All NT OTBook
Compare Texts
Isaiah 1 Jeremiah 28

Jeremiah 29:1-32

Jeremiah 30 Lamentations 1

Hollands LEI

 
 
 
Jer 29:1
 
Dit is de inhoud van den brief, gezonden door den profeet Jeremia uit Jeruzalem aan de oudsten onder de ballingen, de priesters, de profeten en het ganse volk, door Nebukadnesar uit Jeruzalem naar Babel weggevoerd,  
 
Jer 29:2
 
na het vertrek uit Jeruzalem van koning Jechonja en de koningin-moeder, de kamerlingen en al de vorsten van Juda en Jeruzalem, de handwerkslieden en de slotenmakers;  
 
Jer 29:3
 
hij gaf dien mede aan Eleaza, den zoon van Sjafan, en Gemarja, den zoon van Hilkia, die door Sedekia, den koning van Juda, naar Babel tot Nebukadnesar, den koning van Babel, gezonden waren:  
 
Jer 29:4
 
Zo zegt de Heer der heirscharen, Israels god, aan al de ballingen die ik uit Jeruzalem naar Babel heb weggevoerd:  
 
Jer 29:5
 
Bouwt huizen, en bewoont ze; legt tuinen aan, en eet er de vruchten van;  
 
Jer 29:6
 
neemt vrouwen, en verwekt zonen en dochteren; neemt ook voor uw zonen vrouwen en geeft uw dochters aan mannen, opdat zij zonen en dochters baren; en vermenigvuldigt u aldaar, neemt in aantal niet af.  
 
Jer 29:7
 
En behartigt het welzijn der stad waarheen ik u heb weggevoerd, en bidt voor haar tot den Heer; want bij haar welvaart zult gij welvaren.  
 
Jer 29:8
 
Want zo zegt de Heer der heirscharen, Israels god: Laten de profeten die in uw midden zijn en uw waarzeggers u niet misleiden, en geeft geen gehoor aan de dromen die gij droomt;  
 
Jer 29:9
 
want leugens profeteren zij u in mijn naam; ik heb hen niet gezonden, spreekt de Heer.  
 
Jer 29:10
 
 
 
Jer 29:11
 
 
 
Jer 29:12
 
 
 
Jer 29:13
 
 
 
Jer 29:14
 
 
 
Jer 29:15
 
 
 
Jer 29:16
 
Zo toch zegt de Heer van den koning die zit op Davids troon, en van al het volk dat in deze stad woont, uw broeders die niet met u als ballingen zijn heengegaan;  
 
Jer 29:17
 
zo zegt de Heer der heirscharen: Zie, ik laat op hen los het zwaard, den honger en de pest, en ik zal hen gelijkstellen met de walgelijke vijgen, die te slecht zijn om te eten;  
 
Jer 29:18
 
ik zal hen achtervolgen met het zwaard, den honger en de pest, hen maken ten speelbal voor alle koninkrijken der aarde, tot een verwensching, een voorwerp van ontzetting, gesis en versmading onder alle volken werwaarts ik hen zal hebben weggedreven;  
 
Jer 29:19
 
omdat zij niet geluisterd hebben naar mijn woorden, spreekt de Heer, als ik onverdroten mijn dienaren de profeten tot hen zond.  
 
Jer 29:20
 
Maar gij, ballingen die ik uit Jeruzalem naar Babel heb weggezonden, hoort allen 's Heeren woord! (29-10) Zo toch zegt de Heer: Eerst wanneer zeventig jaren voor Babel verlopen zijn zal ik naar u omzien, en aan u mijn belofte gestanddoen u herwaarts terug te brengen. (29-11) Want ik weet zelf, welke gedachten ik aangaande u koester, spreekt de Heer, gedachten van vrede, en niet van onheil: u te geven een toekomst en een goede hoop. (29-12) Gij zult mij aanroepen, en heengaan en tot mij bidden, en ik zal u verhoren; (29-13) gij zult mij zoeken en mij vinden, indien gij van ganser harte naar mij vraagt. (29-14) Ja ik zal mij door u laten vinden, zegt de Heer, uw lot wenden, u herzamelen uit alle volkeren en alle plaatsen waarheen ik u heb weggedreven, spreekt de Heer, en u terugbrengen naar de plaats van waar ik u heb weggevoerd. (29-15) Wat betreft uw zeggen: De Heer heeft ons in Babel profeten doen opstaan  
 
Jer 29:21
 
--zo zegt de Heer der heirscharen, Israels god, van Achab, den zoon van Kolaja, en van Sedekia, den zoon van Maazeja, die u in mijn naam leugen profeteren: Zie, ik lever hen over aan Nebukadresar, den koning van Babel, die hen voor uw ogen zal verslaan.  
 
Jer 29:22
 
En aan hen zal bij al de ballingen van Juda in Babel de vervloeking ontleend worden: De Heer doe u het lot ondergaan van Sedekia en Achab, die door den koning van Babel aan het vuur zijn geroosterd--  
 
Jer 29:23
 
omdat zij een dwaasheid in Israel hebben begaan: overspel bedreven met de vrouwen hunner naasten en een woord in mijn naam gesproken dat ik hun niet had opgedragen. --Ik weet het en ben er getuige van, spreekt de Heer.  
 
Jer 29:24
 
En tot Sjemaja, den Nehelamiet, zult gij zeggen:  
 
Jer 29:25
 
Zo zegt de Heer der heirscharen, Israels god: Omdat gij op eigen gezag aan het ganse volk te Jeruzalem, aan den priester Sefanja, den zoon van Maazeja, en aan de andere priesters een brief hebt gezonden, van dezen inhoud:  
 
Jer 29:26
 
De Heer heeft u tot priester aangesteld in de plaats van den priester Jojada om opziener in den tempel te zijn en elken razenden en profeterenden mens in het blok en den halskraag te zetten.  
 
Jer 29:27
 
Waarom zijt gij dan niet tegen Jeremia van Anathoth, die bij u profeteert, opgetreden?  
 
Jer 29:28
 
Immers heeft hij ons in Babel de boodschap gezonden: Het zal nog lang duren; bouwt huizen en woont er in; legt tuinen aan en eet er de vruchten van.  
 
Jer 29:29
 
De priester Sefanja nu las dezen brief den profeet Jeremia voor.  
 
Jer 29:30
 
Toen kwam het woord des Heeren tot Jeremia:  
 
Jer 29:31
 
Zend aan al de ballingen de boodschap: Zo zegt de Heer aangaande Sjemaja den Nehelamiet: Omdat Sjemaja u geprofeteerd heeft, terwijl ik hem niet gezonden heb, en hij u op leugen heeft doen vertrouwen,  
 
Jer 29:32
 
daarom zegt de Heer aldus: Zie, ik straf Sjemaja, den Nehelamiet, en zijn kroost: niemand der zijnen zal in het midden van dit volk wonen, en hij zal het goede niet aanschouwen dat ik mijn volk zal schenken, spreekt de Heer; omdat hij afval van den Heer heeft gepredikt.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Isaiah 1Jeremiah 2812 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 Jeremiah 30Lamentations 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards