All NT OTBook
Compare Texts
Job 1 Psalms 9

Psalms 10:1-18

Psalms 11 Proverbs 1

Hollands LEI

 
 
 
Psa 10:1
 
Waarom, Heer, blijft gij van verre staan? houdt gij u schuil in benarde tijden?  
 
Psa 10:2
 
Door der bozen overmoed verkeert de ellendige in angst; laten zij gevangen worden in de aanslagen die zij gesmeed hebben!  
 
Psa 10:3
 
Verdwaasd is de boze in zijn hartstocht, en de winzuchtige zegt den Heer vaarwel.  
 
Psa 10:4
 
De boze hoont met opgetrokken neus den Heer; hij straft niet; er is geen God! zo zijn al zijn overleggingen.  
 
Psa 10:5
 
Zijn wegen hebben bestand, te allen tijde, uw gerichten zijn aan zijn blik onttrokken; al zijn tegenstanders, hij blaast tegen hen.  
 
Psa 10:6
 
Hij zegt bij zichzelf: Ik zal niet wankelen; geslacht uit geslacht in, zullen mijn schreden niet onvast zijn.  
 
Psa 10:7
 
Zijn mond is vol bedrog en kwelling, onder zijn tong is moeite en onheil.  
 
Psa 10:8
 
Hij ligt in hinderlaag in de hoven, in verborgen plaatsen moordt hij den onschuldige; zijn ogen loeren op den onmachtige.  
 
Psa 10:9
 
Hij loert in verborgen plaatsen, als een leeuw in zijn hol, hij loert om den ellendige te vangen, hij vangt hem door hem te trekken in zijn net.  
 
Psa 10:10
 
De rechtschapene wordt verbrijzeld, zinkt neder, en de onmachtigen vallen in zijn klauwen.  
 
Psa 10:11
 
Hij zegt bij zichzelf: God vergeet het, hij heeft zijn gelaat verborgen, hij krijgt er nooit iets van te zien.  
 
Psa 10:12
 
Sta op, Heer; God, hef uw hand op; vergeet de ellendigen niet.  
 
Psa 10:13
 
Waarom hoont de booswicht God, zegt hij bij zichzelf: Gij zult het niet straffen?  
 
Psa 10:14
 
Gij hebt het gezien; gij let op moeite en verdriet om het in uw hand te nemen; aan u laat de onmachtige het over, voor den wees zijt gij steeds een helper geweest.  
 
Psa 10:15
 
Verbreek den arm des bozen, en wat de slechten aangaat-- als gij zijn boosheid zoekt, zoudt gij ze niet vinden?  
 
Psa 10:16
 
De Heer is koning voor eeuwig en altoos, de heidenen zijn verdwenen uit zijn land.  
 
Psa 10:17
 
Gij hoort den wens der deemoedigen, Heer, gij richt hun hart, gij scherpt uw oor  
 
Psa 10:18
 
om recht te verschaffen aan den wees en den vertrapte. De mens, die van de aarde stamt, jage niet langer schrik aan.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Job 1Psalms 91 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Psalms 11Proverbs 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards