| |
Hollands LEI |  | |
 |
| |
| | Pro 3:1 | Mijn zoon, vergeet mijn lessen niet, uw hart geve acht op mijn geboden.
| |
| | Pro 3:2 | Want lengte van dagen, jaren levens en vrede zullen zij u toevoegen.
| |
| | Pro 3:3 | Dat de vroomheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart;
| |
| | Pro 3:4 | zo zult gij bevonden worden vriendelijk en verstandig in het oog van God en mensen.
| |
| | Pro 3:5 | Vertrouw op den Heer met uw ganse hart, en steun niet op eigen doorzicht;
| |
| | Pro 3:6 | denk aan hem op al uw wegen; dan zal hij uw paden effenen.
| |
| | Pro 3:7 | Wees niet wijs in eigen oog, vrees den Heer en wijk van het kwaad;
| |
| | Pro 3:8 | dan zal aan uw vlees genezing ten deel vallen, verkwikking aan uw gebeente.
| |
| | Pro 3:9 | Eer den Heer met uw rijkdom, en met de keur van al uw inkomsten;
| |
| | Pro 3:10 | opdat uw schuren gevuld worden met koorn, uw perskuipen overvloeien van most.
| |
| | Pro 3:11 | Mijn zoon, versmaad de tucht des Heeren niet, en heb geen tegenzin in zijn terechtwijzing;
| |
| | Pro 3:12 | want de Heer kastijdt dengene dien hij liefheeft, als een vader den zoon in wien hij welbehagen heeft.
| |
| | Pro 3:13 | Gelukkig de mens die wijsheid gevonden heeft, de man die verstand erlangt;
| |
| | Pro 3:14 | want zij is hoger in prijs dan zilver, zij brengt meer op dan fijn goud;
| |
| | Pro 3:15 | zij is kostelijker dan koralen, al uw kleinodien evenaren haar niet;
| |
| | Pro 3:16 | want lengte van dagen is in haar rechter hand, rijkdom en eer in haar linkerhand;
| |
| | Pro 3:17 | haar wegen zijn liefelijke wegen, al haar paden leiden tot heil;
| |
| | Pro 3:18 | een levensboom is zij voor wie haar aangrijpen; wie haar vasthoudt, hem wordt geluk geschonken.
| |
| | Pro 3:19 | De Heer heeft door wijsheid de aarde gegrondvest, door verstand den hemel vastgezet;
| |
| | Pro 3:20 | door zijn kennis zijn de vloeden gespleten, laten de wolken dauw druppelen.
| |
| | Pro 3:21 | Mijn zoon, laten zij niet wijken uit uw oog, bewaar beleid en overleg;
| |
| | Pro 3:22 | opdat zij leven voor uw ziel zijn, een sieraad voor uw hals.
| |
| | Pro 3:23 | Dan zult gij onbezorgd uw weg bewandelen en uw voet niet stoten;
| |
| | Pro 3:24 | wanneer gij terneerzit, zult gij niet opschrikken, zijt gij gaan liggen, dan zal uw slaap zoet zijn;
| |
| | Pro 3:25 | gij behoeft niet te vrezen voor wat de onnozelen opschrikt, noch wanneer het onweder komt dat de bozen treft;
| |
| | Pro 3:26 | want de Heer zal uw betrouwen zijn en uw voet voor de klem bewaren.
| |
| | Pro 3:27 | Onthoud het goede niet aan den arme, wanneer het in uw macht staat te helpen.
| |
| | Pro 3:28 | Zeg niet tot uw naaste: Kom eens weerom! of: Morgen zal ik u geven--terwijl gij het hebt.
| |
| | Pro 3:29 | Smeed geen kwaad tegen uw naaste, terwijl hij niets duchtend bij u woont.
| |
| | Pro 3:30 | Zoek niet zonder reden met iemand twist, wanneer hij u geen kwaad gedaan heeft.
| |
| | Pro 3:31 | Wees niet afgunstig op een man des gewelds, en laat u geen zijner wegen gevallen;
| |
| | Pro 3:32 | want een afschuw heeft de Heer van den valschaard maar met de braven gaat hij om.
| |
| | Pro 3:33 | 's Heeren vloek woont in het huis van den boze maar de woning der rechtschapenen zegent hij;
| |
| | Pro 3:34 | met de spotters drijft hij den spot, maar aan de deemoedigen bewijst hij gunst;
| |
| | Pro 3:35 | de wijzen erlangen eer, maar de dwazen verkrijgen schande.
| |