All NT OTBook
Compare Texts
Song of Solomon 1 Isaiah 2

Isaiah 3:1-26

Isaiah 4 Jeremiah 1

Hollands LEI

 
 
 
Isa 3:1
 
Want zie, de Heer, de Heer der heirscharen, neemt weg uit Jeruzalem en Juda stok en staf:  
 
Isa 3:2
 
held en krijgsman, rechter en profeet, waarzegger en oudste,  
 
Isa 3:3
 
hoofdman, gunsteling en raadgever, den kunstvaardige en den ervarene in het bezweren.  
 
Isa 3:4
 
En ik zal knapen als hun overheden aanstellen, en kinderen zullen over hen heersen;  
 
Isa 3:5
 
de burgers zullen op elkander aandringen, elk op zijn naaste, de knaap zal den grijsaard bestormen, de geringe den aanzienlijke.  
 
Isa 3:6
 
Als iemand in zijns vaders huis zijn broeder aangrijpt: "Gij hebt nog een kleed, en moet dus hoofd over ons zijn; laat dit wankelend gebouw onder uw hoede wezen!"  
 
Isa 3:7
 
dan roept hij te dien dage: Ik kan het niet in de voegen houden, ook heb ik spijs noch kleding in huis; gij moet mij niet tot volkshoofd aanstellen!  
 
Isa 3:8
 
Ja, Jeruzalem wankelt en Juda valt; omdat hun woorden en daden tegen den Heer gericht zijn, en zij zijn majestueuze ogen krenken.  
 
Isa 3:9
 
Hun onbeschaamdheid getuigt tegen hen; hun zonden vertellen zij, als Sodom, onbewimpeld. Wee hun; want zij brouwen zichzelf onheil!  
 
Isa 3:10
 
--Heil den rechtschapene; want het gaat hem goed: hij zal de vrucht zijner handelingen eten.  
 
Isa 3:11
 
Wee den goddeloze; want het gaat hem slecht: hetgeen zijn handen verdiend hebben zal hem overkomen. --  
 
Isa 3:12
 
Mijn volk heeft kinderen tot drijvers, en vrouwen beheersen het. Mijn volk, uw leiders zijn verleiders, en maken van uw paden een doolweg.  
 
Isa 3:13
 
De Heer heeft zich ten gerichte gesteld; hij staat gereed om zijn volk te vonnissen;  
 
Isa 3:14
 
de Heer komt ten oordeel tegen de oudsten en vorsten zijns volks: Gij, gij hebt den wijngaard afgeweid; het den arme ontroofde is in uw huizen!  
 
Isa 3:15
 
Wat bezielt u dat gij mijn volk vertrapt, en het gelaat der nooddruftigen vermaalt? spreekt de Heer, de Heer der heirscharen.  
 
Isa 3:16
 
De Heer sprak: Omdat Sions dochteren pronken, rondwandelen met uitgerekten hals en lonkjes om zich werpend met trippelenden gang en klingelende voetringen,  
 
Isa 3:17
 
zal de Heer den schedel van Sions dochteren kaal maken, de Heer haar slapen ontbloten.  
 
Isa 3:18
 
Te dien dage doet de Heer den opschik weg, de voetringen, voorhoofdsiersels en maantjes,  
 
Isa 3:19
 
de oorknoppen, kettinkjes en sluiers,  
 
Isa 3:20
 
de tulbanden, armbanden en linten,  
 
Isa 3:21
 
de reukfleschjes, amuletten en zegelringen,  
 
Isa 3:22
 
de neusringen, feestgewaden en overrokken,  
 
Isa 3:23
 
de omslagdoeken, tassen en huiven, de opperkleederen, mutsen en hoofdbanden.  
 
Isa 3:24
 
Dan zal het zijn: In plaats van balsemgeur vunsheid, in plaats van een gordel een strop, in plaats van gevlochten haren kaalheid, in plaats van een keurs een rouwkleed.  
 
Isa 3:25
 
Uw mannen, Sion, zullen vallen door het zwaard, uw helden in den krijg;  
 
Isa 3:26
 
klagen en rouwen zullen haar poorten, uitgeplunderd zit zij op den grond.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Song of Solomon 1Isaiah 21 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Isaiah 4Jeremiah 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards