All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 26

Job 27:1-23

Job 28 Psalms 1

Hollands LEI

 
 
 
Job 27:1
 
Job ging voort zijn spreuk aan te heffen en zeide:  
 
Job 27:2
 
Zo waar als God leeft, die van mij geweerd heeft wat mij toekwam, de Machtige, die mijn leven verbitterd heeft--  
 
Job 27:3
 
want in mij is nog ten volle mijn adem, in mijn neus de geest van God--  
 
Job 27:4
 
mijn lippen spreken geen onrecht, over mijn tong komt geen bedrog.  
 
Job 27:5
 
Verre zij het van mij, u gelijk te geven; eer sterf ik dan dat ik ophoud oprecht te zijn.  
 
Job 27:6
 
Ik heb volgehouden dat ik rechtschapen ben en geef het niet op, mijn hart verwijt mij nimmer iets  
 
Job 27:7
 
Dat het lot van den boze mijn vijand treffe, mijn tegenstander dat van den onrechtpleger!  
 
Job 27:8
 
Want welke hoop heeft de goddeloze wanneer hij gefnuikt wordt, wanneer God zijn leven opeist?  
 
Job 27:9
 
Zal God zijn geschrei horen, wanneer de nood over hem komt?  
 
Job 27:10
 
Of kan hij zich in den Machtige verlustigen, God te allen tijde aanroepen?  
 
Job 27:11
 
Ik zal u onderrichten in Gods handelwijze, wat de Machtige voorheeft niet verhelen.  
 
Job 27:12
 
Gij allen hebt het trouwens zelf gezien; waarom zijt gij zo lichtvaardig?  
 
Job 27:13
 
Dit is, naar Gods raad, het deel van den boosdoener, het erfdeel dat de geweldenaars van den Machtige verkrijgen:  
 
Job 27:14
 
heeft hij veel zonen, zij zijn voor het zwaard bestemd, en zijn nakomelingen worden niet verzadigd met brood;  
 
Job 27:15
 
wie van hem overblijven worden door de pest begraven, en hun weduwen bewenen hen niet.  
 
Job 27:16
 
Al hoopt hij geld op als stof en schaft hij zich klederen aan als leem,  
 
Job 27:17
 
hij schaft aan, en de rechtschapene draagt ze, en het geld, den brave valt het ten deel.  
 
Job 27:18
 
Hij heeft als een spin zijn huis gebouwd, aan een hut gelijk, door een wachter opgeslagen.  
 
Job 27:19
 
Rijk legt hij zich neer, maar dit herhaalt hij niet: hij doet zijn ogen open, en weg is het!  
 
Job 27:20
 
Verschrikkingen overvallen hem als waterstromen; in den nacht heeft een stormwind hem gestolen;  
 
Job 27:21
 
de oostenwind tilt hem op, en daar gaat hij! Hij stormt hem weg van zijn plaats;  
 
Job 27:22
 
werpt zonder erbarmen stenen naar hem; vluchten, vluchten moet hij voor hem.  
 
Job 27:23
 
Men slaat over hem de handen ineen, men fluit uit zijn woonplaats hem na.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 268 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 Job 28Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards