All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 6

Job 7:1-21

Job 8 Psalms 1

Hollands LEI

 
 
 
Job 7:1
 
Heeft niet de mens zwaren dienst op aarde, en zijn niet zijn dagen als die eens daglooners?  
 
Job 7:2
 
Zoals een slaaf die hijgt naar de schaduw, en een daglooner die naar zijn loon verlangt,  
 
Job 7:3
 
zo heb ik maanden van ellende als mijn deel gekregen, zijn mij nachten vol moeite beschoren.  
 
Job 7:4
 
Leg ik mij neder, dan denk ik: Wanneer mag ik opstaan! maar de avond rekt zich, en ik word zat van het woelen tot aan de schemering.  
 
Job 7:5
 
Mijn vlees is met maden en harde korsten bekleed, mijn huid trekt samen, en dan ettert zij weder.  
 
Job 7:6
 
Mijn dagen zijn sneller dan een weversspoel, en lopen zonder hoop ten einde.  
 
Job 7:7
 
Bedenk toch dat mijn leven een ademtocht is; mijn oog ziet het geluk niet weder;  
 
Job 7:8
 
het oog van wie naar mij omziet zal mij niet aanschouwen; uw oog richt zich op mij, en ik ben er niet.  
 
Job 7:9
 
Gelijk een wolk verdwijnt en heengaat zo stijgt wie ter onderwereld nederdaalt niet op;  
 
Job 7:10
 
hij keert naar zijn huis niet weder, en zijn woonplaats weet van hem niet meer.  
 
Job 7:11
 
Daarom zal ook ik mijn mond niet sparen: spreken wil ik in de benauwdheid van mijn geest, klagen in de bittere droefenis mijner ziel.  
 
Job 7:12
 
Ben ik een zee of een zeemonster, dat gij een wacht tegen mij opstelt?  
 
Job 7:13
 
Denk ik: Mijn bed zal mij troost aanbrengen, mijn legerstede mij mijn klacht helpen dragen--  
 
Job 7:14
 
dan jaagt gij mij door dromen schrik aan, ontroert gij mij door gezichten;  
 
Job 7:15
 
zodat ikzelf verworging verkies, den dood boven mijn smarten.  
 
Job 7:16
 
Ik heb er genoeg van! Niet tot in eeuwigheid zal ik leven; laat van mij af, want mijn dagen zijn vluchtig.  
 
Job 7:17
 
Wat is de mens dat gij hem zo hoog stelt en hem uw aandacht wijdt,  
 
Job 7:18
 
dat gij morgen aan morgen acht op hem slaat, elk ogenblik hem op de proef stelt!  
 
Job 7:19
 
Wanneer zult gij eindelijk uw oog eens van mij afwenden; mij den tijd gunnen mijn speeksel door te slikken?  
 
Job 7:20
 
Heb ik gezondigd, wat doe ik u daarmede? gij menschenbewaker! Waarom hebt gij mij tot een mikpunt voor u gesteld; zodat ik voor u tot een last ben geworden?  
 
Job 7:21
 
En waarom vergeeft gij mijn misdrijf niet, en gaat gij mijn schuld niet voorbij? Straks toch leg ik mij in het stof neder; gij ziet naar mij om, en ik ben er niet.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 61 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Job 8Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards