| |
Hollands LEI |  | |
 |
| |
| | Psa 2:1 | Wat woelen de volken, wat kramen de natien ijdele taal uit!
| |
| | Psa 2:2 | De koningen der aarde smeden plannen, de vorsten spannen samen tegen den Heer en zijn gezalfde:
| |
| | Psa 2:3 | "Rijten wij hun banden stuk, werpen wij hun koorden van ons!"
| |
| | Psa 2:4 | Hij die in den hemel zetelt belacht hen, de Heer spot met hen;
| |
| | Psa 2:5 | straks spreekt hij tot hen in zijn toorn, verbijstert hen in zijn gramschap.
| |
| | Psa 2:6 | "Maar ik, ik heb mijn koning aangesteld op den Sion, mijn heiligen berg."
| |
| | Psa 2:7 | Ik wil verhalen van 's Heeren besluit; de Heer heeft tot mij gezegd: Gij zijt mijn zoon; ik heb heden u verwekt.
| |
| | Psa 2:8 | Vraag mij slechts, zo wil ik u de volkeren ten erve geven, de einden der aarde als bezitting.
| |
| | Psa 2:9 | Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots, hen verbrijzelen als aarden vaten.
| |
| | Psa 2:10 | Nu dan, koningen, weest verstandig, laat u gezeggen, wereldbestuurders!
| |
| | Psa 2:11 | Brengt den Heer met vreze uw hulde, juicht al sidderend hem ter eer.
| |
| | Psa 2:12 | Huldigt hem, opdat hij niet toorne en gij te gronde gaat; want zeer haast ontbrandt zijn toorn. Heil allen die tot hem de toevlucht nemen!
| |