All NT OTBook
Compare Texts
Jeremiah 1 Lamentations 3

Lamentations 4:1-22

Lamentations 5 Ezekiel 1

Hollands LEI

 
 
 
Lam 4:1
 
Ach, hoe is het goud dof geworden, hoe verloor het kostbaar metaal zijn glans! Weggeworpen werden de heilige stenen aan alle hoeken der straten.  
 
Lam 4:2
 
Sions zonen, de kostelijken, hun gewicht aan goud waard, ach, hoe zijn zij als aarden kruiken behandeld, als pottenbakkerswerk!  
 
Lam 4:3
 
Zelfs jakhalzen reiken de borst, zoogen haar welpen; maar de dochters mijns volks zijn wreed geworden, aan de struisen in de woestijn gelijk.  
 
Lam 4:4
 
De tong van den zuigeling kleefde van dorst aan zijn gehemelte; de kinderen vroegen om brood; maar niemand reikte het hun.  
 
Lam 4:5
 
Zij die lekkernijen aten kwijnden weg op straat, die op purper verpleegd waren legden zich neer tegen een mesthoop.  
 
Lam 4:6
 
Zwaarder was de schuld der dochter mijns volks dan de zonde van Sodom, dat in een oogwenk onderstbovengekeerd is, zonderdat men in haar zelfs de handen wrong.  
 
Lam 4:7
 
Reiner dan sneeuw waren haar vorsten, glanzender dan melk; zij hadden een huid rooder dan koraal, hun lichaam blonk als saffier.  
 
Lam 4:8
 
Nu werd hun uitzicht zwarter dan houtskool, men kende hen op straat niet meer; hun huid kleefde aan hun gebeente, werd droog als hout.  
 
Lam 4:9
 
Gelukkiger waren de door het zwaard verslagenen dan die door den honger verslagen zijn, die wegslinken als doorboorden, verstoken van de vruchten des velds.  
 
Lam 4:10
 
Teerhartige vrouwen hebben eigenhandig haar kinderen gekookt; die strekten haar tot spijze, bij de breuke van de dochter mijns volks.  
 
Lam 4:11
 
De Heer heeft zijn grimmigheid laten uitwoeden, zijn blakenden toorn uitgestort, een vuur ontstoken in Sion, dat haar grondvesten verteerde.  
 
Lam 4:12
 
De koningen der aarde hadden het niet geloofd, noch enig ander aardbewoner, dat de tegenstander en vijand komen zou in Jeruzalems poorten.  
 
Lam 4:13
 
Het was om de zonden harer profeten, om de schuld harer priesters, die in haar midden vergoten hadden het bloed van rechtvaardigen.  
 
Lam 4:14
 
Als blinden doolden zij door de straten, met bloed bezoedeld; zodat men hun klederen niet kon aanraken.  
 
Lam 4:15
 
Op zij! onrein! riep men, op zij, op zij, wacht u voor aanraking! Toen zij omdoolden, zeide men onder de volken: Zij mogen hier niet blijven.  
 
Lam 4:16
 
Het aangezicht des Heeren heeft hen verstrooid; hij ziet niet meer naar hen om. Men heeft priesters niet ontzien, zich niet ontfermd over grijsaards.  
 
Lam 4:17
 
Hoelang zien onze ogen smachtend uit, maar vergeefs, naar wat ons kon helpen? Wij keken uit op onzen wachtpost naar een volk dat niet redden zou.  
 
Lam 4:18
 
Men ging onze schreden na, zodat wij niet gaan konden op onze pleinen; genaderd was ons einde, onze dagen waren verstreken; want ons einde was daar.  
 
Lam 4:19
 
Sneller waren onze vervolgers dan de arenden des hemels; op de bergen hebben zij ons heftig nagezet, in de woestijn ons lagen gelegd.  
 
Lam 4:20
 
De adem van onzen neus, de gezalfde des Heeren, werd gevangen in hun kuilen, hij, in wiens schaduw wij dachten onder de volken te wonen.  
 
Lam 4:21
 
Verheug u maar en wees vrolijk, dochter van Edom, bewoonster van het land Us; ook tot u zal de beker komen; gij zult dronken worden en u ontbloten.  
 
Lam 4:22
 
Uw straf heeft een einde, dochter Sions: hij zal u niet langer in ballingschap laten blijven. Uw schuld zoekt hij bij u thuis, dochter van Edom, uw zonden maakt hij openbaar.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Jeremiah 1Lamentations 31 2 3 4 5 Lamentations 5Ezekiel 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards