| |
Hollands LEI |  | |
 |
| |
| | Psa 119:1 | Gelukkig zij die onberispelijk zijn van wandel, die treden in 's Heeren wet.
| |
| | Psa 119:2 | Gelukkig zij die zijn voorschriften inachtnemen, van ganser harte naar hem vragen;
| |
| | Psa 119:3 | die ook geen onrecht pleegden, op zijn wegen traden.
| |
| | Psa 119:4 | Gij hebt uw bevelen gegeven, opdat men ze vlijtig onderhoude.
| |
| | Psa 119:5 | Och of mijn wandel vast zij in het onderhouden van uw inzettingen;
| |
| | Psa 119:6 | dan word ik niet te schande, als ik het oog houd op al uw geboden.
| |
| | Psa 119:7 | Ik zal met een oprecht hart u loven, als ik uw gerechte verordeningen leer kennen.
| |
| | Psa 119:8 | Uw inzettingen wil ik onderhouden; verlaat mij niet geheel en al.
| |
| | Psa 119:9 | Waarmee zal de jongeling zijn pad rein houden? Door op te letten volgens uw woord.
| |
| | Psa 119:10 | Met geheel mijn hart vraag ik naar u; laat mij niet afdwalen van uw geboden.
| |
| | Psa 119:11 | Ik berg uw eis in mijn hart; opdat ik niet tegen u zondige.
| |
| | Psa 119:12 | Geloofd zijt gij, Heer! leer mij uw inzettingen.
| |
| | Psa 119:13 | Met mijn lippen tel ik op al de verordeningen van uw mond;
| |
| | Psa 119:14 | in den weg uwer voorschriften verheug ik mij, als over rijkdommen, welke ook.
| |
| | Psa 119:15 | Uw bevelen wil ik overpeinzen en het oog houden op uw paden;
| |
| | Psa 119:16 | aan uw inzettingen zal ik mij verkwikken, uw woord zal ik niet vergeten.
| |
| | Psa 119:17 | Schenk uw knecht het voorrecht te leven; opdat ik uw woord onderhoude.
| |
| | Psa 119:18 | Neem het bedeksel weg van voor mijn ogen; opdat ik wonderen zie in uw wet.
| |
| | Psa 119:19 | Een vreemde ben ik op aarde; verberg voor mij uw wetten niet.
| |
| | Psa 119:20 | Mijn ziel wordt verteerd van verlangen naar uw verordeningen te allen tijd.
| |
| | Psa 119:21 | Gij bestraft vervloekte overmoedigen, die afdwalen van uw geboden;
| |
| | Psa 119:22 | onthef mij van smaad en verachting; want ik neem uw voorschriften in acht.
| |
| | Psa 119:23 | Al zitten vorsten bijeen en beraadslagen tegen mij, uw dienstknecht overpeinst uw inzettingen;
| |
| | Psa 119:24 | ja, uw voorschriften zijn mij een verkwikking, uw bevelen mijn raadgevers.
| |
| | Psa 119:25 | Mijn ziel kleeft aan het stof; schenk mij leven naar uw woord;
| |
| | Psa 119:26 | ik heb mijn wandel blootgelegd, en gij hebt mij verhoord; leer mij uw inzettingen,
| |
| | Psa 119:27 | geef mij inzicht in den weg uwer bevelen; opdat ik uw wonderen overpeinze.
| |
| | Psa 119:28 | Mijn ziel schreit van weemoed; richt mij op, naar uw woord.
| |
| | Psa 119:29 | Doe den weg der leugen ver van mij zijn, en begenadig mij met uw wet;
| |
| | Psa 119:30 | den weg der trouw heb ik gekozen, uw verordeningen heb ik voor mij gesteld;
| |
| | Psa 119:31 | ik ben gehecht aan uw voorschriften; Heer, maak mij niet te schande!
| |
| | Psa 119:32 | Den weg uwer geboden wil ik lopen; want gij verruimt mij het hart.
| |
| | Psa 119:33 | Onderricht mij, Heer, in den weg uwer inzettingen, opdat ik dien houde ten einde toe;
| |
| | Psa 119:34 | geef mij doorzicht, opdat ik uw wet inachtneme, ze onderhoude van ganser harte;
| |
| | Psa 119:35 | doe mij het pad uwer geboden betreden; want daarin heb ik lust.
| |
| | Psa 119:36 | Neig mijn hart naar uw voorschriften, en niet naar vuig gewin;
| |
| | Psa 119:37 | maak dat mijn ogen niet naar het ijdele zien; schenk mij leven op uw wegen.
| |
| | Psa 119:38 | Doe jegens uw dienstknecht uw belofte gestand, die verbonden is aan de vrees voor u;
| |
| | Psa 119:39 | doe voorbijgaan den smaad dien ik ducht; want goed zijn uw verordeningen.
| |
| | Psa 119:40 | Zie, ik heb een verlangen naar uw bevelen; schenk mij leven door uw gerechtigheid.
| |
| | Psa 119:41 | Ook mogen uw gunstbewijzen, Heer, mij ten deel vallen, uw heil, naar uw belofte;
| |
| | Psa 119:42 | opdat ik hem die mij hoont tewoordsta; want op uw woord vertrouw ik.
| |
| | Psa 119:43 | En onttrek het woord der waarheid niet gans en al aan mijn mond; want ik verbeid uw gericht.
| |
| | Psa 119:44 | Ook wil ik uw wet steeds onderhouden, voor eeuwig en altijd;
| |
| | Psa 119:45 | opdat ik wandele op een ruime plaats; want ik vraag naar uw bevelen.
| |
| | Psa 119:46 | Ik wil voor koningen van uw voorschriften spreken, zonder mij te schamen.
| |
| | Psa 119:47 | En ik verkwik mij aan uw geboden, die ik liefheb,
| |
| | Psa 119:48 | en hef mijn handen tot uw geboden op, en overpeins uw inzettingen.
| |
| | Psa 119:49 | Gedenk het woord, tot uw dienstknecht gesproken; daar gij mij hoop gegeven hebt.
| |
| | Psa 119:50 | Dit is mijn troost in mijn ellende, dat uw belofte mij leven schenkt.
| |
| | Psa 119:51 | Dit is mijn troost in mijn ellende, dat uw belofte mij leven schenkt.
| |
| | Psa 119:52 | Overmoedigen hebben zeer den spot met mij gedreven; van uw wet week ik niet af.
| |
| | Psa 119:53 | Ik denk aan uw gerichten van ouds, en ik troost mij, Heer.
| |
| | Psa 119:54 | Toorngloed greep mij aan vanwege de bozen, vanwege hen die uw wet laten varen.
| |
| | Psa 119:55 | Uw inzettingen geven mij stof tot roemen met stem en snaren, waar ik ook verkeer;
| |
| | Psa 119:56 | ik gedenk des nachts uw naam, Heer, en onderhoud uw wet.
| |
| | Psa 119:57 | Dit is mij ten deel gevallen omdat ik uw bevelen inachtnam.
| |
| | Psa 119:58 | Mijn deel is de Heer, ik heb beloofd uw woorden te onderhouden;
| |
| | Psa 119:60 | van ganser harte zoek ik u te vermurwen; ontferm u mijner, naar uw belofte.
| |
| | Psa 119:61 | Ik overwoog welken weg ik gaan zou, en stierde mijn voeten naar uw voorschriften heen;
| |
| | Psa 119:62 | ik spoedde mij zonder talmen tot het onderhouden van uw geboden.
| |
| | Psa 119:63 | Al omgeven mij strikken van bozen, uw wet vergeet ik niet;
| |
| | Psa 119:64 | te middernacht sta ik op om u te loven voor uw gerechte verordeningen;
| |
| | Psa 119:65 | ik ben een medestander van allen die u vrezen en uw bevelen onderhouden.
| |
| | Psa 119:66 | Van uw goedertierenheid, Heer, is de aarde vol; leer mij uw inzettingen.
| |
| | Psa 119:67 | Gij hebt uw dienstknecht welgedaan, Heer, naar uw woord.
| |
| | Psa 119:68 | Leer mij met juistheid oordelen en verstaan; want ik vertrouw op uw geboden.
| |
| | Psa 119:69 | Voordat ik in den druk kwam dwaalde ik, maar nu onderhoud ik uw eis.
| |
| | Psa 119:70 | Gij zijt goed en goeddoende; leer mij uw inzettingen.
| |
| | Psa 119:71 | Overmoedigen hebben mij leugens aangewreven; ik neem van ganser hart uw bevelen in acht.
| |
| | Psa 119:72 | Stomp is hun hart, als een van vet; ik verkwik mij aan uw gebod.
| |
| | Psa 119:73 | Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest; opdat ik uw inzettingen leerde.
| |
| | Psa 119:74 | De wet van uw mond is mij kostbaarder dan duizenden goud stukken en zilverstukken.
| |
| | Psa 119:75 | Uw handen hebben mij gemaakt en vastgesteld; geef mij doorzicht, opdat ik uw geboden lere.
| |
| | Psa 119:76 | Zij, die u vrezen, zullen, mij ziende, zich verblijden; want uw woord verbeid ik.
| |
| | Psa 119:77 | Ik weet, Heer, dat uw vonnissen gerecht zijn, en dat gij in trouw mij verdrukt hebt.
| |
| | Psa 119:78 | Strekke toch uw goedertierenheid om mij te vertroosten, naar uw belofte, aan uw dienstknecht gedaan.
| |
| | Psa 119:79 | Worde uw erbarmen mijn deel, opdat ik leve; want uw wet is mij een verkwikking.
| |
| | Psa 119:80 | Dat de overmoedigen te schande worden, daar zij mij vals hebben verdrukt; ik wil overpeinzen uw bevelen.
| |
| | Psa 119:81 | Dat zich tot mij wenden zij die u vrezen en uw voorschriften kennen.
| |
| | Psa 119:82 | Zij mijn hart onberispelijk in uw inzettingen; opdat ik niet te schande worde.
| |
| | Psa 119:83 | Mijn ziel smacht naar uw heil, uw woord verbeid ik;
| |
| | Psa 119:84 | mijn ogen zien smekend uit naar uw belofte en vragen: Wanneer zult gij mij troosten?
| |
| | Psa 119:85 | Want al ben ik geworden als een zak in den rook, uw inzettingen vergat ik niet.
| |
| | Psa 119:86 | Hoeveel zijn de levensdagen van uw dienstknecht? Wanneer voltrekt gij het vonnis aan mijn vervolgers?
| |
| | Psa 119:87 | Overmoedigen hebben voor mij kuilen gedolven, mensen die niet leven naar uw wet.
| |
| | Psa 119:88 | Al uw geboden zijn waarheid. Onverdiend vervolgen zij mij. Help mij!
| |
| | Psa 119:89 | Bijna hadden zij mij op aarde vernietigd, en toch had ik uw bevelen niet verzaakt.
| |
| | Psa 119:90 | Schenk mij leven, naar uw goedertierenheid; opdat ik onderhoude de geboden van uw mond.
| |
| | Psa 119:91 | Voor eeuwig, Heer, staat uw woord vast in den hemel;
| |
| | Psa 119:92 | uw trouw duurt van geslacht tot geslacht; gij hebt de aarde op haar plaats gezet, en zij blijft staan;
| |
| | Psa 119:93 | naar uw verordeningen bestaat zij nog heden; want alles is u dienstbaar.
| |
| | Psa 119:94 | Ware uw wet niet mijn verkwikking geweest, dan was ik te gronde gegaan in mijn ellende.
| |
| | Psa 119:95 | Nooit ofte nimmer zal ik uw bevelen vergeten; want daardoor schenkt gij mij leven.
| |
| | Psa 119:96 | Aan u behoor ik; red mij! want ik vraag naar uw bevelen.
| |
| | Psa 119:97 | De bozen wachten mij op om mij om te brengen; ik zal acht geven op uw voorschriften.
| |
| | Psa 119:98 | Aan elke zaak heb ik een einde gezien, maar uw gebod is onbegrensd.
| |
| | Psa 119:99 | Hoe lief heb ik uw wet! Den gansen dag is zij het voorwerp mijner overpeinzing.
| |
| | Psa 119:100 | Uw geboden maken mij wijzer dan mijn vijanden; want voor eeuwig zijn zij de mijne;
| |
| | Psa 119:101 | ik heb meer verstand dan al mijn leermeesters; want uw voorschriften zijn mij een voorwerp van overpeinzing;
| |
| | Psa 119:102 | ik heb meer inzicht dan de ouden; want ik neem uw bevelen in acht.
| |
| | Psa 119:103 | Van elk verkeerd pad hield ik mijn voeten terug om uw woord te onderhouden;
| |
| | Psa 119:104 | van uw verordeningen week ik niet af; want gij onderrichttet mij.
| |
| | Psa 119:105 | Hoe strelend voor mijn gehemelte zijn uw beloften, strelender dan honing voor mijn mond.
| |
| | Psa 119:106 | Door uw bevelen krijg ik inzicht; dus haat ik ieder leugenpad.
| |
| | Psa 119:107 | Uw woord is mij een lamp voor mijn voet en een licht op mijn weg.
| |
| | Psa 119:108 | Ik zwoer en deed mijn eed gestand, dat ik uw gerechte verordeningen zou onderhouden.
| |
| | Psa 119:109 | Ik ben in zeer groten druk; Heer, schenk mij leven naar uw woord.
| |
| | Psa 119:110 | Laten u, Heer, de vrijwillige offers van mijn mond gevallen, en leer mij uw verordeningen.
| |
| | Psa 119:111 | Voortdurend stond mijn leven op het spel maar ik heb uw wet niet vergeten;
| |
| | Psa 119:112 | bozen spreidden voor mij een strik, maar ik dwaalde van uw bevelen niet af.
| |
| | Psa 119:113 | Ik heb voor eeuwig uw voorschriften ten erfdeel gekregen; zij zijn toch de vreugde van mijn hart.
| |
| | Psa 119:114 | Ik neigde mijn hart tot het betrachten uwer inzettingen, voor altijd, ten einde toe.
| |
| | Psa 119:115 | Weifelaars haat ik, maar uw wet heb ik lief,
| |
| | Psa 119:116 | Mijn schuts en schild zijt gij; uw woord verbeid ik.
| |
| | Psa 119:117 | Wijkt van mij, boosdoeners; opdat ik inachtneme de geboden mijns Gods.
| |
| | Psa 119:118 | Ondersteun mij, naar uw belofte, opdat ik leve, en laat mij aan mijn verwachting niet te schande worden.
| |
| | Psa 119:119 | Schraag mij, opdat ik gered worde; zo zal ik mij steeds aan uw inzettingen verkwikken.
| |
| | Psa 119:120 | Gij verwerpt allen die van uw inzettingen afdwalen; want hun sluwheid is vergeefs;
| |
| | Psa 119:121 | als afval acht gij alle bozen op aarde; daarom heb ik uw voorschriften lief.
| |
| | Psa 119:122 | Mijn vlees huivert van schrik voor u, en ik vrees uw oordelen.
| |
| | Psa 119:123 | Recht en gerechtigheid heb ik beoefend; laat mij niet over aan mijn verdrukkers;
| |
| | Psa 119:124 | blijf borg voor uw dienstknecht ten goede; dat de overmoedigen mij niet verdrukken.
| |
| | Psa 119:125 | Mijn ogen zien smachtend uit naar uw heil en naar uw gerechte belofte.
| |
| | Psa 119:126 | Behandel uw dienstknecht naar uw goedertierenheid en leer mij uw inzettingen.
| |
| | Psa 119:127 | Ik ben uw dienstknecht, geef mij doorzicht, opdat ik uw voorschriften lere kennen.
| |
| | Psa 119:128 | Het is tijd voor den Heer om te handelen: men heeft uw wet verbroken.
| |
| | Psa 119:129 | Daarom heb ik uw geboden lief meer dan goud en edel metaal;
| |
| | Psa 119:130 | daarom keur ik al uw bevelen goed, haat ik ieder leugenpad.
| |
| | Psa 119:131 | Wondervol zijn uw voorschriften; daarom geeft mijn ziel er acht op.
| |
| | Psa 119:132 | De onthulling uwer woorden verspreidt licht, geeft doorzicht den eenvoudigen.
| |
| | Psa 119:133 | Ik sper mijn mond open en snak; want ik verlang naar uw geboden.
| |
| | Psa 119:134 | Wend u tot mij en ontferm u mijner; zoals hun die uw naam liefhebben toekomt.
| |
| | Psa 119:135 | Zet mijn treden vast in uw eis, en laat generlei kwaad mij beheersen.
| |
| | Psa 119:136 | Verlos mij van verdrukking door mensen; opdat ik uw bevelen onderhoude.
| |
| | Psa 119:137 | Doe uw aangezicht lichtend op uw dienstknecht stralen, en leer mij uw inzettingen.
| |
| | Psa 119:138 | Mijn ogen lopen over als waterbeken, omdat men uw wet niet onderhoudt.
| |
| | Psa 119:139 | Gij, Heer, zijt gerecht, en billijk zijn uw verordeningen.
| |
| | Psa 119:140 | Gij hebt in gerechtigheid uw geboden gegeven en in trouw alleszins.
| |
| | Psa 119:141 | Van ergernis verga ik; omdat mijn tegenstanders uw woorden hebben vergeten.
| |
| | Psa 119:142 | Uw eis is alleszins beproefd, en uw dienstknecht heeft dien lief.
| |
| | Psa 119:143 | Al ben ik klein en veracht, uw bevelen vergeet ik niet.
| |
| | Psa 119:144 | Uw gerechtigheid is gerechtigheid voor eeuwig, en uw wet is waarheid.
| |
| | Psa 119:145 | Al treffen mij nood en druk, uw geboden zijn mijn verkwikking.
| |
| | Psa 119:146 | Uw voorschriften zijn voor eeuwig gerechtigheid; geef mij doorzicht, opdat ik leve.
| |
| | Psa 119:147 | Ik roep met geheel het hart; verhoor mij, Heer! uw inzettingen wil ik inachtnemen.
| |
| | Psa 119:148 | Ik roep u aan, red mij; opdat ik uw voorschriften onderhoude.
| |
| | Psa 119:149 | Ik ben de morgenschemering voor met mijn gekrijt, uw woord verbeid ik;
| |
| | Psa 119:150 | mijn ogen zijn de nachtwaken voor om uw eis te overpeinzen.
| |
| | Psa 119:151 | Luister naar mij, naar uw goedertierenheid; Heer, schenk mij leven, volgens uw recht.
| |
| | Psa 119:152 | Nabij zijn zij die schanddaden najagen, die zich ver houden van uw wet.
| |
| | Psa 119:153 | Nabij zijt gij, Heer, en al uw geboden zijn waarheid.
| |
| | Psa 119:154 | Van ouds weet ik uit uw voorschriften dat gij ze voor eeuwig hebt vastgesteld.
| |
| | Psa 119:155 | Zie mijn ellende aan en bevrijd mij; want ik vergat uw wet niet.
| |
| | Psa 119:156 | Voer mijn pleit en verlos mij; schenk mij leven, naar uw belofte.
| |
| | Psa 119:157 | Van de bozen is het heil verre; want zij vragen niet naar uw inzettingen.
| |
| | Psa 119:158 | Talrijk, Heer, zijn de blijken van uw erbarmen; schenk mij leven, naar uw verordeningen.
| |
| | Psa 119:159 | Talrijk zijn mijn vervolgers en tegenstanders; ik wijk van uw voorschriften niet.
| |
| | Psa 119:160 | Ik walg bij het zien van trouwelozen, van hen die uw eis niet onderhouden.
| |
| | Psa 119:161 | Zie dat ik uw bevelen liefheb; Heer, schenk mij leven naar uw goedertierenheid.
| |
| | Psa 119:162 | De som uwer woorden is waarheid, en eeuwig duren al uw gerechte verordeningen.
| |
| | Psa 119:163 | Vorsten vervolgen mij zonder reden, maar mijn hart siddert voor uw woorden;
| |
| | Psa 119:164 | ik verheug mij over uw belofte, als een die groten buit vindt.
| |
| | Psa 119:165 | Leugen haat en verafschuw ik, uw wet heb ik lief.
| |
| | Psa 119:166 | Zevenmaal daags roem ik u, vanwege uw gerechte verordeningen.
| |
| | Psa 119:167 | Rijke vrede is het deel van de minnaars uwer wet, geen struikelblok ligt hun in den weg.
| |
| | Psa 119:168 | Ik wacht op uw heil, Heer, en uw geboden betracht ik;
| |
| | Psa 119:169 | ik onderhoud uw voorschriften en heb ze zielslief;
| |
| | Psa 119:170 | ik onderhoud uw bevelen en voorschriften; want al mijn wegen liggen bloot voor u.
| |
| | Psa 119:171 | Moge mijn klacht tot u doordringen, Heer; geef mij doorzicht, naar uw woord;
| |
| | Psa 119:172 | moge mijn smeking tot u komen; verlos mij, naar uw belofte.
| |
| | Psa 119:173 | Mijn lippen zullen lofliederen doen stromen; want gij leert mij uw inzettingen.
| |
| | Psa 119:174 | Mijn tong zal uw belofte bezingen; want al uw geboden zijn gerechtigheid.
| |
| | Psa 119:175 | Zij uw hand gereed om mij te helpen; want uw bevelen heb ik verkoren.
| |
| | Psa 119:176 | Ik verlang naar uw heil, Heer, en uw wet is mij een verkwikking.
| |