengewoel van Thebe uitroeien.  
 
Eze 30:16
 
Ik zal een vuur werpen in Egypte; Syene zal van angst ineenkrimpen; Thebe zal stormenderhand ingenomen, in haar muren zullen bressen geslagen worden;  
 
Eze 30:17
 
de jongelingen van On en Bubastis zullen door het zwaard vallen, zijzelf in krijgsgevangenschap gaan;  
 
Eze 30:18
 
in Tahpanhes wordt de dag verdonkerd, wanneer ik er de schepters van Egypte breek en daar aan haar overmoedige kracht een einde komt; haar zelf zal een wolk bedekken, en haar onderhoorige plaatsen zullen in krijgsgevangenschap gaan.  
 
Eze 30:19
 
Zo zal ik strafgerichten in Egypte voltrekken, en zullen zij weten dat ik de Heer ben.  
 
Eze 30:20
 
In het elfde jaar, op den zevenden dag der eerste maand, kwam 's Heeren woord aldus tot mij:  
 
Eze 30:21
 
Menschenkind, ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte gebroken, en zie, hij is niet verbonden om genezing aan te brengen, door windselen als verband aan te leggen, zodat hij weer sterk genoeg zou worden om het zwaard vast te houden.  
 
Eze 30:22
 
Daarom spreekt de Heere God aldus: Zie, ik kom af op Farao, den koning van Egypte, breek zijn beide armen, den gezonden en den gebroken, en doe het zwaard uit zijn hand vallen;  
 
Eze 30:23
 
ik zal de Egyptenaren verstrooien onder de natien en verspreiden in de landen.  
 
Eze 30:24
 
Maar stevigen zal ik de armen van Babels koning, hem mijn zwaard ter hand stellen en zo Farao's armen breken; zodat hij voor hem als een dodelijk gewonde ligt te kermen.  
 
Eze 30:25
 
Ja, stevigen zal ik de armen van Babels koning, terwijl die van Farao neerzinken. En zij zullen weten dat ik de Heer ben, wanneer ik mijn zwaard aan Babels koning ter hand stel en hij het uitstrekt naar Egypteland.  
 
Eze 30:26
 
Ja, ik zal de Egyptenaren verstrooien onder de natien en verspreiden in de landen. Zo zullen zij weten dat ik de Heer ben.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Lamentations 1Ezekiel 2913 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 Ezekiel 31Daniel 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards