All NT OTBook
Compare Texts
Job 1 Psalms 134

Psalms 135:1-21

Psalms 136 Proverbs 1

Hollands LEI

 
 
 
Psa 135:1
 
Hallelujah! Prijst des Heeren naam, prijst hem, dienaren van den Heer,  
 
Psa 135:2
 
gij die staat in 's Heeren huis in de voorhoven van het huis onzes Gods.  
 
Psa 135:3
 
Prijst den Heer, want goed is de Heer; roemt met stem en snaren zijn naam, want die is liefelijk;  
 
Psa 135:4
 
immers, de Heer heeft Jakob uitverkoren, Israel tot zijn eigendom;  
 
Psa 135:5
 
immers, ik, ik weet dat de Heer groot is, en onze Heer meer dan alle goden.  
 
Psa 135:6
 
Alwat de Heer wil doet hij, in den hemel en op de aarde, in de zeeen en in alle oceanen;  
 
Psa 135:7
 
hij die de wolken omhoogtrekt van het einde der aarde, bliksemstralen voor den regen maakt, den wind uit zijn schatkamers tevoorschijn brengt;  
 
Psa 135:8
 
die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, zo van mens als vee;  
 
Psa 135:9
 
die in uw midden, Egypte, tekenen en wonderen zond tegen Farao en al zijn dienaren;  
 
Psa 135:10
 
die veel volkeren versloeg en machtige koningen doodde:  
 
Psa 135:11
 
Sihon, den koning der Amorieten, en Og, den koning van Bazan, en alle koninkrijken van Kanaan--  
 
Psa 135:12
 
en hun land ten erfdeel schonk, ten erfdeel aan Israel, zijn volk.  
 
Psa 135:13
 
Heer, uw naam duurt eeuwig, de naam waarmee men uwer gedenkt, Heer, van geslacht tot geslacht;  
 
Psa 135:14
 
want de Heer verschaft zijn volk recht en heeft deernis met zijn dienstknechten.  
 
Psa 135:15
 
De afgoden der natien zijn zilver en goud, maaksel van mensenhand;  
 
Psa 135:16
 
een mond hebben zij, maar zij spreken niet, ogen, maar zij zien niet,  
 
Psa 135:17
 
oren, maar zij horen niet, ook hebben zij geen adem in hun mond.  
 
Psa 135:18
 
Hun gelijk worden hun makers, ieder die op hen vertrouwt.  
 
Psa 135:19
 
Huis Israel, looft den Heer, huis van Aaron, looft den Heer,  
 
Psa 135:20
 
huis van Levi, looft den Heer, gij godvrezenden, looft den Heer!  
 
Psa 135:21
 
Geloofd zij de Heer uit Sion, hij die woont te Jeruzalem! Hallelujah!  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Job 1Psalms 134116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 Psalms 136Proverbs 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards