All NT OTBook
Compare Texts
Isaiah 1 Jeremiah 5

Jeremiah 6:1-30

Jeremiah 7 Lamentations 1

Hollands LEI

 
 
 
Jer 6:1
 
Bergt u, Benjaminieten! vlucht uit Jeruzalem; steekt de bazuin te Tekoa; hijst een signaal over Beth-hakkerem; want onheil dreigt uit het noorden, een grote breuke.  
 
Jer 6:2
 
Is uw hoogte, Sions dochter, een liefelijke weide?  
 
Jer 6:3
 
Herders komen er met hun kudden heen, slaan er alom tenten op, weiden elk zijn stuk af.  
 
Jer 6:4
 
--Wijdt den oorlog tegen haar! Op, dat wij nog des middags de muren beklimmen! Helaas! reeds is de dag gedaald, reeds worden de schaduwen van den avond langer.  
 
Jer 6:5
 
Op, dat wij in den nacht ze beklimmen en haar burchten vernielen! --  
 
Jer 6:6
 
Want zo zegt de Heer der heirscharen: Velt haar geboomte en werpt een wal tegen Jeruzalem op! Dat is de stad die gans en al leugen is en waarbinnen geweldenarij woont;  
 
Jer 6:7
 
evenals een put zijn water fris houdt, zo houdt zij haar boosheid fris; van knevelarij en mishandeling hoort men in haar, ik moet er voortdurend ziekten en slagen aanschouwen.  
 
Jer 6:8
 
Laat u gezeggen, Jeruzalem, opdat ik geen afkeer van u krijge; anders maak ik u tot een wildernis, tot een onbewoonbaar land.  
 
Jer 6:9
 
Zo zegt de Heer der heirscharen: Men zal een zorgvuldige nalezing houden, als bij een wijnstok, zo bij het overschot van Israel; de hand er telkens aan slaande, gelijk de wijnlezer aan de ranken.  
 
Jer 6:10
 
--Wie zal ik toespreken en vermanen, opdat zij luisteren? Zie, hun oor is onbesneden, zodat zij niet in staat zijn op te letten; zie, des Heeren woord is hun tot versmading, zij hebben er geen behagen in.  
 
Jer 6:11
 
Dies ben ik vol van 's Heeren verbolgenheid, het valt mij zwaar haar in te houden. --Stort haar uit over de kinderen op straat en over den kring der jongelingen tegader; want zo man als vrouw zal getroffen worden, de grijsaard met wie zat van dagen is;  
 
Jer 6:12
 
hun huizen zullen op anderen overgaan, akkers en vrouwen tegader; want ik strek mijn hand uit tegen de bewoners des lands, spreekt de Heer.  
 
Jer 6:13
 
Want allen, zo geringen als groten, zijn belust op vuil gewin, en allen, zo profeet als priester, plegen bedrog;  
 
Jer 6:14
 
zij helen de breuke mijns volks op het lichtst, zeggende: Vrede, vrede! terwijl er geen vrede is.  
 
Jer 6:15
 
Zij zijn te schande geworden, omdat zij afschuwelijke dingen deden. Toch schamen zij zich volstrekt niet, zij weten van geen verlegenheid; daarom zullen zij vallen met hen die vallen, ten tijde hunner bezoeking zullen zij struikelen, zegt de Heer.  
 
Jer 6:16
 
Zo sprak de Heer: Gaat staan aan de wegen, en ziet uit, en vraagt naar de paden van weleer: wat is de weg tot geluk? en bewandelt dien, en vindt verademing voor uzelf. Maar zij zeiden: Wij doen het niet.  
 
Jer 6:17
 
Toen zette ik voor u wachters uit: luistert naar den klank der bazuin! Maar zij zeiden: Wij willen niet luisteren.  
 
Jer 6:18
 
Daarom hoort, gij natien! en verneemt, hoe ik met hen afreken.  
 
Jer 6:19
 
Hoor, aarde! Ik ga onheil brengen over dit volk, de vrucht van hun herhaalden afval; want naar mijn woorden hebben zij niet geluisterd, en mijn wet, die hebben zij versmaad.  
 
Jer 6:20
 
Waartoe toch dient mij de wierook die uit Sjeba komt, en de kostelijke kalmus, uit een ver land? Uw brandoffers komen u niet ten goede, en uw slachtoffers zijn mij niet aangenaam.  
 
Jer 6:21
 
Daarom spreekt de Heer aldus: Ik ga voor dit volk struikelblokken leggen; zodat vaders en zonen er samen over struikelen, geburen en vrienden omkomen.  
 
Jer 6:22
 
Zo zegt de Heer: Daar komt een volk uit het Noorderland, een grote natie zet zich in beweging van het uiteinde der aarde;  
 
Jer 6:23
 
boog en strijdknots voeren zij; wreed zijn zij en zonder erbarmen; zij maken een gedruis als de zee en rijden op paarden; ten strijde gerust als een man, tegen u, dochter Sions!  
 
Jer 6:24
 
Nauw hoorden wij van hen gewagen, of onze handen hingen slap, benauwdheid greep ons aan, weeen als ener barende.  
 
Jer 6:25
 
Ga het veld niet in en kom niet op den weg, want 's vijands zwaard is Schrik-rondom!  
 
Jer 6:26
 
Dochter mijns volks, omgord u met een rouwkleed, en bestrooi u met as; bedrijf rouw als over een enig kind, een bitter misbaar; want plotseling valt de verdelger op ons aan. --  
 
Jer 6:27
 
Ten toetser heb ik u gesteld bij mijn volk, opdat gij van hun wandel kennis neemt en dien toetst.  
 
Jer 6:28
 
Zij zijn allen meer dan onhandelbaar, onruststokers, koper en ijzer; altemaal misdragen zij zich.  
 
Jer 6:29
 
De blaasbalg snoof; door het vuur moest het lood worden verteerd; tevergeefs heeft de zilversmid gezuiverd: hun boosheid is niet weggesmolten.  
 
Jer 6:30
 
Noemt hen versmaad zilver; want de Heer heeft hen versmaad.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Isaiah 1Jeremiah 51 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Jeremiah 7Lamentations 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards