All NT OTBook
Compare Texts
Song of Solomon 1 Isaiah 25

Isaiah 26:1-21

Isaiah 27 Jeremiah 1

Hollands LEI

 
 
 
Isa 26:1
 
Te dien dage zal in Juda's land dit lied worden gezongen: Een sterke stad hebben wij; verlossing stelt hij ten muur en ten voorwerk.  
 
Isa 26:2
 
Opent de poorten, opdat binnentrede een rechtschapen volk,  
 
Isa 26:3
 
dat trouwe houdt en welks gezindheid standvastig is, dat den vrede, den vrede bewaart, wijl het op u vertrouwt.  
 
Isa 26:4
 
Vertrouwt op den Heer voor immer, want de Heer, onze God, is een eeuwige rots.  
 
Isa 26:5
 
Hij toch verlaagt de hoog wonenden, werpt de verheven veste neer, werpt haar neer op den grond, doet haar dalen in het stof;  
 
Isa 26:6
 
de voet vertrapt haar, de voet des ellendigen, de treden der geringen.  
 
Isa 26:7
 
De weg is voor den rechtschapene geeffend; effen baant gij het spoor des rechtschapenen.  
 
Isa 26:8
 
Ja, wij verwachten u op den weg uwer gerichten, Heer! naar uw naam en uw roem verlangt onze ziel.  
 
Isa 26:9
 
Met zielsbegeren verlang ik naar u in den nacht, uit 's harten grond zie ik uit naar u; want zodra uw gerichten op de aarde zijn, leren de bewoners der wereld wat recht is.  
 
Isa 26:10
 
Wordt de boze genadig behandeld, dan leert hij geen recht op aarde kennen; de waarheid verdraait hij, en hij ziet 's Heeren hoogheid niet.  
 
Isa 26:11
 
Heer, opgeheven was uw hand, maar zij bespeuren het niet. Laat hen bespeuren, opdat zij zich schamen, uw ijver voor uw volk! Ja, het vuur, voor uw tegenstanders bestemd, vertere hen!  
 
Isa 26:12
 
Heer, gij zult ons heil doen toekomen; want ook al ons ander werk hebt gij voor ons verricht.  
 
Isa 26:13
 
Heer, onze god, andere heren dan gij zijn onze meesters; maar van u alleen willen wij den naam verkondigen.  
 
Isa 26:14
 
Doden herleven niet, schimmen staan niet op; daarom, toen gij hen gekastijd hebt en verdelgd, hebt gij alle gedachtenis aan hen uitgewist.  
 
Isa 26:15
 
Eens hebt gij, Heer, het volk talrijk gemaakt, het volk talrijk gemaakt, uzelf verheerlijkt, hebt gij alle grenzen des lands verwijd.  
 
Isa 26:16
 
Heer, in den druk hebben wij naar u omgezien, de benauwdheid der verdrukking was ons een tuchtiging van u.  
 
Isa 26:17
 
Gelijk een zwangere wier barensuur nadert zich wringt en schreeuwt in haar weeen, zo waren wij om uwentwil, Heer.  
 
Isa 26:18
 
Wij waren zwanger en hadden weeen, maar toen wij baarden, was het wind; redding brachten wij niet in het land, en wereldburgers werden niet geboren.  
 
Isa 26:19
 
Mochten uw doden herleven, mijn lijken opstaan! Ontwaakt en jubelt, bewoners van het stof! want een dauw des lichts is uw dauw, en de aarde zal schimmen baren.  
 
Isa 26:20
 
Kom, mijn volk, ga in uw binnenkamers, en sluit de deur achter u; verberg u een korte wijle, totdat de gramschap voorbijgegaan is.  
 
Isa 26:21
 
Want zie, de Heer verlaat zijn woonplaats om de schuld van de bewoners der wereld op hen te verhalen; en de aarde zal het op haar gestorte bloed blootleggen, en haar gedooden niet langer bedekken.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Song of Solomon 1Isaiah 259 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 Isaiah 27Jeremiah 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards