All NT OTBook
Compare Texts
Genesis 1 Genesis 50

Exodus 1:1-22

Exodus 2 Leviticus 1

Hollands LEI

 
 
 
Exd 1:1
 
Dit zijn de namen van Israels zonen die met hun vader Jakob in Egypte kwamen; ieder kwam met zijn gezin:  
 
Exd 1:2
 
Ruben, Simeon, Levi, Juda,  
 
Exd 1:3
 
Issachar, Zebulon, Benjamin,  
 
Exd 1:4
 
Dan, Naftali, Gad en Azer.  
 
Exd 1:5
 
In het geheel waren Jakobs afstammelingenzeventig in getal, en Jozef bevond zich in Egypte.  
 
Exd 1:6
 
Jozef nu stierf, alsmede al zijn broedersen dat ganse geslacht,  
 
Exd 1:7
 
en de Israelieten waren vruchtbaar, verbreidden en vermenigvuldigden zich en werden zeer, zeer machtig; zodat het land van hen vol werd.  
 
Exd 1:8
 
En een nieuwe koning stond op over Egypte, die Jozef niet gekend had.  
 
Exd 1:9
 
Deze zeide tot zijn volk: Zie, het volk der Israelieten is talrijker en machtiger dan wij.  
 
Exd 1:10
 
Komt laten wij ons met overleg te zijnen aanzien gedragen; opdat het niet zich vermenigvuldige en zich, wanneer wij in oorlog geraken, bij onze vijanden voege, ons beoorloge en dan uit het land optrekke.  
 
Exd 1:11
 
Dientengevolge stelde men over het volk opzieners der herendiensten, om het neer te drukken door dwangarbeid, en zij bouwden voorraadsteden voor Farao: Pithom en Raamses.  
 
Exd 1:12
 
Maar in gelijke mate als zij het onderdrukten vermenigvuldigde het zich en breidde het zich uit; zodat zij angstig werden voor de Israelieten.  
 
Exd 1:13
 
De Egyptenaren dwongen de Israelieten tot slavendiensten  
 
Exd 1:14
 
en vergalden hun leven door zwaar werk in leem en tichels, en met allerlei veldarbeid en slavendienst, die zij hen deden verrichten.  
 
Exd 1:15
 
Toen zeide de koning van Egypte tot de vroedvrouwen der Hebreeuwsche vrouwen--de ene heette Sjifra, de andere Pua:  
 
Exd 1:16
 
Wanneer gij de Hebreeuwsche vrouwen bij haar bevalling bijstaat en ziet dat het kind een zoon is, doodt het dan; is het een dochter, dan mag het in leven blijven.  
 
Exd 1:17
 
Maar de vroedvrouwen vreesden God en deden niet naar hetgeen de koning van Egypte haar gezegd had, maar lieten de kinderen in leven.  
 
Exd 1:18
 
Toen ontbood de koning van Egypte de vroedvrouwen en zeide tot haar: Waarom hebt gij dit gedaan en de kinderen in leven gelaten?  
 
Exd 1:19
 
Hierop zeiden de vroedvrouwen tot Farao: De Hebreeuwsche vrouwen zijn niet als de Egyptische; zij zijn als de dieren: voordat de vroedvrouw bij haar komt, hebben zij het kind reeds ter wereld gebracht.  
 
Exd 1:20
 
En God beloonde de vroedvrouwen, terwijl het volk zich vermenigvuldigde en zeer machtig werd.  
 
Exd 1:21
 
Omdat de vroedvrouwen God vreesden, heeft hij ze tot stammoeders gemaakt.  
 
Exd 1:22
 
Nu beval Farao zijn gehele volk: Al de zonen die aan de Hebreen geboren worden, moet gij in den Nijl werpen; maar al de dochters kunt gij in leven laten.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Genesis 1Genesis 501 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Exodus 2Leviticus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards