All NT OTBook
Compare Texts
Genesis 1 Exodus 11

Exodus 12:1-51

Exodus 13 Leviticus 1

Hollands LEI

 
 
 
Exd 12:1
 
De Heer sprak tot Mozes en Aaron in Egypteland:  
 
Exd 12:2
 
Deze maand zal u het hoofd der maanden zijn; de eerste zal zij u zijn van de maanden des jaars.  
 
Exd 12:3
 
Spreekt tot de gehele gemeente van Israel: Op den tienden dag dezer maand moet elk een lam nemen, naar familien, een lam voor elk gezin.  
 
Exd 12:4
 
En indien het gezin te klein is voor een lam, dan moet hij er met zijn naasten buurman samen een nemen, naar het zielental. Elk uwer zal naar hetgeen hij eet zijn berekening maken ten aanzien van het lam.  
 
Exd 12:5
 
Een gaaf, manlijk lam moet het zijn, een jaar oud; uit de schapen of uit de geiten kunt gij het nemen.  
 
Exd 12:6
 
Gij zult het tot den veertienden dag dezer maand in bewaring houden, en de gehele vergadering der gemeente van Israel zal het in de schemeravond slachten.  
 
Exd 12:7
 
Dan neme men van het bloed, en doe dit aan de beide deurposten en den bovendorpel der huizen waarin men het eten zal.  
 
Exd 12:8
 
Voorts zal men in dien nacht het vlees eten, aan het vuur gebraden; met ongezuurd brood en bittere kruiden zal men het eten.  
 
Exd 12:9
 
Gij moogt daarvan geen gedeelte rauw noch ook in water gekookt eten, maar aan het vuur gebraden; den kop samenhangend met de poten en het ingewand.  
 
Exd 12:10
 
Gij moogt er niets van overlaten tot den morgen; wat er den volgenden morgen van over is moet gij verbranden.  
 
Exd 12:11
 
En aldus zult gij het eten: de lenden omgord, de schoenen aan de voeten, den stok in de hand; gij zult het in angstige haast eten: het is een pascha ter ere van den Heer.  
 
Exd 12:12
 
En ik zal in dien nacht door Egypteland trekken, alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, zowel die der mensen als die der dieren, en aan alle goden van Egypte strafgerichten voltrekken; ik ben de Heer.  
 
Exd 12:13
 
Maar dan zal het bloed u tot een teken zijn op de huizen waarin gij zijt: ik zal het bloed zien en u voorbijgaan; zodat geen plaag ten verderve onder u zal zijn wanneer ik in Egypte een slachting aanricht.  
 
Exd 12:14
 
En deze dag zal u ten gedenkdag zijn; gij zult dien vieren als een feest ter ere van den Heer. In al uw volgende geslachten, als een eeuwige inzetting zult gij hem vieren.  
 
Exd 12:15
 
Zeven dagen zult gij ongezuurd brood eten. Maar op den eersten dag zult gij de gist uit uw huizen verwijderen; want alwie iets gezuurds eet, die mens zal uitgeroeid worden uit Israel: van den eersten dag af tot den zevenden toe.  
 
Exd 12:16
 
Op den eersten dag en op den zevenden zal het u heilige vierdag zijn, waarop generlei werk zal worden verricht; alleen mag hetgeen tot spijs voor een iegelijk strekt voor u toebereid worden.  
 
Exd 12:17
 
Gij zult dit gebod onderhouden; want op dezen zelfden dag heb ik uw legerscharen uit Egypteland geleid; daarom zult gij dezen dag onderhouden in al uw volgende geslachten, een eeuwige inzetting.  
 
Exd 12:18
 
In de eerste maand, den veertienden der maand, des avonds, zult gij ongezuurd brood eten, tot den een en twintigsten der maand, des avonds;  
 
Exd 12:19
 
zeven dagen lang mag geen gist in uw huizen aangetroffen worden; want alwie iets dat gezuurd is eet, die mens zal uitgeroeid worden uit de gemeente van Israel, hetzij vreemde of inboorling.  
 
Exd 12:20
 
Niets dat gezuurd is moogt gij eten; in al uw woonsteden zult gij ongezuurd brood eten.  
 
Exd 12:21
 
Toen ontbood Mozes alle oudsten van Israel en zeide tot hen: Gaat heen en neemt schapen en geiten, naar uw geslachten, en slacht het paaschoffer.  
 
Exd 12:22
 
Dan moet gij een hysopkwast nemen, dien in het bloed op den drempel dopen en daarmede aan den bovendorpel en de deurposten een deel van het bloed strijken dat op den drempel is, en niemand uwer mag de deur van zijn huis voor den morgen uitgaan.  
 
Exd 12:23
 
Wanneer de Heer dan Egypte doortrekt om het te slaan, en hij het bloed op den bovendorpel en de beide deurposten ziet, dan zal hij de deur voorbijgaan en den verderver niet vergunnen, uw huizen binnen te gaan om u te slaan.  
 
Exd 12:24
 
Onderhoudt dit dan tot een inzetting voor u en uw zonen, voor altijd.  
 
Exd 12:25
 
En wanneer gij in het land komt hetwelk de Heer u geven zal, zoals hij gezegd heeft, zult gij dit gebruik onderhouden.  
 
Exd 12:26
 
En wanneer uw zonen tot u zeggen: Wat betekent dit uw gebruik?  
 
Exd 12:27
 
dan zult gij zeggen: Dit is het paaschoffer voor den Heer; omdat hij de huizen der Israelieten in Egypte voorbijgegaan is toen hij de Egyptenaren sloeg en onze huizen redde. --Hierop boog zich het volk en wierp zich neder,  
 
Exd 12:28
 
en de Israelieten gingen heen en deden wat de Heer aan Mozes en Aaron bevolen had. Aldus deden zij.  
 
Exd 12:29
 
En te middernacht sloeg de Heer alle eerstgeborenen in Egypteland van den eerstgeborene van Farao, die op zijn troon zou zitten, af, tot den eerstgeborene van de gevangene in de kerker toe, benevens alle eerstegeborenen van het vee.  
 
Exd 12:30
 
Toen stond Farao des nachts op, benevens al zijn dienaren en alle Egyptenaren, en er ging een geweldig geschrei in Egypte op; want er was geen huis waarin geen dode was.  
 
Exd 12:31
 
En hij ontbood in den nacht Mozes en Aaron en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk weg, zowel gij als de Israelieten; gaat heen en dient den Heer, zoals gij gezegd hebt.  
 
Exd 12:32
 
Neemt en uw kleinvee en uw runderen mede, zoals gij gezegd hebt; gaat heen en zegent ook mij.  
 
Exd 12:33
 
Ook hielden de Egyptenaren bij het volk aan, om het met spoed uit het land te doen trekken; want zij zeiden: Wij gaan altemaal dood!  
 
Exd 12:34
 
Zo nam het volk zijn deeg op voordat het gezuurd was, hun baktroggen in hun klederen gebonden op de schouders.  
 
Exd 12:35
 
Ook deden de Israelieten volgens Mozes woord: zij vroegen aan de Egyptenaren zilveren en gouden voorwerpen en overkleederen.  
 
Exd 12:36
 
En de Heer deed het volk gunst vinden in het oog der Egyptenaren; zodat dezen hun het gevraagde gaven. Zo plunderden zij de Egyptenaren.  
 
Exd 12:37
 
De Israelieten braken uit Raamses op naar Sukkoth, ongeveer zeshonderd duizend man te voet, namelijk de mannen, uitgenomen de kleine kinderen.  
 
Exd 12:38
 
Ook ging veel volk van gemengden bloede met hen mede, benevens kleinvee en runderen, een zeer rijke veestapel.  
 
Exd 12:39
 
Zij bakten van het deeg dat zij uit Egypte medegenomen hadden ongezuurde koeken; want het was niet gezuurd, omdat de Egyptenaren hen weggedreven hadden en zij zich niet konden ophouden noch ook teerkost voor den tocht bereid hadden.  
 
Exd 12:40
 
Het verblijf der Israelieten in Egypte had vierhonderd dertig jaar geduurd.  
 
Exd 12:41
 
Na verloop van vierhonderd dertig jaar, op denzelfden dag, trokken de legerscharen van den Heer uit Egypteland.  
 
Exd 12:42
 
Dit was een waaknacht voor den Heer, om hen uit Egypte te voeren; dit is die nacht ter ere van den Heer, een wake voor alle Israelieten in de volgende geslachten.  
 
Exd 12:43
 
De Heer zeide tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting betreffende het pascha: geen mens van buitenlandsche afkomst zal er van eten.  
 
Exd 12:44
 
Maar elken slaaf dien gij voor geld gekocht hebt zult gij besnijden, en dan zal hij er van eten.  
 
Exd 12:45
 
De opgezetene en de daglooner mogen er niet van eten.  
 
Exd 12:46
 
In een en hetzelfde huis zal het lam gegeten worden; gij moogt niets van het vlees uit huis naar buiten brengen, en geen been zult gij er van breken.  
 
Exd 12:47
 
De gehele gemeente van Israel zal het vieren.  
 
Exd 12:48
 
En wanneer een vreemde onder u vertoeft en het pascha voor den Heer vieren wil, dan moet gij alle manlijke leden van zijn gezin besnijden; daarna mag hij naderen om het te vieren; hij staat dan gelijk met een inboorling; maar geen onbesnedene mag er van eten.  
 
Exd 12:49
 
Een en dezelfde wet geldt voor den inboorling en voor den vreemde die zich onder u ophoudt.  
 
Exd 12:50
 
Alle Israelieten nu deden zoals de Heer Mozes en Aaron bevolen had; zo deden zij.  
 
Exd 12:51
 
En op dienzelfden dag leidde de Heer de Israelieten, naar hun Iegerscharen, uit Egypteland.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Genesis 1Exodus 111 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Exodus 13Leviticus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards