All NT OTBook
Compare Texts
Isaiah 1 Jeremiah 8

Jeremiah 9:1-26

Jeremiah 10 Lamentations 1

Hollands LEI

 
 
 
Jer 9:1
 
Och of mijn hoofd water ware, en mijn oog een tranenbron, opdat ik dag en nacht kon wenen over de verslagenen der dochter mijns volks!  
 
Jer 9:2
 
Och of ik ware in de woestijn, in een herberg van karavanen, dat ik mijn volk kon verlaten, van hen heengaan; want het zijn allen overspelers, een trouweloos rot.  
 
Jer 9:3
 
Zij gebruiken hun tong als een boog; op valse, niet op eerlijke, wijze oefenen zij macht in den lande; want van boosheid tot boosheid gaan zij voort, en aan mij storen zij zich niet, spreekt de Heer.  
 
Jer 9:4
 
Weest op uw hoede tegen elkander, en vertrouwe niemand zijn broeder; want elke broeder is een volleerde bedrieger, en iedere vriend een onruststoker;  
 
Jer 9:5
 
de een leidt den ander om den tuin, waarheid spreken zij niet, hun tong hebben zij gewend aan leugentaal; slecht handelen zij en zij zijn te traag om zich te bekeren;  
 
Jer 9:6
 
afpersing bij afpersing, bedrog bij bedrog; zij weigeren zich aan mij te storen, spreekt de Heer.  
 
Jer 9:7
 
Daarom spreekt de Heer der heirscharen aldus: Ik ga hen smelten en toetsen; want hoe zou ik kunnen stilzitten wegens de boosheid der dochter mijns volks?  
 
Jer 9:8
 
Hun tong is een moorddadige pijl, bedrog zijn de woorden huns monds; men spreekt zijn naaste vriendelijk toe, terwijl men in zijn binnenste hem lagen legt.  
 
Jer 9:9
 
Zou ik zulke dingen niet straffen? spreekt de Heer, tegen een volk als dit niet wraakgierig gezind zijn?  
 
Jer 9:10
 
Heft geween en geklag aan over de bergen, een klaaglied over de oasen der woestijn; want zij zijn verzengd, zodat niemand er doortrekt; zij horen het geblaat der kudden niet meer; het gevogelte des hemels zowel als het vee is gevloden, heengegaan.  
 
Jer 9:11
 
Ik maak Jeruzalem tot een steenhoop, een jakhalzenverblijf, en Juda's steden verkeer ik in een woestenij, gans onbewoond.  
 
Jer 9:12
 
Wie wijs is versta dit; hij tot wien de Heer gesproken heeft melde het! Waarom is het land tegrondegegaan, verzengd als een woestijn, zodat niemand er doortrekt?  
 
Jer 9:13
 
De Heer zeide: Omdat zij de wet die ik hun had voorgelegd verzaakt, naar mij niet geluisterd, haar niet nageleefd hebben,  
 
Jer 9:14
 
maar de verstoktheid van hun boos hart zijn gevolgd, en de baals aan wie hun vaderen hen gewend hadden.  
 
Jer 9:15
 
Daarom zegt de Heer der heirscharen, Israels god, aldus: Zie, ik geef dit volk alsem te eten en een giftdrank te drinken;  
 
Jer 9:16
 
ik verstrooi hen onder de natien, die zijzelf noch hun vaderen hebben gekend, en zend hun het zwaard achterna, totdat ik hen heb afgemaakt.  
 
Jer 9:17
 
Zo zegt de Heer der heirscharen: Geeft acht! roept de klaagvrouwen, dat zij komen, zendt om de wijze vrouwen, dat zij zich spoeden;  
 
Jer 9:18
 
laten zij over ons een weeklacht aanheffen, zodat onze ogen wegsmelten in tranen, onze wimpers van water vlieten.  
 
Jer 9:19
 
Een klaagtoon is uit Sion gehoord: Hoe zijn wij verdelgd! Wij staan diep beschaamd, want wij hebben het land moeten verlaten, men heeft onze woningen omvergeworpen!  
 
Jer 9:20
 
Want hoort, vrouwen, het woord van den Heer, en verneme uw oor de woorden zijns monds, en leert uw dochters een weeklacht, elkander een klaaglied.  
 
Jer 9:21
 
De dood is onze vensters ingeklommen, onze burchten binnengetreden om de kinderen uit te roeien van de straat, de jongelingen van de pleinen.  
 
Jer 9:22
 
En gevallen zijn de lijken der mensen, als mest over het veld, en als een garf achter den maaier: niemand raapt ze op!  
 
Jer 9:23
 
Zo zegt de Heer: De wijze beroeme zich niet op zijn wijsheid, noch de sterke op zijn sterkte, noch de rijke op zijn rijkdom;  
 
Jer 9:24
 
maar hierop beroeme zich wie roemen wil: zo verstandig te zijn om te erkennen dat ik de Heer ben, die goedertierenheid, recht en gerechtigheid oefen op aarde; want in dezulken heb ik behagen, spreekt de Heer.  
 
Jer 9:25
 
Zie, de dagen komen, spreekt de Heer, waarin ik zal straffen alle besnedenen die de voorhuid hebben:  
 
Jer 9:26
 
Egypte, Juda, Edom, de Ammonieten, Moab en allen die zich de slapen kaalscheren, de woestijnbewoners; want alle heidenen zijn onbesnedenen, en het ganse huis Israel is onbesneden van hart.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Isaiah 1Jeremiah 81 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Jeremiah 10Lamentations 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards