| |
Hollands LEI |  | |
 |
| |
| | Exd 19:1 | Daarna liet Mozes zijn schoonvader gaan, en ging deze naar zijn land.
| |
| | Exd 19:2 | Zij braken op van Rafidim, kwamen in de woestijn van den Sinai en legerden zich in de woestijn; Israel legerde zich aldaar tegenover den berg,
| |
| | Exd 19:3 | en Mozes klom op tot God. Toen riep de Heer tot hem van den berg: Zo moet gij aan het huis Jakobs zeggen en aan de Israelieten mededelen:
| |
| | Exd 19:4 | Gij hebt zelf gezien wat ik den Egyptenaren gedaan heb, en dat ik u op arendsvleugelen opgenomen en tot mij gebracht heb.
| |
| | Exd 19:5 | Welnu, indien gij terdege naar mij luistert en mijn verbond in acht neemt, zult gij uit alle volkeren mij ten eigendom zijn; want mij behoort de ganse aarde.
| |
| | Exd 19:6 | Zo zult gij mij een koninkrijk van priesters en een heilige natie zijn. Dit zijn de woorden die gij tot de Israelieten spreken moet.
| |
| | Exd 19:7 | Toen kwam Mozes, ontbood de oudsten des volks en legde hun al die woorden voor die de Heer hem bevolen had.
| |
| | Exd 19:8 | En het gehele volk antwoordde eenstemmig: Alwat de Heer gesproken heeft zullen wij doen. Waarop Mozes de woorden des volks aan den Heer overbracht.
| |
| | Exd 19:9 | En de Heer zeide tot Mozes: Zie ik kom tot u in een dichte wolk; opdat het volk mij tot u hore spreken en ook in u voor altijd gelove. Toen deelde Mozes de woorden des volks aan den Heer mede;
| |
| | Exd 19:10 | waarop de Heer tot Mozes zeide: Ga tot het volk en heilig hen heden en morgen; zij moeten hun klederen wassen
| |
| | Exd 19:11 | en tegen den derden dag bereid zijn; want ten derden dage zal de Heer, ten aanschouwen van het ganse volk, op den berg Sinai nederdalen.
| |
| | Exd 19:12 | Ook moet gij het volk aan alle kanten van den berg afhouden, zeggende: Wacht u den berg te beklimmen, zelfs den voet er van aan te raken; alwie den berg aanraakt zal zeker ter dood gebracht worden.
| |
| | Exd 19:13 | Geen hand mag hem aanraken, want hij moet gestenigd of met pijlen doorschoten worden; hetzij dier, hetzij mens, in het leven blijven mag hij niet. Wanneer op den ramshoorn geblazen wordt, mogen zij den berg beklimmen.
| |
| | Exd 19:14 | Toen daalde Mozes van den berg af tot het volk en heiligde het, en zij wiessen hun klederen.
| |
| | Exd 19:15 | En hij zeide tot het volk: Weest bereid tot over drie dagen; nadert niet tot een vrouw.
| |
| | Exd 19:16 | En op den derden dag, toen het morgen werd, waren er donderslagen, bliksemstralen en zware wolken op den berg, en een zeer sterk bazuingeschal; zodat het ganse volk dat in de legerplaats was ontstelde.
| |
| | Exd 19:17 | Maar Mozes leidde het volk de legerplaats uit, God tegemoet, en zij schaarden zich aan den voet van den berg.
| |
| | Exd 19:18 | De berg Sinai nu rookte geheel en al, omdat de Heer in vuur daarop nedergedaald was; zijn rook steeg op als die van een smeltoven, en de gehele berg trilde zeer.
| |
| | Exd 19:19 | Steeds sterker werd het bazuingeschal, terwijl Mozes sprak en God hem met luider stem antwoordde.
| |
| | Exd 19:20 | De Heer nu daalde op den berg Sinai, op den top des bergs, neder en riep Mozes naar den top des bergs; waarop Mozes dien beklom.
| |
| | Exd 19:21 | Toen zeide de Heer tot Mozes: Daal af, vermaan het volk nadrukkelijk dat zij toch niet doordringen naar den Heer om hem te zien; want velen van hen zouden vallen.
| |
| | Exd 19:22 | Ook moeten de priesters die tot den Heer naderen zich heiligen; opdat de Heer niet onder hen een slachting aanrichte.
| |
| | Exd 19:23 | Hierop zeide Mozes tot den Heer: Het volk kan den berg Sinai niet beklimmen; want gijzelf hebt ons nadrukkelijk vermaand: houdt u van den berg af als van heiligen grond.
| |
| | Exd 19:24 | Maar de Heer zeide tot hem: Ga, daal af, en klim dan zelf met Aaron en de priesters op; maar laat het volk niet doordringen om tot den Heer op te stijgen; opdat hij geen slachting onder hen aanrichte.
| |
| | Exd 19:25 | En Mozes daalde af tot het volk en zeide het hun.
| |