All NT OTBook
Compare Texts
Genesis 1 Exodus 5

Exodus 6:1-30

Exodus 7 Leviticus 1

Hollands LEI

 
 
 
Exd 6:1
 
(5-24) Hierop zeide de Heer tot Mozes: Nu zult gij zien wat ik Farao doen zal; want zwichtend voor een sterke hand, zal hij hen laten trekken, en door een uitgestrekten arm gedwongen, zal hij hen uit zijn land verdrijven.  
 
Exd 6:2
 
(6-1) God sprak tot Mozes en zeide tot hem: Ik ben de Heer.  
 
Exd 6:3
 
(6-2) Aan Abraham, Izaak en Jakob ben ik verschenen als God de Machtige, en onder mijn naam, Heer, heb ik mij hun niet bekend gemaakt.  
 
Exd 6:4
 
(6-3) Niet alleen doe ik mijn verbond met hen gestand, hun het land Kanaan, het land hunner vreemdelingschap, waarin zij vertoefd hebben, te geven;  
 
Exd 6:5
 
(6-4) maar ook heb ik gehoord het gekerm der Israelieten, die door de Egyptenaren als slaven behandeld worden, en ik heb aan mijn verbond gedacht.  
 
Exd 6:6
 
(6-5) Zeg daarom tot de Israelieten: Ik ben de Heer en zal u uitleiden van onder den dwangarbeid der Egyptenaren, u verlossen uit hun slavernij, u bevrijden met uitgestrekten arm en zware strafgerichten;  
 
Exd 6:7
 
(6-6) ook zal ik u mij ten volk nemen en u ten god zijn, en gij zult erkennen dat ik de Heer uw god ben, hij die u uitleidt van onder den dwangarbeid van Egypte.  
 
Exd 6:8
 
(6-7) Dan zal ik u brengen in het land waaromtrent ik mijn hand opgestoken heb, het aan Abraham, Izaak en Jakob te zullen geven, en ik zal het u tot bezitting schenken. Ik ben de Heer.  
 
Exd 6:9
 
(6-8) En Mozes sprak aldus tot de Israelieten; maar zij hoorden niet naar hem vanwege mismoedigheid en harde slavernij.  
 
Exd 6:10
 
(6-9) Toen sprak de Heer tot Mozes:  
 
Exd 6:11
 
(6-10) Ga aan Farao, den koning van Egypte, zeggen dat hij de Israelieten uit zijn land late trekken.  
 
Exd 6:12
 
(6-11) Doch Mozes sprak voor des Heeren aangezicht: Indien de Israelieten niet naar mij gehoord hebben, hoe zal dan Farao naar mij horen, terwijl ik onbesneden van lippen ben?  
 
Exd 6:13
 
(6-12) De Heer sprak tot Mozes en Aaron en vaardigde hen af naar Farao, den koning van Egypte, om de Israelieten uit zijn land te leiden.  
 
Exd 6:14
 
(6-13) Dit zijn de hoofden hunner familien. De zonen van Ruben, Israels eerstgeborene: Henoch en Pallu, Hesron en Karmi. Dit zijn de geslachten van Ruben.  
 
Exd 6:15
 
(6-14) De zonen van Simeon: Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Sohar, en Saul, de zoon der Kanaanietische. Dit zijn de geslachten van Simeon.  
 
Exd 6:16
 
(6-15) Dit zijn de namen der zonen van Levi, naar hun afstamming: Gersjon, Kehath en Merari; de levensjaren van Levi waren honderd zeven en dertig.  
 
Exd 6:17
 
(6-16) De zonen van Gersjon waren Libni en Sjimei, naar hun geslachten.  
 
Exd 6:18
 
(6-17) De zonen van Kehath waren Amram, Jishar Hebron en Uzziel; de levensjaren van Kehath waren honderd drie en dertig.  
 
Exd 6:19
 
(6-18) De zonen van Merari waren Mahli en Musji. Dit zijn de geslachten van Levi, naar hun afstamming.  
 
Exd 6:20
 
(6-19) Amram nu nam zijn tante Jochebed tot vrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes. De levensjaren van Amram waren honderd zeven en dertig.  
 
Exd 6:21
 
(6-20) De zonen van Jishar waren Korah, Nefeg en Zichri.  
 
Exd 6:22
 
(6-21) De zonen van Uzziel waren Misjael, Elsafan en Sithri.  
 
Exd 6:23
 
(6-22) Aaron nu nam Elisjeba de dochter van Amminadab, de zuster van Nahsjon, tot vrouw, en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.  
 
Exd 6:24
 
(6-23) De zonen van Korah waren Assir, Elkana en Abiazaf; dit zijn de geslachten der Korahieten.  
 
Exd 6:25
 
(6-24) Eleazar, de zoon van Aaron, nam tot vrouw een der dochters van Putiel, en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de familien der Levieten, naar hun geslachten.  
 
Exd 6:26
 
(6-25) Dit zijn Aaron en Mozes, tot wie de Heer gezegd heeft: Leidt de Israelieten uit Egypteland, naar hun legerscharen.  
 
Exd 6:27
 
(6-26) Dit zijn zij die tot Farao, den koning van Egypte, gesproken hebben, om de Israelieten uit Egypte te leiden. Dit zijn Mozes en Aaron.  
 
Exd 6:28
 
(6-27) Ten dage dat de Heer tot Mozes in Egypteland sprak  
 
Exd 6:29
 
(6-28) zeide de Heer tot Mozes: Ik ben de Heer. Spreek tot Farao, den koning van Egypte, alwat ik tot u gesproken heb.  
 
Exd 6:30
 
(6-29) Doch Mozes zeide voor het aangezicht van den Heer: Zie, ik ben onbesneden van lippen; hoe zal Farao naar mij horen?  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Genesis 1Exodus 51 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Exodus 7Leviticus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards