All NT OTBook
Compare Texts
Job 1 Psalms 6

Psalms 7:1-17

Psalms 8 Proverbs 1

Hollands LEI

 
 
 
Psa 7:1
 
Een lierzang van David, gedicht ter eer van den Heer om de woorden van Kusji, den Benjaminiet. (7-2) Heer, mijn God, tot u neem ik de toevlucht, verlos mij van al mijn vervolgers en red mij;  
 
Psa 7:2
 
(7-3) opdat zij niet als een leeuw mij verscheuren, wegsleepend zonderdat iemand redt.  
 
Psa 7:3
 
(7-4) Heer, mijn God, indien ik deze dingen gedaan heb: indien onrecht kleeft aan mijn handen,  
 
Psa 7:4
 
(7-5) indien ik slecht bejegend heb wie met mij in vrede leefde, of hem die mij zonder oorzaak bekampte heb uitgeplunderd,  
 
Psa 7:5
 
(7-6) dan mag de vijand mij vervolgen en inhalen, mijn leven tegen den grond vertrappen, en vernedere hij mijn ziel in het stof!  
 
Psa 7:6
 
(7-7) Sta op, Heer, in uw toorn, verhef u tegen de woede mijner tegenstanders, waak op te mijner hulp, gij die het gericht verordend hebt!  
 
Psa 7:7
 
(7-8) Een schaar van natien omringe u, zet u boven haar in den hooge neer.  
 
Psa 7:8
 
(7-9) De Heer zal de volkeren vonnissen, verschaf mij recht, Heer, naar mijn gerechtigheid, naar de onberispelijkheid van mijn gedrag.  
 
Psa 7:9
 
(7-10) Neme toch de slechtheid der bozen een einde, en doe den brave stevig staan, gij die hart en nieren toetst, rechtvaardige God!  
 
Psa 7:10
 
(7-11) Mijn schild is bij God, die de oprechten van hart verlost.  
 
Psa 7:11
 
(7-12) God is een billijk rechter, een god die dag aan dag vergramd is.  
 
Psa 7:12
 
(7-13) Bekeert men zich niet, hij wet zijn zwaard; hij heeft den boog gespannen en aangelegd,  
 
Psa 7:13
 
(7-14) dodelijke wapenen tegen hen bereid; hij maakt zijn schichten tot brandpijlen.  
 
Psa 7:14
 
(7-15) Zie, men is in arbeid van onheil, gaat zwanger van rampspoed en baart teleurstelling.  
 
Psa 7:15
 
(7-16) Een kuil heeft men gegraven en gedolven, en men is gevallen in de groeve die men maakte.  
 
Psa 7:16
 
(7-17) Zo keert de rampspoed op hun eigen hoofd terug, en daalt de geweldenarij op hun eigen schedel neder.  
 
Psa 7:17
 
(7-18) Ik wil den Heer loven naar zijn rechtvaardigheid, met stem en snaren den naam van den Heer, den Allerhoogste.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Job 1Psalms 61 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Psalms 8Proverbs 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards