All NT OTBook
Compare Texts
Lamentations 1 Ezekiel 25

Ezekiel 26:1-21

Ezekiel 27 Daniel 1

Hollands LEI

 
 
 
Eze 26:1
 
In het elfde jaar, op den eersten dag der maand, kwam het woord des Heeren aldus tot mij:  
 
Eze 26:2
 
Menschenkind, omdat Tyrus over Jeruzalem gezegd heeft: Ha, ha! opengebroken is de deur der volken, naar mijn kant staat zij open; de sterkbevolkte is ontvolkt--  
 
Eze 26:3
 
daarom spreekt de Heere God aldus: Tyrus, ik ga op u los en doe vele natien tegen u opkomen, gelijk de zee opkomt, golf op golf.  
 
Eze 26:4
 
Zij zullen de muren van Tyrus verwoesten en haar torens omverhalen; ik spoel haar puin weg en maak haar tot een kale rots;  
 
Eze 26:5
 
zij zal een droogplaats voor netten worden midden in de zee; want ik heb het gezegd, spreekt de Heere God. Zij zal den natien ten buit worden,  
 
Eze 26:6
 
en haar dochters op het vasteland zullen door het zwaard gedood worden. Zo zullen zij weten dat ik de Heer ben.  
 
Eze 26:7
 
Zo toch zegt de Heere God: Zie, ik doe van het noorden tegen Tyrus komen Nebukadresar, den koning van Babel, den koning der koningen, met paarden, wagens, ruiters en een menigte van allerlei volk.  
 
Eze 26:8
 
Uw dochters op het vasteland zal hij met het zwaard doden, en tegen u een omschansing maken, een wal opwerpen, een schilddak vormen;  
 
Eze 26:9
 
zijn stormwerktuigen zal hij plaatsen tegen uw muren, met zijn breekijzers uw torens afbreken.  
 
Eze 26:10
 
Het stof, door den drom zijner paarden opgejaagd, zal u bedekken, van het gedruis zijner ruiters en wagenraderen zullen uw muren dreunen, wanneer hij uw poorten binnentrekt, gelijk men een stad waarin bres gemaakt is binnentrekt.  
 
Eze 26:11
 
Hij zal met de hoeven zijner paarden al uw straten vertrappen, uw bevolking met het zwaard doden en uw trotsche gedenkteekenen ter aarde neerwerpen;  
 
Eze 26:12
 
uw rijkdom zullen zij buitmaken, uw koopwaren roven, uw muren omverhalen, uw lusthuizen afbreken en de stenen, de balken en het puin van u midden in het water werpen.  
 
Eze 26:13
 
Zo zal ik een einde maken aan het geruis uwer liederen, zal het geluid uwer citers niet meer gehoord worden,  
 
Eze 26:14
 
en maak ik u tot een kale rots: een droogplaats voor netten zult gij worden en nooit worden herbouwd; want ik, de Heer, heb het gezegd, spreekt de Heere God.  
 
Eze 26:15
 
Zo zegt de Heere God tot Tyrus: Zouden de kustlanden niet geschokt worden van uw dreunenden val, terwijl de verslagenen kermen en het zwaard in uw midden moordt?  
 
Eze 26:16
 
Al de beheerschers der zee zullen van hun tronen afdalen, hun mantels afleggen, hun bontgestikte klederen uittrekken, met ontsteltenis bekleed op den grond gaan zitten, elk ogenblik ontstellen, over u ontzet zijn  
 
Eze 26:17
 
en een klaagzang over u aanheffen, waarin zij van u zeggen: Hoe zijt gij tegrondegegaan, van de zeeen verdwenen, gij hooggeloofde stad, die sterk waart door de zee! gij met uw bewoners, die schrik inboezemden aan al de zeebewoners.  
 
Eze 26:18
 
Thans ontstellen de kustlanden van uw val, staan zij die op zee zijn verbijsterd van uw uiteinde.  
 
Eze 26:19
 
Zo toch zegt de Heere God: Wanneer ik u maak tot een ontvolkte stad, aan de onbewoonde steden gelijk, wanneer ik tegen u den oceaan doe opkomen en de grote wateren u bedekken,  
 
Eze 26:20
 
dan doe ik u neerdalen tot hen die in de groeve gedaald zijn, tot het volk van den voortijd, en doe ik u komen in de onderwereld, aan de van oudsher in ruinen liggende steden gelijk; opdat gij niet meer bewoond wordt noch een plaats inneemt in het land der levenden.  
 
Eze 26:21
 
Tot een voorwerp van ijzing zal ik u stellen: weg zijt gij! Gij zult gezocht, maar tot in eeuwigheid niet teruggevonden worden, spreekt de Heere God.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Lamentations 1Ezekiel 259 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 Ezekiel 27Daniel 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards