All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 28

Job 29:1-25

Job 30 Psalms 1

Hollands LEI

 
 
 
Job 29:1
 
Job ging voort zijn spreuk aan te heffen en zeide:  
 
Job 29:2
 
Och of ik was als in vorige maanden, als in de dagen waarin God mij behoedde!  
 
Job 29:3
 
toen hij zijn lamp boven mijn hoofd deed schijnen, ik bij zijn licht in de duisternis wandelde;  
 
Job 29:4
 
zoals ik was in de dagen van mijn nazomer, toen God mijn tent beschutte,  
 
Job 29:5
 
toen de Machtige nog met mij was, mijn knapen mij nog omringden,  
 
Job 29:6
 
toen mijn schreden zich baadden in room, en de rots in mijn nabijheid oliestromen uitstortte.  
 
Job 29:7
 
Als ik uitging naar de stadspoort, op het plein mijn zetel deed nederzetten,  
 
Job 29:8
 
verborgen knapen zich bij mijn aanblik, stonden bejaarden op en bleven staan;  
 
Job 29:9
 
vorsten ontzagen zich te spreken en legden de hand op den mond;  
 
Job 29:10
 
de stem der aanzienlijken liet zich niet horen, hun tong kleefde aan hun gehemelte.  
 
Job 29:11
 
Want wie van mij hoorde prees mij gelukkig, wie mij zag gaf getuigenis van mijn voorspoed.  
 
Job 29:12
 
Immers, ik redde den behoeftige die om bijstand kreet, den wees die geen helper had.  
 
Job 29:13
 
De zegenbede van den zwerveling kwam op mij, en het hart der weduwe deed ik juichen.  
 
Job 29:14
 
De rechtschapenheid was mijn kleed, ik het hare, ten mantel en tulband was mij het recht dat ik voorstond.  
 
Job 29:15
 
Het oog was ik voor den blinde, de voet voor den kreupele.  
 
Job 29:16
 
Een vader was ik voor de armen, de twistzaak van mij onbekenden onderzocht ik;  
 
Job 29:17
 
dan verbrak ik het gebit van den onrechtpleger, en rukte den buit hem uit de tanden.  
 
Job 29:18
 
Ik dacht: Tegelijk met mijn nest zal ik oud worden, mijn dagen zullen talrijk zijn als die van den fenix.  
 
Job 29:19
 
Mijn wortel staat open voor het water, de dauw zal des nachts op mijn takken liggen;  
 
Job 29:20
 
mijn eer is altijd nieuw, mijn boog zal zich verjongen in mijn hand.  
 
Job 29:21
 
Naar mij luisterde men vol verwachting, zwijgend hoorde men mijn raad aan.  
 
Job 29:22
 
Had ik gesproken, dan sprak niemand meer, mijn rede stroomde op hen neder.  
 
Job 29:23
 
Zij wachtten op mij als op hemelwater, zij sperden den mond op als naar lenteregen.  
 
Job 29:24
 
Lachte ik hen uit, dan verloren zij hun zelfvertrouwen; maar van mijn aangezicht deden zij het licht niet tanen.  
 
Job 29:25
 
Verkoos ik mij tot hen te begeven, dan ging ik als een hoofdman zitten, liet mij neder als een koning te midden der schare, als iemand die treurenden troost.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 288 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 Job 30Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards