All NT OTBook
Compare Texts
Isaiah 1 Jeremiah 26

Jeremiah 27:1-22

Jeremiah 28 Lamentations 1

Hollands LEI

 
 
 
Jer 27:1
 
In het begin der regering van Sedekia, den zoon van Jozia, den koning van Juda kwam van den Heer dit woord tot Jeremia:  
 
Jer 27:2
 
Aldus zeide de Heer tot mij: Maak u banden en jukhouten, en doe ze aan uw hals;  
 
Jer 27:3
 
zend ze dan aan de koningen van Edom, van Moab, van de Ammonieten, van Tyrus en van Sidon, door hun gezanten die te Jeruzalem bij Sedekia, den koning van Juda, gekomen zijn,  
 
Jer 27:4
 
en geef dezen de volgende opdracht aan hun gebieders: Zo zegt de Heer der heirscharen, Israels god: Aldus zult gij spreken tot uw gebieders:  
 
Jer 27:5
 
Ik heb door mijn grote kracht en mijn uitgestrekten arm de aarde, met alwat van mens en vee op den aardbodem is, gemaakt en geef haar aan wien het mij goeddunkt.  
 
Jer 27:6
 
Welnu, ik heb al deze landen in de hand van mijn dienaar Nebukadnesar, den koning van Babel, gegeven; zelfs het gedierte des velds heb ik hem gegeven, opdat het hem diene.  
 
Jer 27:7
 
 
 
Jer 27:8
 
En het volk en het koninkrijk dat zijn hals niet voegt in het juk van Babels koning, dat volk zal ik met het zwaard, den honger en de pest straffen, zegt de Heer, totdat zij verdelgd zijn door zijn hand.  
 
Jer 27:9
 
Gij dan, luistert niet naar uw profeten, waarzeggers, dromers, orakelaars en tovenaars, als zij tot u zeggen: Gij zult den koning van Babel niet dienen!  
 
Jer 27:10
 
Want zij profeteren u leugen; opdat zij u verwijderen van uw grond, ik u wegdrijf en gij omkomt.  
 
Jer 27:11
 
Maar de natie die haar hals steekt in het juk van Babels koning en hem dient, die zal ik op haar grond laten blijven, spreekt de Heer, en zij zal dien bebouwen en bewonen.  
 
Jer 27:12
 
En tot Sedekia, den koning van Juda, heb ik desgelijks gesproken: Steekt uw hals in het juk van Babels koning, dient hem en zijn volk; zo zult gij in leven blijven.  
 
Jer 27:13
 
Waarom zoudt gij en uw volk sterven door het zwaard, den honger en de pest, waarmee de Heer het volk dat den koning van Babel niet dienen wil heeft bedreigd?  
 
Jer 27:14
 
Luistert dan niet naar de woorden der profeten die tot u zeggen: Gij zult den koning van Babel niet dienen--want zij geven u een leugenprofetie.  
 
Jer 27:15
 
Ik toch heb hen niet gezonden, spreekt de Heer, maar zij profeteren in mijn naam leugenachtig; opdat ik u wegdrijf en gij, met de profeten die u profetieen geven, omkomt.  
 
Jer 27:16
 
En tot de priesters en dit ganse volk heb ik aldus gesproken: Zo zegt de Heer: Luistert niet naar de woorden uwer profeten die u profeteren: Zie de vaten des tempels worden thans weldra uit Babel teruggebracht--want zij geven u een leugenprofetie.  
 
Jer 27:17
 
Luistert niet naar hen; dient Babels koning; zo zult gij in leven blijven. Waarom zou deze stad een bouwval worden?  
 
Jer 27:18
 
En indien zij werkelijk profeten zijn en het woord des Heeren bij hen is, laten zij dan den Heer der heirscharen dringend smeken dat de vaten die in den tempel, in het paleis van Juda's koning en te Jeruzalem zijn overgebleven niet naar Babel gaan.  
 
Jer 27:19
 
Want zo zegt de Heer der heirscharen van de zuilen, de zee, de onderstellen en het overschot der vaten die in deze stad zijn overgebleven,  
 
Jer 27:20
 
van alwat Nebukadnesar, de koning van Babel, niet heeft meegenomen, toen hij Jechonja, den zoon van Jojakim, den koning van Juda, uit Jeruzalem wegvoerde:  
 
Jer 27:21
 
 
 
Jer 27:22
 
zij zullen naar Babel gebracht worden en daar blijven tot den tijd dat ik er naar omzie, spreekt de Heer, ze opvoer en terugbreng naar deze plaats.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Isaiah 1Jeremiah 2610 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 Jeremiah 28Lamentations 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards