| |
Hollands LEI |  | |
 |
| |
| | Psa 4:1 | Voor den orkestmeester, bij snarenspel. Een psalm van David. (4-2) Verhoor mij als ik roep, o mijn gerechte God, die uit de benauwdheid mij in de ruimte bracht, ontferm u mijner en hoor mijn gebed.
| |
| | Psa 4:2 | (4-3) Mensenkinderen, hoelang zal mijn eer tot smaad zijn, zult gij ijdelheid beminnen, leugen najagen?
| |
| | Psa 4:3 | (4-4) Erkent toch dat de Heer mij wonderbare gunst bewezen heeft: De Heer hoort als ik tot hem roep.
| |
| | Psa 4:4 | (4-5) Beeft, en zondigt niet; denkt na op uw legerstede, en zwijgt stil!
| |
| | Psa 4:5 | (4-6) Brengt gerechte offers, en vertrouwt op den Heer.
| |
| | Psa 4:6 | (4-7) Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef gij over ons het licht van uw aanschijn, Heer!
| |
| | Psa 4:7 | (4-8) Gij hebt mij vreugde in het hart gegeven, meer dan men heeft bij overvloed van koorn en most.
| |
| | Psa 4:8 | (4-9) In vrede zal ik en mij neerleggen en inslapen; want gij, Heer, gij doet mij afgezonderd, onbezorgd wonen.
| |