All NT OTBook
Compare Texts
Isaiah 1 Jeremiah 35

Jeremiah 36:1-32

Jeremiah 37 Lamentations 1

Hollands LEI

 
 
 
Jer 36:1
 
In het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Jozia, den koning van Juda, kwam van den Heer dit woord tot Jeremia:  
 
Jer 36:2
 
Neem u een boekrol en schrijf daarop alwat ik tot u gesproken heb aangaande Israel en Juda en al de volken, sedert ik tot u gesproken heb, van den tijd van Jozia, den koning van Juda, af, tot op den huidigen dag toe.  
 
Jer 36:3
 
Misschien zal het huis Juda horen, wat al onheil ik voornemens ben hun aan te doen; opdat zij zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg, en ik hun hun schuld en zonde vergeef.  
 
Jer 36:4
 
Toen riep Jeremia Baruch, den zoon van Neria, en Baruch schreef op een boekrol uit den mond van Jeremia alwat de Heer tot dezen gesproken had.  
 
Jer 36:5
 
En Jeremia gelastte Baruch: Ik ben verhinderd, ik mag niet in den tempel komen;  
 
Jer 36:6
 
ga gij dus en lees van de rol die gij uit mijn mond hebt beschreven de woorden des Heeren in den tempel op een vastendag aan het volk voor; ook aan al de Judeers, uit hun steden gekomen, zult gij ze voorlezen.  
 
Jer 36:7
 
Misschien zal hun smeking tot den Heer opstijgen en zullen zij zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg; want de toorn en verbolgenheid waarmee de Heer dit volk bedreigd heeft is groot.  
 
Jer 36:8
 
Baruch, de zoon van Neria, nu deed naar alwat de profeet Jeremia hem gelast had en las de woorden des Heeren in den tempel uit het boek voor.  
 
Jer 36:9
 
Eens dan, in het vijfde jaar van Jojakim, den zoon van Jozia, over Juda, in de negende maand, hadden het ganse volk te Jeruzalem en allen die uit de steden van Juda waren gekomen te Jeruzalem voor den Heer besloten een vasten te houden;  
 
Jer 36:10
 
toen las Baruch uit het boek de woorden van Jeremia aan het ganse volk in den tempel voor, in de kamer van Gemarja, den zoon van Sjafan, den schrijver, in het bovenvoorhof bij den ingang der Nieuwe tempelpoort.  
 
Jer 36:11
 
Toen nu Micha, de zoon van Gemarja, den zoon van Sjafan, al de woorden des Heeren uit het boek had aangehoord,  
 
Jer 36:12
 
ging hij af naar het paleis, naar de kamer van den schrijver, waar juist al de vorsten gezeten waren: de schrijver Elisjama, Delaja, de zoon van Sjemaja, Elnathan, de zoon van Achbor, Gemarja, de zoon van Sjafan, Sedekia, de zoon van Hananja, en de andere vorsten,  
 
Jer 36:13
 
en Micha deelde hun mee alwat hij gehoord had, toen Baruch uit het boek aan het volk voorlas;  
 
Jer 36:14
 
waarop al de vorsten Jehudi, den zoon van Nethanja, den zoon van Sjelemja, den zoon van Kusji, tot Baruch zonden, met den last: Neem de rol waaruit gij het volk hebt voorgelezen mee en kom hier. Zo nam Baruch, de zoon van Neria, de rol mee en kwam tot hen.  
 
Jer 36:15
 
En zij zeiden tot hem: Neem plaats en lees het ons voor. Toen las Baruch het hun voor.  
 
Jer 36:16
 
Zodra zij nu al die woorden hoorden, zagen zij elkander ontsteld aan en zeiden: Wij moeten stellig dit alles den koning meedelen.  
 
Jer 36:17
 
Zij vroegen dan Baruch: Verhaal ons eens, hoe gij al deze woorden hebt opgeschreven.  
 
Jer 36:18
 
En Baruch zeide tot hen: Met eigen mond zeide Jeremia mij al deze woorden voor, terwijl ik ze eigenhandig in het boek schreef.  
 
Jer 36:19
 
Toen zeiden de vorsten tot Baruch: Ga heen, verbergt u gij en Jeremia; niemand wete waar gij beiden zijt.  
 
Jer 36:20
 
Vervolgens begaven zij zich naar den koning in zijn binnenkamer, terwijl zij de rol in de kamer van den schrijver Elisjama hadden opgeborgen, en deelden den koning persoonlijk alles mee.  
 
Jer 36:21
 
Hierop liet de koning de rol halen door Jehudi, die ze uit de kamer van den schrijver Elisjama haalde en ze den koning en al de vorsten die bij den koning stonden voorlas.  
 
Jer 36:22
 
De koning nu zat in het winterverblijf, in de negende maand; terwijl het vuur in de stoof voor hem was aangestoken.  
 
Jer 36:23
 
Toen nu Jehudi drie of vier bladen gelezen had, sneed hij ze met een pennemes stuk en wierp ze in het vuur dat in de stoof was, totdat de ganse rol verteerd was op het vuur in de stoof;  
 
Jer 36:24
 
de koning noch een zijner dienaren die al deze woorden hoorden ontstelde of scheurde zijn klederen.  
 
Jer 36:25
 
Wel smeekten Elnathan, Delaja en Gemarja den koning dringend de rol niet te verbranden, maar hij luisterde niet naar hen.  
 
Jer 36:26
 
Voorts gelastte de koning den prins Jerahmeel, Seraja, den zoon van Azziel, en Sjelemja, den zoon van Abdeel om den schrijver Baruch en den profeet Jeremia te vatten; maar de Heer had hen verborgen.  
 
Jer 36:27
 
Nadat nu de koning de rol met de woorden welke Baruch uit den mond van Jeremia had opgeschreven verbrand had, kwam het woord des Heeren tot Jeremia:  
 
Jer 36:28
 
Neem u weer een andere rol en schrijf daarop al de woorden die op de eerste rol stonden, welke Jojakim, de koning van Juda, verbrand heeft.  
 
Jer 36:29
 
En aangaande Jojakim, den koning van Juda, zult gij zeggen: Zo zegt de Heer: Gij hebt deze rol verbrand, zeggende: Waarom hebt gij daarop geschreven: De koning van Babel zal gewis komen, dit land verderven en mens en vee er uit doen verdwijnen?  
 
Jer 36:30
 
Daarom zegt de Heer van Jojakim, den koning van Juda, aldus: Hij zal geen afstammeling hebben die op den troon van David zit; en zijn lijk zal weggeworpen liggen, overdag in de hitte en 's nachts in de koude.  
 
Jer 36:31
 
En ik zal op hem en zijn kroost en zijn dienaren hun schuld verhalen, en over hen en Jeruzalems inwoners en de mannen van Juda al het onheil brengen waarmee ik hen bedreigd heb, en waarnaar zij niet geluisterd hebben.  
 
Jer 36:32
 
Jeremia dan nam een andere rol en gaf haar aan den schrijver Baruch, den zoon van Neria, die daarop uit den mond van Jeremia al de woorden schreef van het boek dat Jojakim, de koning van Juda, verbrand had. Bovendien werden er vele dergelijke woorden aan toegevoegd.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Isaiah 1Jeremiah 3518 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 Jeremiah 37Lamentations 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards