All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 17

Job 18:1-21

Job 19 Psalms 1

Hollands LEI

 
 
 
Job 18:1
 
Bildad van Sjuah antwoordde en zeide:  
 
Job 18:2
 
Hoelang nog zult gijlieden strikken spannen voor woorden? Komt tot inzicht, dan kunnen wij spreken.  
 
Job 18:3
 
Waarom worden wij met het vee gelijkgesteld, gelden wij als stompzinnigen in uw oog?  
 
Job 18:4
 
Gij, iemand die in zijn toorn zichzelf verscheurt, zou om uwentwil de aarde ontvolkt, een rots van haar plaats gerukt worden?  
 
Job 18:5
 
Stellig gaat het licht des bozen uit, en blijft de vlam van zijn vuur niet schijnen;  
 
Job 18:6
 
het licht in zijn tent wordt duisternis, de lamp die boven hem hangt gaat uit.  
 
Job 18:7
 
Belemmerd worden zijn veerkrachtige schreden, zijn eigen overleg doet hem struikelen;  
 
Job 18:8
 
want hij geraakt met zijn voeten in een net, en over vlechtwerk wandelt hij;  
 
Job 18:9
 
een strik grijpt zijn hiel, een slagnet houdt hem vast;  
 
Job 18:10
 
op den grond schuilt voor hem een koord, en op zijn pad ligt een val.  
 
Job 18:11
 
Van rondom beangstigen hem schrikwekkende verschijningen, zij jagen, hem op den voet volgend, hem herwaarts en derwaarts.  
 
Job 18:12
 
Het ongeluk hongert naar hem, de ondergang staat gereed als hij dreigt te vallen.  
 
Job 18:13
 
Verteerd worden de stukken van zijn huid, verteerd de stukken van zijn lijf door den eerstgeborene des doods.  
 
Job 18:14
 
Gerukt wordt hij uit zijn tent, waar hij zich zeker waande, en weggeleid tot den koning der verschrikking.  
 
Job 18:15
 
Verderf huist in zijn tent over zijn woning wordt zwavel gestrooid.  
 
Job 18:16
 
Van onderen verdorren zijn wortels, van boven verwelken zijn twijgen;  
 
Job 18:17
 
zijn aandenken is van de aarde teloorgegaan, en hij heeft geen naam meer op het wijde veld.  
 
Job 18:18
 
Hij wordt uitgestoten uit het licht in het donker, van den aardbodem weggejaagd.  
 
Job 18:19
 
Hij heeft geslacht noch nakroost onder zijn volk, niemand blijft over in het oord waar hij toefde.  
 
Job 18:20
 
Over zijn val staan de Westerlingen ontsteld, en zijn de Oosterlingen van siddering bevangen.  
 
Job 18:21
 
Niet anders gaat het met de woningen des euveldaders, zo met de woonplaats van hem die zich aan God niet stoort.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 171 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Job 19Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards