| |
Hollands LEI |  | |
 |
| |
| | Psa 11:1 | Voor den orkestmeester. Van David. Tot den Heer neem ik mijn toevlucht; wat zegt gij tot mij: Zwerf als een vogel naar het gebergte!
| |
| | Psa 11:2 | Want zie, de bozen spannen den boog, leggen hun pijl op het koord om in het duister de oprechten van hart te treffen.
| |
| | Psa 11:3 | Wanneer de pilaren worden omvergehaald, wat heeft de rechtschapene dan uitgericht? --
| |
| | Psa 11:4 | De Heer is in zijn heilig paleis, de Heer--in den hemel heeft hij zijn troon; zijn ogen zien op de wereld neder, zijn wimpers toetsen de mensenkinderen.
| |
| | Psa 11:5 | De Heer toetst den rechtschapene en den boze, en den minnaar van geweld haat hij;
| |
| | Psa 11:6 | hij zal over de bozen kolen vuurs en zwavel doen regenen, en een brandende wind is de hun beschoren beker;
| |
| | Psa 11:7 | want de Heer is rechtvaardig, minnaar van gerechte daden; de oprechten zullen zijn aangezicht zien.
| |