All NT OTBook
Compare Texts
Lamentations 1 Ezekiel 20

Ezekiel 21:1-32

Ezekiel 22 Daniel 1

Hollands LEI

 
 
 
Eze 21:1
 
Toen kwam het woord des Heeren aldus tot mij:  
 
Eze 21:2
 
Menschenkind, richt daarom uw oog op Jeruzalem en laat uw rede stromen tegen hun heiligdom, profeteer tegen Israels bodem  
 
Eze 21:3
 
en zeg tot Israels bodem: Zo spreekt de Heer: Ik zal u! Ik trek mijn zwaard uit de schede en verdelg uit u rechtschapenen en goddelozen.  
 
Eze 21:4
 
Opdat ik uit u uitroeie rechtschapenen en goddelozen, daarom gaat mijn zwaard uit de schede tegen alle vlees, van zuid naar noord.  
 
Eze 21:5
 
Zo zal alle vlees weten dat ik, de Heer, mijn zwaard uit de schede getrokken heb; er in weerkeren zal het niet.  
 
Eze 21:6
 
En gij, menschenkind, ga zuchten alsof u de lenden breken, bitterlijk zuchten voor hun ogen.  
 
Eze 21:7
 
En wanneer zij dan tot u zeggen: Waarom zucht gij? dan moet gij zeggen: Over een tijding die komt, waardoor aller hart versmelten, aller hand verslappen, aller geest verstompen, aller knie als water wegvlieten zal. Zie, zij komt en zal er zijn, spreekt de Heere God.  
 
Eze 21:8
 
Het woord des Heeren kwam aldus tot mij:  
 
Eze 21:9
 
Menschenkind, profeteer en zeg: Zo spreekt de Heer: Een zwaard, een zwaard is gescherpt, ook geveegd.  
 
Eze 21:10
 
Om een slachting aan te richten is het gescherpt om als de bliksem te flikkeren  
 
Eze 21:11
 
en is het geveegd, onheelbaar is mijn slachten daarmee, en het acht elke sterkte als niets. Om het in de vuist te vatten is het gescherpt, en het is geveegd om het een doodslager ter hand te stellen.  
 
Eze 21:12
 
Schreeuw en huil, menschenkind, want dat zwaard keert zich tegen uw volk, tegen alle vorsten van Israel; met mijn volk zijn zij aan het zwaard vervallen. Daarom sla u op de heup;  
 
Eze 21:13
 
want ik ga de proef nemen, of ik het als tuchtroede gebruiken kan, spreekt de Heere God.  
 
Eze 21:14
 
En gij, menschenkind, profeteer, sla met de ene hand in de andere, doe dat tweemaal, driemaal; een moordzwaard is het, het grote moordzwaard dat hen omringt.  
 
Eze 21:15
 
Opdat siddere het hart en groot worde de struikeling, heb ik bij al hun poorten een slachting aangericht.  
 
Eze 21:16
 
O zwaard, gij, den bliksem gelijkgemaakt, geveegd tot slachting, snijd vlijmend, rechts en links, waarheen zich uw scherpe kanten ook richten.  
 
Eze 21:17
 
Ook ik zal met de ene hand in de andere slaan en mijn gramschap op hen doen rusten. Ik, de Heer, heb gesproken.  
 
Eze 21:18
 
Het woord des Heeren kwam aldus tot mij:  
 
Eze 21:19
 
Gij, menschenkind, maak u twee wegen, waarlangs het zwaard van Babels koning kan komen; van een land zullen die twee uitgaan, en aan het begin van elken weg  
 
Eze 21:20
 
zult gij een wegwijzer zetten, aanduidend, hoe het zwaard komen kan of naar Rabba der Ammonieten of naar Juda, met Jeruzalem in het midden er van.  
 
Eze 21:21
 
Want de koning van Babel plaatst zich aan den driesprong, het punt waar de twee wegen uiteengaan, om te wichelen: hij schudt de pijlen, raadpleegt de huisgoden, beziet de lever.  
 
Eze 21:22
 
In zijn rechterhand heeft hij het lot Jeruzalem gekregen, ten gevolge waarvan hij den mond opende tot het luide bevel het krijgsgeschreeuw aan te heffen, stormrammen tegen de poorten op te stellen, een wal op te werpen, een verschansing te bouwen.  
 
Eze 21:23
 
Al is hij in hun oog een bedrieglijk wichelaar, die verkeerd hun toekomst voorziet, hij brengt inderdaad hun schuld in gedachtenis, opdat zij gegrepen worden.  
 
Eze 21:24
 
Daarom spreekt de Heere God aldus: Omdat gij met uw schuld in gedachtenis gebracht zijt, toen uw misdrijven ontdekt werden, zodat uw zonden in al uw gedragingen aan het licht kwamen, zult gij deswege gegrepen worden.  
 
Eze 21:25
 
En gij, door snoodheid ontwijde, vorst Israels, wiens dag is gekomen met de eindafrekening,  
 
Eze 21:26
 
zo zegt de Heere God: Weg met den mijter, neer met de kroon! Dit is de rechte niet. Het lage verhoogd, het hooge verlaagd!  
 
Eze 21:27
 
In stukken, stukken, stukken zal ik het breken. Ook dit is het rechte niet! Totdat hij verschijnt wien het toekomt en ik het hem geef.  
 
Eze 21:28
 
Gij, menschenkind, profeteer en zeg: Zo spreekt de Heere God tot de Ammonieten, en hun hoon! Zeg: Een zwaard, een zwaard is getrokken tot slachting, geveegd om te schitteren,  
 
Eze 21:29
 
opdat het bliksemen moge, terwijl men voor u een vals gezicht schouwde, bedrieglijk wichelde om het te zetten aan den hals der door snoodheid ontwijden, wier dag met de eindafrekening is gekomen.  
 
Eze 21:30
 
Steek het weer in de schede. In de plaats waar gij geschapen zijt, in het land van uw oorsprong, zal ik u vonnissen,  
 
Eze 21:31
 
mijn grimmigheid over u uitstorten, het vuur mijner verbolgenheid over u aanblazen en u overleveren aan barbaren, aan verderfsmeders.  
 
Eze 21:32
 
Aan het vuur zult gij tot spijs verstrekken; uw bloed zal in het midden van uw land zijn; uwer zal niet meer gedacht worden; want ik, de Heer, heb het gesproken.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Lamentations 1Ezekiel 204 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 Ezekiel 22Daniel 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards